De jonge president versus de potentaat

De spanningen tussen Georgië en de autonome republiek Adzjarië zijn hoog opgelopen. De VS en de Raad van Europa waarschuwden gisteren voor een verdere escalatie.

Aslan Abasjidze wist het gisteren zeker: ,,Het wordt oorlog.'' De leider van de opstandige regio Adzjarië in het zuidwesten van Georgië heeft die oorlog – als hij komt – echter vooral aan zichzelf te wijten: aan zijn streven de onbetwiste alleenheerser van zijn regio te blijven en het centrale gezag in Tbilisi, in de persoon van de jonge president Michail Saakasjvili, te tarten.

Abasjidze is een kleine man met een groot ego en een familieverleden: zijn grootvader bemiddelde al tussen Lenin en de Turkse Vader des Vaderlands Atatürk over het verloop van de grens. De 65-jarige Abasjidze beschouwt zich als de ongekroonde koning van zijn regio op de grens met Turkije.

De 500.000 Adzjariërs – de helft moslims, de helft christenen – zijn relatief welvarend: de haven van Batoemi aan de Zwarte Zee werkt dagelijks 200.000 ton olie uit Turkmenistan en Kazachstan af op weg naar Europa, en de handel tussen (en smokkel op) Turkije wordt gecontroleerd door de Adzjariërs. Een gunstig klimaat zorgt voor rijke oogsten: thee en citrusvruchten. Abasjidze gaat graag zijn eigen gang. Belastingopbrengsten worden niet aan Tbilisi afgedragen en Georgische douaniers of inspecteurs langs de grens worden niet geduld.

Al met Saakasjvili's voorganger Edoeard Sjevardnadze lag Abasjidze permanent overhoop. Hij is nooit zo ver gegaan als de twee andere autonome republieken in Georgië, Zuid-Ossetië en Abchazië, die zich in de jaren negentig, gesteund door Rusland, losvochten van Georgië. Abasjidze hoefde zich niet los te vechten om dezelfde de facto onafhankelijkheid te bereiken.

Abasjidze is de afgelopen tien jaar volop gesteund door Rusland, dat een basis bij Batoemi heeft die meeprofiteert van de opbrengsten van de smokkel op Turkije. Rusland vist graag in troebel water: om Georgië zwak te houden steunde en steunt het de Abchaziërs en de Osseten in hun afscheidingsoorlog. Om diezelfde reden biedt het Abasjidze bescherming.

Hoewel Sjevardnadze zijn vriend niet was, heeft Abasjidze de `Rozenrevolutie' die Sjevardnadze in november vorig jaar ten val en Saakasjvili aan de macht bracht, niet verwelkomd. Integendeel: Saakasjvili heeft zich ten doel gesteld de territoriale eenheid van Georgië te herstellen, en voor Abasjidze is Saakasjvili gevaarlijker dan Sjevardnadze was, te meer omdat Saakasjvili meer een drieste doener is dan de veel bezonnener Sjevardnadze. Het duurde dan ook maar even voordat het smeulende conflict oplaaide.

Toen in maart Saakasjvili in Batoemi campagne wilde voeren voor de Georgische presidentsverkiezingen, lieten de Adzjariërs hem niet toe. Saakasjvili reageerde met een economische boycot van Adzjarië. Al na een paar dagen zwichtte Abasjidze: Russische bemiddeling en een direct gesprek tussen de twee leverde een akkoord op. Abasjidze beloofde zijn leger – duizend man, plus 1500 gewapende burgers – te ontwapenen en Georgische inspecteurs toe te laten in Batoemi en langs de grens met Turkije. Het bleef evenwel een papieren akkoord: Abasjidze kwam geen enkele belofte na.

De tweede crisis kwam prompt. Twee Georgische generaals liepen eind april naar Abasjidze over en toen deze bleef volharden in de weigering het akkoord van maart te honoreren, verscherpte Saakasjvili de toon. Het ,,criminele regime van Abasjidze'' moet worden omvergeworpen, zei hij. ,,Het probleem van Georgië is niet Adzjarië, maar Abasjidze, wiens illegale regime is betrokken bij drugssmokkel, illegale detentie van mensen, moord en andere misdrijven''. ,,Het volk van Adzjarië moet worden bevrijd van deze misdadige clan.''

Abasjidze riep op 24 april de noodtoestand uit, inclusief een uitgaansverbod. Afgelopen weekeinde ging hij nog beduidend verder: de bruggen op de drie grensovergangen tussen Adzjarië en Georgië en de spoorlijn Tbilisi-Batoemi werden opgeblazen, met het argument dat een militaire invasie uit Georgië dreigde. Het is een argument dat Saakasjvili ,,baarlijke nonsens'' heeft genoemd – al kan moeilijk worden ontkend dat militaire manoeuvres vlak ten noorden van Adzjarië een intimiderende werking hebben gehad. Volgens Abasjidze sloegen sommige Georgische eenheden op maar één kilometer van de grens hun tenten op.

Adzjarië heeft zich door het verbreken van de verbindingen met Georgië de facto afgescheiden. Met Russische hulp, want de opblaasoperatie werd uitgevoerd door de gepensioneerde Russische generaal Joeri Netkatsjov, ex-commandant van het Russische leger in de zuidelijke Kaukasus (en daarvoor commandant van het Russische leger in Transnistrië), een man die door president Saakasjvili simpelweg wordt omschreven als ,,een terrorist''.

De zelfopgelegde blokkade van Adzjarië kan grote consequenties hebben. De regio is economisch kwetsbaar. De haven van Batoemi zat gisteren al zonder olie. Voedsel en geneesmiddelen kunnen Adzjarië niet meer bereiken en gisteren waren de prijzen op de markten van Adzjarië al verdubbeld. Omgekeerd zit Georgië zonder spullen, want de import via Batoemi en Adzjarië is weggevallen. De andere wegverbindingen met Turkije munten niet uit dor toegankelijkheid en Georgië heeft verder aleen de haven Poti nog.

Voor Abasjidze lijkt het erop of eronder. Hij heeft wapens uitgedeeld onder de bevolking. Maar in Batoemi gingen gisteren vijfhonderd studenten de straat op om tegen hem te demonstreren.