Gezondheidszorg

Martin Buijsen, André den Exter en Bert Hermans, (hoofd)-docenten gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit, stellen dat ,,van eenieder naar vermogen, aan eenieder naar behoefte'' het principe van rechtvaardigheid is dat aan ons stelsel van gezondheidszorg ten grondslag ligt (NRC Handelsblad, 27 april).

Waarom dit principe alleen voor de gezondheidszorg geldt en niet voor andere essentiële voorzieningen zoals voeding, water, energie en onderdak, maken zij niet duidelijk. De financiering van de gezondheidszorg berust op een verzekeringsstelsel dat de risico's over de deelnemers spreidt en hierdoor solidariteit garandeert. Helaas is gebleken dat het begrip `behoefte' de laatste jaren nogal is opgerekt onder het motto `ik heb er voor betaald' en `het is toch gratis'. Een zichtbaar gevolg hiervan is het teloorgaan van ons unieke stelsel van huisartsengeneeskunde. Door misbruik van de huisartsen buiten kantooruren hebben zij zich voor die periode teruggetrokken achter een telefonische triage door leken. Bovendien zijn jonge huisartsen, ontmoedigd door de verhalen van hun voorgangers, niet langer bereid fulltime te werken, zodat de `eigen' huisarts uitsterft.

De analogie met een autoverzekering is niet zo dwaas als de auteurs doen voorkomen. Net zoals veel automobilisten zonder eigen schuld in ongelukken betrokken raken, worden ook veel mensen ziek. Aan de andere kant wordt een groot gedeelte van de hedendaagse ziekten veroorzaakt door vermijdbare gewoonten. Net zoals roekeloos rijden de kans op autoschade doet toenemen, verhogen roken, overmatig alcoholgebruik, druggebruik, ongezonde voeding, overgewicht, te weinig lichaamsbeweging en riskante sporten de huidige gezondheidsrisico's.

De gedachte dat een goede gezondheid een toevallige gave is, gold nog een eeuw geleden toen infectieziekten een belangrijke doodsoorzaak vormden, maar dat gaat veel minder op in de huidige welvaartsmaatschappij.

Het feit dat huisartsen 98 procent van de gezondheidsproblemen van hun patiënten zelf oplossen, betekent dat een bescheiden financiële prikkel voor de burger om zijn medische behoefte op noodzaak te toetsen, weinig kwaad kan.

    • M. van Blankenstein