Geen bonus voor Balkenende

Op Koninginnedag wakker geworden met de blijmoedige stem van de premier op de radio, vlak voor het journaal van acht uur. Hij wenste de koninklijke familie veel geluk, gezondheid en een fijne dag. Uit zijn stem sprak de trots dat hij, Jan Peter Balkenende, dit mocht doen.

Eergisteren vroegtijdig in slaap gevallen op de blijmoedige stem van de premier, die in het tv-programma Buitenhof kritiek probeerde te pareren dat hij te weinig leiderschap toonde en een enquête waaruit bleek dat de meeste Nederlanders geen kopje koffie met hem zouden willen drinken.

Hij maakte het er niet beter op. Blijmoedig als altijd putte de premier uit een eindeloze voorraad deprimerende en wereldvreemde eufemismen. In welke wereld leeft een man die Anne Frank omschrijft, zoals hij deed, als ,,een meisje dat heel veel heeft meegemaakt''? En hoe komt hij op deze afgeplatte weergave van de calvinistische overtuiging dat de mens is geneigd tot alle kwaad: ,,Mensen willen vaak het goede, maar we moeten toch erkennen dat er grote problemen zijn.''

Ook zijn verdediging van de Nederlandse steun voor de Amerikaanse invasie van Irak was – compleet met een Soldaat van Oranje-jongensboek-verwijzing naar de vreugde die wij voelden toen we in 1945 werden bevrijd – van een standvastigheid die het best valt te kenschetsen als: oogkleppen vasthouden en zachtjes gas blijven geven.

Het is treurig, omdat Balkenende premier is van een kabinet dat bezig is met een politieke cultuuromslag die van Nederland in hoog tempo een ander, harder land aan het maken is. Juist in zo'n overgangstijd is nationaal leiderschap dat de samenleving weet te binden, van vitaal belang. Maar met de jonge premier gebeurt het omgekeerde: hij weet geen contact te leggen met de kiezer, dient als cartoon voor de Kijkshop en als halfwassen karaktertje in onderbroekensatire, en wordt door zowel journalisten als zijn eigen ministers behandeld met een geamuseerde achteloosheid die niet eerder is vertoond. Wat zei parlementair journalist Ferry Mingelen bijvoorbeeld over Balkenende, na die enquête waaruit bleek dat de meeste Nederlanders geen `kopje koffie' met hem willen drinken? Pijnlijk, want ,,de man deugt wel''.

Maar ook zijn eigen ministers zien hem pas staan als ze al door het rode stoplicht zijn geschoten. Neem de ophef over De weg van de moslim, het boek met het beruchte advies sodomieten ondersteboven van torens te gooien. Hier was Balkenende er snel bij om primair te reageren, kennelijk om de aansluiting met de te verwachten volkswoede niet te missen. Nu opeens geen eufemismen. `Walgelijk' en `onbestaanbaar' was zijn woordkeuze – alsof hij niet reageerde op een obscuur gidsje met antieke jurisprudentie (en dus niet met regels hoe moslims zich hier en nu dienen te gedragen), maar op een terreuraanslag, of genocide. Hij zinspeelde op een gerechtelijk verbod of andere juridische stappen en, erger gezien de scheiding der machten: op een aanpassing van de wet als dat niet mogelijk mocht blijken.

Maar dan nog werd hij afgetroefd door minister Verdonk, die op televisie op de vraag of het boek verboden moest worden, vanuit de ingewanden reageerde en zei: ,,Dat in ieder geval.'' Pas na interventie door minister van justitie Donner, behept met een geheugen dat verder teruggaat dan 1950, bedaarde de commotie. Ook hier miste Balkenende een kans om als staatsman op te treden. En opnieuw werd hij gepasseerd door een gretige minister, wie het pas achteraf te binnen schoot dat het misschien een goed idee was geweest met `de mp' af te stemmen alvorens uit de heup te schieten.

Dat onevenwichtige laveren maakt iets anders duidelijk dat Balkenende mogelijk parten speelt: in het moderne, opgehypete Nederland Medialand is het steeds moeilijker om de grens te trekken tussen werkelijkheid en beeld, tussen feit en fictie, tussen letterlijk en figuurlijk. Elke emotie is oprecht, moet onmiddellijk worden geuit, en later zien we wel verder. Dat leidt tot vreemde omkeringen. We wantrouwen de heilige teksten van moslims, omdat ze die te letterlijk zouden nemen, en niet, zoals wij hebben geleerd, ze te lezen als beeldspraak. Maar wie neemt De weg van de moslim, verkrijgbaar bij uw lokale moskee, nu eigenlijk te letterlijk? Toch vooral Balkenende, Verdonk en anderen die het `walgelijk' zo heerlijk voor in de mond hadden liggen.

Met die vervaging van de grens tussen werkelijkheid en beeld, ernst en flauwekul, hang naar echtheid en totaal cynisme, kan Balkenende niet goed overweg. Hij heeft niets met de hang naar persoonlijkheden (`Het gaat niet om mij'), en dat siert hem. Maar zelfs die blijmoedige egoloosheid – die soms trouwens eerder boeddhistisch aandoet dan calvinistisch – is niet bestand tegen de personalisering die de media beheerst.

Intussen gaat het om het institutionele gezag van het premierschap. Dat is geen sinecure in een politiek klimaat waarin alles draait om scherpe persoonlijke profielen en voor het lezen van dossiers minder tijd overblijft dan voor het dagelijkse bad in de gloed van de camera`s. In een samenleving die koortsachtig op zoek is naar nieuwe ankers, en waarvan het gemoed wisselt tussen euforie en paniek, zijn het juist de democratische instituties – de premier, het parlement, ook de journalistiek trouwens – die continuïteit en engagement met de toekomst moeten belichamen. Dat wordt niet geholpen als een premier wordt gezien als een kortebroekendrager die `wel deugt'.

Balkenende, die deze week 48 wordt, koestert idealistische opvattingen over de toekomst van Nederland en de inrichting van de samenleving. Je hoeft het daar niet mee eens te zijn, maar het wordt wel tijd dat hij die nu eens helder formuleert en leiderschap weet te tonen, voordat hij de premiersbonus verspeelt en het respect voor zijn ambt verder afbrokkelt.

Nu is het Torentje de laatste vrijplaats voor een oer-Hollands beleid dat onder zijn regime juist wordt teruggedrongen. Het gedoogbeleid, dat overal wordt afgeschaft en als het even kan wordt vervangen door een impulsief verbiedbeleid, leeft voort aan de Hofvijver. In Nederland wordt alleen de premier nog gedoogd.