Broodroof

,,Het was hongerwinter'', zegt hij. ,,In Rotterdam was geen eten meer. Ik was zeventien, maar ik schaam mij er nog voor. Op een morgen moest ik bij een bakkerij een machineonderdeel afleveren. Er kwam een klant de winkel binnen met een pond meel. Die vroeg of de bakker daarvan een brood wilde bakken. Als betaling mocht de bakker een deel van het meel zelf houden. De klant zei: `Het brood wordt om half zes afgehaald. Op naam van Visser.' ,,Tegen vijven ging ik in andere kleren terug naar die bakkerij. Dit keer stond er een vrouw achter de toonbank. Ik vroeg om het brood van Visser en kreeg het mee.''

Bijdragen van lezers zijn welkom via een formulier op www.nrc.nl/ik