Jacht op konijn toegestaan ondanks sterke teruggang

De massale sterfte onder konijnen als gevolg van het viraal haemorrhagisch syndroom (VHS) is geen reden om de jacht op het konijn te verbieden. Dat schrijft minister Veerman (LNV) in een brief aan de Tweede Kamer. Wel zal de minister zich laten adviseren over eventueel te treffen maatregelen zoals een tijdelijk jachtverbod voor bepaalde regio's, als in augustus het reguliere jachtseizoen voor konijnen weer wordt geopend. Het jachtseizoen is twee maanden geleden gesloten.

De konijnenziekte, een jaar of tien geleden overgewaaid uit China, maakt in geheel Europa grote aantallen slachtoffers, tot stervenspercentages van negentig aan toe. Volgens ecologen bestaat de kans dat deze ziekte de genadeklap is voor de konijnenstand die in de jaren vijftig en zestig van de vorig eeuw toch al zwaar was getroffen door de myxomatose, waaraan soms tachtig procent van de populaties bezweek.

Minister Veerman schrijft in antwoord op vragen van de SP dat het konijn normaliter overal in Nederland voorkomt, behalve ,,hier en daar in het midden van Holland en het westen en noorden van Friesland'' en dat ,,in bepaalde gebieden het konijn vrijwel is uitgestorven''. Maar in andere gebieden lijkt de konijnenstand volgens de minister niet onder de ziekte te lijden of blijkt er inmiddels van hersteld. De bewindsman sluit herstel van de konijnenstand niet uit, evenals dat in het verleden wel is gebeurd. Konijnen zullen wellicht immuniteit ontwikkelen tegen het VHS-virus, aldus Veerman. ,,Het is echter te verwachten dat ook in de toekomst virussen blijvend grote schommelingen in de konijnenstand zullen blijven veroorzaken.''

De daling van het aantal konijnen leidt in bepaalde gebieden ook tot minder grote aantallen vogels die in konijnenholen broeden, zoals bergeenden in de duinen. Ook leidt de massale sterfte onder konijnen tot ongewenste vergrassing en verbossing in natuurgebieden.

Ook tamme konijnen zijn bevattelijk voor VHS. Hoewel een tam konijn in zijn kooi tamelijk geïsoleerd leeft, zijn besmettingen niet uit te sluiten door vers voer of `sleepcontacten' via kleding met andere besmette konijnen. De meeste besmettingen komen in de zomer voor.

Meestal sterft een dier twee dagen nadat het ziek wordt. Geneesmiddelen tegen VHS bestaan niet. Wel is een vaccin beschikbaar. Een inenting ermee wordt aangeraden vanaf het moment dat het konijn acht weken oud is.