Een stijl van leiden

Ook de CDA-top bekritiseert Balkenende, kopte de Volkskrant vorige week vrijdag in grote letters over vijf kolom op haar voorpagina. Die kop had een zeker `zie je wel'gehalte. Iets als: iedereen zegt het, en nu doet zelfs het eerste echelon van Balkenendes eigen partij dat ook al.

Wat bleek uit het stuk? In weer een enquête, deze keer gehouden in opdracht van de GPD-bladen, had het CDA het weer niet goed gedaan en Balkenende al helemaal niet. Driekwart van de landgenoten vindt dat hij te weinig de premier van (of voor) iedereen is, 87procent meent dat het niet goed gaat met Nederland. Zelfs onder CDA-kiezers mist 65 procent voldoende leiderschap bij de premier. Zulke cijfers leveren materiaal voor een operatie die in de journalistiek `reacties halen' heet. Dus was vervolgens aan de voorzitter en de vice-voorzitter van het CDA in de Tweede Kamer, Maxime Verhagen en Gerda Verburg, de vraag voorgelegd hoe zij nu toch met deze Balkenende verder dachten te gaan.

Hun reacties waren eigenlijk niet zo spannend. ,,Hij moet zijn licht niet onder de korenmaat zetten als het gaat om kabinetsbeleid'', zei Verhagen. ,,Balkenende moet zijn verhaal duidelijk overbrengen. Het gaat om resultaten. Er zal nog wel geschaafd moeten worden aan zijn presentatie. Maar we hoeven geen Idols-achtige premier te hebben. Ik zie hem groeien als premier'', zei mevrouw Verburg. Kortom, in die kop over vijf kolom was de nodige verbeeldingskracht geïnvesteerd.

Niettemin raakte het tv-programma Buitenhof gealarmeerd. Het stak zondag een uur zendtijd in een gesprek met de premier, die het er redelijk afbracht. Zij het dan wel dat je met zo'n gast natuurlijk direct heel veel Balkenende in je programma hebt. Maar daar viel weinig aan te doen, dat was als met die klacht van Jaap Fischer, die ooit zong: het is meteen zo Rotterdams in Rotterdam.

In dat gesprek met Buitenhof bleek Balkenende trouwens opnieuw prettig onbewogen onder de kritiek op zijn presentatie of zijn stijl van leiden. Hij reageerde er in elk geval vrij geroutineerd-stichtelijk op. Mijn gezag moet nog groeien, dat hebben alle beginnende premiers. En: Ik praat liever over de inhoud dan over de vorm, je hebt ruggengraat nodig, zei hij ook.

Interessant was een bredere, voor veel meer Europese landen min of meer geldige verklaring die Balkenende gaf voor de snelle en diepe val van zijn partij in de peilingen. Namelijk dat bijna overal waar de nieuwe tijden een pijnlijk proces van ingrepen, herstructureringen en bezuinigingen nodig maken, waar hervormd moet worden dus, de hervormers die nog eergisteren verkiezingen wonnen vandaag de kiezers alweer boos of teleurgesteld zien verdwijnen. Niet eens zozeer omdat die hervormers ongelijk hebben, maar vooral omdat de kiezers al snel geen zin (meer) hebben in hun vervelende boodschap.

Zodat in die landen – zie Frankrijk, zie Duitsland, zie Oost-Europese landen als Polen, Tsjechië, Hongarije – de kiezersgunst vrijwel steeds nadat de nieuwe regering haar hervormingsplannen heeft gelanceerd, snel verschuift naar de kant van de oppositie. In de drie genoemde Oost-Europese landen, waar de naderende toetreding tot de Europese Unie de afgelopen jaren extra strenge hervormingseisen stelde, ontstond zodoende een soort electorale quadrille tussen de politieke blokken, die beurtelings wegens hun onvermijdelijke hervormingsplannen door de kiezers uit de regering werden gejaagd. Voor dit electorale heen-en-weer deed de politieke kleur van de ene of de andere regeringscoalitie er weinig toe, of die nu bepaald werd door vroegere communisten of door centrum-achtige partijen.

De factor tijd is van beslissend belang. Wanneer een nieuwe hervormende coalitie tijd van leven heeft, en ook tijdig voor de volgende verkiezingen economische resultaten kan laten zien, is zij geslaagd. Dan zou zij, voor het CDA denk je dan aan 2007, ook op een gunstige score in de stembus mogen hopen.

Wat dat betreft moeten Balkenende en zijn CDA die bijna vanzelfsprekend matige opiniecijfers voorlopig maar nemen zoals die komen, al wordt daarbij van de linkerkant aanhoudend Alarm!, Alarm! geroepen, en al klinken de echo's daarvan via de media door het land.

Om dezelfde reden zou Balkenende er goed aan doen allerlei dringende waarschuwingen aangaande het teloorgaan van het sociale gezicht van het CDA met enige korrels zout te nemen. Veel keus is er trouwens niet voor de huidige coalitie, want zolang de omstandigheden duren die haar vorig jaar tot een `hard' regeerprogramma dwongen, blijft zij beperkt in haar bewegingsvrijheid.

Voor de persoon Balkenende, en dus ook voor zijn presentatie en zijn stijl van leiden, geldt net zoiets. Het CDA heeft, als het dat al zou willen, voor hem geen alternatief. Je kunt een jonge man die weliswaar her en der minachtend of spottend bekeken en besproken wordt maar die tevens in twee jaar tijd twee keer verkiezingen won en die premier is, niet zomaar tussentijds vervangen. En daar komt nog iets bij, namelijk dat Balkenende gaandeweg nog aan statuur kan winnen, buiten de harde kern van het spotterslegioen dan.

Hier kan het geen kwaad te herinneren aan twee andere CDA'ers die het, nadat zij premier waren geworden, langdurig slecht deden in opiniepeilingen: Van Agt en Lubbers. Het oordeel over politieke personen en partijen verandert snel, het is meestal de recentste foto die de doorslag geeft. Vraag dat Wim Kok maar, die in 1994 als PvdA-lijsttrekker een zware nederlaag leed, daarna in 1998 mooi won en die twee jaar na een achtjarig premierschap inmiddels voor velen is veranderd in een huurling van de heersende klasse, met de zilverlingen rinkelend in de zak. Afwachten dus.

Wie weet kan het CDA met Balkenende, zeker als zijn coalitie slaagt en velen dan alsnog met hem `verzoend' raken, nog veel moois beleven.

    • J.M. Bik