Henk S., de handelaar die aan alles kwam

Henk S., de Nederlandse handelaar in gevoelige apparatuur en materialen uit

St. Pancras, werd gisteren in staat van beschuldiging gesteld. Hoe groot was zijn rol bij de ontwikkeling van de `islamitische atoombom'?

Als oude karavaanstad in de Sahara is Timboektoe altijd al de ontmoetingsplaats geweest van vele culturen. Hier strijkt in februari 1998 vanuit Dubai de Pakistaanse atoomspion Abdul Qadeer Khan neer, samen met een internationaal gezelschap. Voor hem een bekende plek, op dat moment wordt al gebouwd aan een hotel dat naar zijn Nederlandse echtgenote Hendrina Khan genoemd zal worden, een luxe onderkomen met interieur van hout dat speciaal uit Islamabad wordt geïmporteerd.

Wat Khan en zijn reisgenootschap precies in Timboektoe (in het islamitische Mali) komen doen is nogal schimmig. Zoeken ze uranium? De grondstof voor kernenergie waarover Mali in grote hoeveelheden beschikt? Of ziet Khan Mali als afzetmarkt voor de nucleaire technologie die hij wereldwijd verkoopt? Wat we wel weten is dat Khan in Timboektoe wordt vergezeld door een oude studievriend en handelspartner, Henk S. uit het Noord-Hollandse Sint Pancras.

Gisteren werd bekend dat deze Henk S. nu in Nederland wordt vervolgd omdat hij zonder vergunning strategische goederen heeft geleverd aan Pakistan en mogelijk aan een aantal andere landen. Het gaat om goederen die op verboden lijsten staan omdat ze gebruikt kunnen worden voor het fabriceren van nucleaire of chemische wapens. Zo voerde hij volgens justitie zonder vergunning in recente jaren onder meer zes Baratron-drukmeters uit, bruikbaar voor Pakistaanse raketten, maar ook tri-ethanolamine, grondstof voor mosterdgas. Voor zo'n feit kreeg S. in 1985 al eens een jaar gevangenisstraf.

Henk S. kent Khan al meer dan veertig jaar, sinds hun studie in Delft. Het was nauwelijks meer een geheim dat hij zijn vriend allerlei gevoelig materiaal had geleverd, nadat deze in Pakistan de motor achter de ontwikkeling van een eigen atoombom was geworden. De kennis voor verrijking van uranium had Khan deels in Nederland ontvreemd. Henk S. werd wel in de gaten gehouden, meestal door de BVD, later de AIVD, geregeld werden leveranties van hem aan Pakistan tegengehouden.

Toch lijkt de Nederlandse zakenman nooit helemaal serieus te zijn genomen. Ook toen zijn naam in februari in Pakistan weer opdook als tussenpersoon van het netwerk dat Khan had opgezet om de nucleaire technologie door te verkopen aan andere staten, was er onmiddellijk twijfel. Bekenden zagen hem toch eerder als een handige sjacheraar dan als een grote crimineel. Het zou gaan om bejaarde affaires uit de jaren zeventig, zo werd gezegd. En onderzoekers bij justitie en veiligheidsdiensten in Nederland deden hun uiterste best om de zaak te relativeren: ,,Henk S. is hoogstens een klein radertje in een netwerk waar anderen sleutelfiguren zijn'', zo was te horen.

Wishful thinking? Of gêne vanwege de bezoedelde naam die Nederland op proliferatiegebied aan de Khan-affaire heeft overgehouden? Onderzoek van NRC Handelsblad naar deze zaak duidt namelijk in een andere richting. Henk S. is tot recente datum onvermoeibaar bezig geweest met de levering van materiaal voor zijn vriend. En er zijn volop aanwijzingen dat Henk S. nauwe banden onderhield met de belangrijkste sleutelfiguren uit het netwerk van Khan.

In de eerste plaats zijn er natuurlijk de uitspraken van de Pakistani zelf, die Henk S. begin februari als `Hanks' in het netwerk van Khan plaatsten. Verder noemden zij slechts een beperkt aantal andere namen. Die van de Duitsers Lerch, Heilingbrunner en de al overleden Mebus. En die van de centrale figuur, de Sri-Lankese zakenman B.S.A. Tahir, eigenaar van het computerbedrijf SMB Group in Dubai. Op Tahir gaat de Maleisische politie dieper in als die op 20 februari een beschrijving geeft van het netwerk dat Libië aan ultracentrifuges en uiteindelijk een atoombom had moeten helpen. Tahir had een complete productielijn voor centrifuge-onderdelen opgezet in Kuala Lumpur. Toezicht werd daar gehouden door de Zwitser Urs Tinner, zoon van Friedrich Tinner die ook bijdroeg aan het project. Peter Griffin en zijn zoon Paul, beide in Dubai, waren verantwoordelijk voor organisatie, transport en training. Ook zouden de Turkse ingenieurs Selim Alguadis en `Gunas Jireh' betrokken zijn, naast een reeks Duitse technici.

Het staat vast dat S. de belangrijkste `middlemen' persoonlijk en al heel lang kent. Het duidelijkst is dat voor `Gunas Jireh', waarmee Günes Cire wordt bedoeld. S. heeft al jaren een belang van 15 procent in Cire's elektrotechnische bedrijf ETI in Istanbul, en omgekeerd heeft Cire in 1986 in de directie van S.' bedrijf in Sint Pancras gezeten.

Friedrich (Fred) Tinner, een inmiddels gepensioneerde werktuigbouwkundig ingenieur, werd eind jaren zeventig bekend als de export-manager van het bedrijf VAT, dat hoogvacuüm-ventielen (kleppen) had geleverd aan Khan.

Tinner gaat niet in op vragen en laat alleen weten al minstens twintig jaar geen contact meer met S. te hebben.

Peter Griffin heeft omstreeks 1977, samen met ene Abdus Salam, een viertal `dummy-bedrijven' opgericht voor de toelevering aan Khan. Het bedrijf Weargate leverde frequentie-omvormers (inverters) voor de ultracentrifuges. Griffins vrouw laat desgevraagd enthousiast weten S. `heel goed' te kennen. Als het doel van de vragen duidelijk wordt, heet het opeens dat alle contacten met S. verbroken zijn. Zowel sociaal als zakelijk.

Dat valt niet uit te sluiten. Maar vast staat dat Griffin en S. samen aanwezig waren op de bruiloft van een van de twee dochters van Khan. En dat S. méér is dan een studiegenoot en persoonlijke vriend van Khan, blijkt uit het merkwaardige boekje `Een korte reis naar Timboektoe' dat de Londense accountant (van Pakistaanse komaf) A.M. Siddiqui in 2000 uitgaf. Ook Siddiqui trad geruime tijd vanuit Londen op als inkoper voor Khan. In oktober 2001 werd hij veroordeeld voor illegale handel met Pakistan. Zij naam kwam naar voren toen bleek dat hij mededirecteur was van het bedrijf SMB Europe, de Europese vestiging van Tahirs SMB Group.

Siddiqui, die zijn rol inmiddels bagatelliseert koestert, een enorme bewondering voor Khan. Dat bracht hem ertoe in boekvorm verslag te doen van de reizen die hij met hem door Afrika maakte. Siddiqui beschrijft hoe hij begin 1998 op uitnodiging van Tahir naar Dubai gaat en daar niet alleen Khan ontmoet in het gezelschap van twee generaals maar ook de Nederlandse zakenman `mr. Hank', handelaar in systemen voor luchtfiltratie en zonne-energie en verder in metallurgische artikelen. Ze vliegen via Casablanca naar Bamako, de hoofdstad van Mali, en dan naar Timboektoe en weer terug. In 1999 gaat `de oude groep', aangevuld met ene dr. Nazeer Ahmad, opnieuw op reis, nu van Dubai naar Soedan, Nigeria, Mali (Timboektoe), Niger en Tsjaad.

Plezierreisjes? Het gezelschap wordt steeds op het hoogste niveau ontvangen en ook de samenstelling van de groep is nogal grimmig. De generaals bekleedden, tot Khan twee jaar geleden zijn positie moest opgeven, de hoogste bestuursfuncties bij KRL, het nucleaire centrum dat de Pakistaanse bom ontwikkelde. Dr. Nazeer Ahmad heeft er de algemene wetenschappelijke en technische leiding. Het is moeilijk voorstelbaar dat Henk S. er maar een verdwaalde gast was. Uit een e-mailadreslijst van S. die in bezit is van NRC Handelsblad blijkt dat hij ook in direct contact stond met Dr. Nazeer Ahmad. Alle Pakistaanse leden van het reisgezelschap zijn inmiddels aangehouden.

De e-maillijst van S. geeft ook een aardige indruk van de diensten die S. tot voor kort aan Pakistan bewees. Veel correspondentie werd gevoerd door zijn medewerker Zoran F., mede-verdachte in het proces tegen Henk S., die vaak op beurzen (zoals de Techni-Show) contacten legde, zo blijkt uit nader onderzoek. De belangstelling ging uit naar computergestuurde draaibanken, laser-snijapparatuur, speciale snijvloeistoffen, vlaktafels, rekenprogramma's, aluminiumoxide, speciale staalsoorten en heel veel geavanceerde meetapparatuur. Soms moest worden geleverd aan een expediteur in Badhoevedorp (zoals ACE Logistics), soms werden de goederen tijdelijk opgeslagen bij de Van Doorn Packing Group in Montfoort. Niet altijd kwam het tot levering. ,,Soms hoorden we niets meer'', zeggen leveranciers. En anderen verbraken zelf de contacten, want S. blijkt een moeizame betaler.

Een intrigerende aanwezige op de adreslijst is de Schiedamse zakenman Rudi V. van het bedrijf V.-I. Toen Henk S. geen toestemming kreeg om een stationaire hogedruk-compressor te leveren aan de Pakistaanse People's Steel Mills (dat op een zwarte lijst staat) verkocht hij de compressor aan V. die vervolgens hetzelfde probeerde. In een procedure bij het college van beroep voor het bedrijfsleven voerde het ministerie van EZ aan dat bijna alle goederen die S. aan Pakistan probeert te leveren, bestemd zijn voor de defensie-industrie. ,,Daar heb ik toch niets mee te maken'', was het verweer van V. ,,Als S. de toets van zakelijke kritiek niet kan doorstaan, is dat niet ons probleem.'' V. verloor de procedure, en misschien niet ten onrechte. Hij blijkt in dienst van SRAF, een van de vele bedrijfjes van Henk S.