Aznar uit voor het eerst zelfkritiek

De half maart weggestemde conservatieve regering van Spanje is wellicht niet waakzaam genoeg geweest voor het gevaar van terreuraanslagen van extremistische islamitische groepen.

Deze eerste, voorzichtige schuldbekentenis van ex-premier José María Aznar valt te lezen in zijn boek over acht jaar regeren, dat gisteren werd gepresenteerd. Tot dusver wees de conservatieve partij, die in maart na de aanslagen op vier treinen in Madrid de verkiezingen verloor, alle verantwoordelijkheid van de hand.

Aznar presenteerde zijn boek Ocho Años de Gobierno, una visión personal de España tijdens een drukke media-gebeurtenis in Madrid, die herhaaldelijk werd onderbroken door langdurig applaus van de vele aanwezige ex-ministers en -staatssecretarissen uit zijn kabinetten. De auteur ontkende dat hij zijn memoires had geschreven. Het boek, dat in de maanden voorafgaande aan de verkiezingen onder leiding van een redacteur van de uitgeverij Planeta werd geschreven, lijkt dan ook vooral bedoeld als een samenvatting van twee regeerperiodes, geschreven door een vertrekkende premier die het leiderschap overdraagt na een beoogde verkiezingswinst.

In de epiloog, getiteld `Na de elfde maart', wordt evenwel ingegaan op de terreuraanslagen in Madrid. Het feit dat de regering-Aznar drie dagen lang intensief de boodschap uitdroeg dat deze waren gepleegd door de Baskische terreurbeweging ETA wordt gezien als de belangrijkste reden voor de onverwachte verkiezingsnederlaag van de conservatieve partij. Veel Spanjaarden voelden zich misleid en bedrogen en ook internationaal kwam het de regering op zware kritiek te staan.

Volgens Aznar gaf de publieke opinie in Spanje tot de elfde maart zich onvoldoende rekenschap van het gevaar van het ,,moslimterrorisme''. Zijn regering heeft hierin zeker een verantwoordelijkheid gehad, zo erkent de vertrokken premier. ,,Misschien dat onze eigen successen in de strijd tegen ETA in de afgelopen jaren onze waakzaamheid heeft doen verslappen tegenover de fundamentalistische bedreigingen'', aldus Aznar. Hiermee heeft zijn regering ook onvoldoende de aandacht weten te vestigen op het feit dat de Spaanse bijdrage aan de oorlog in Irak tevens bedoeld was als steun tegen deze vorm van terreur op eigen bodem, aldus de ex-premier.

Deze eerste, milde, zelfkritiek die werd geuit na de verkiezingsnederlaag werd begeleid door een harde uitval naar de nieuwe socialistische regering. Aznar sprak van ,,de partij van de haat'' die er op zou uit zou zijn om de conservatieve Partido Popular te vernietigen. Een en ander kwam de vertrokken premier direct op kritiek te staan. Zo schrijft het dagblad El Mundo vandaag dat Aznar over zijn graf heen regeert en zijn opvolger als partij- en oppositieleider, Mariano Rajoy, voor de voeten loopt. Vorige week kritiseerde Aznar in het conservatieve dagblad Abc de terugtrekking van de Spaanse troepen uit Irak.