25 jaar later heerst Thatcher nog steeds

Barones Thatcher of Kesteven (78) wordt vanavond gehuldigd als ,,de grootste premier sinds Churchill''. Maar intussen worstelt haar partij nog steeds met haar erfenis.

Ach ja, 1979. Een pint kostte 40 pence, Liverpool werd voetbalkampioen, Art Garfunkels Bright Eyes stond op nummer één, in Schotland sneeuwde het zo hard dat de Royal Automobile Club gestrande reizigers moest uitgraven. En vandaag precies 25 jaar geleden stapte Margaret Thatcher voor het eerst 10 Downing Street binnen als premier.

Haar premierschap zou elf jaar en drie verkiezingsoverwinningen duren, een record. The Iron Lady ontketende een sociale en economische revolutie van privatisering, belastingverlaging, flexibele arbeid en het uitbenen van de verzorgingsstaat. Zo verdeelde ze het land in degenen die haar bewonderden om haar visie en doorzettingsvermogen, en degenen die haar haatten wegens de massale ontslagen en omdat ze een ouder soort gemeenschapszin zou hebben vervangen door het `ieder voor zichzelf'.

Ze won de Falklandoorlog, hielp Ronald Reagan de Koude Oorlog winnen en behoedde George Bush senior voor wobbly knees in de eerste Golfoorlog. De oorlog met de mijnwerkers, en alle anderen die met hun stakingen het land verlamden, won ze ook. Maar haar premierschap eindigde in tranen, met een partij die tot het bot verdeeld was over Europa en een landelijke opstand over de poll tax. Al zou het nog zeven jaar duren voor een Labourpremier het roer van de Tories overnam.

De kruideniersdochter uit Grantham, die in 1990 haar uiterste houdbaarheid had bereikt, wordt vanavond gehuldigd tijdens een diner in het Londense Savoy-hotel. Michael Howard, de huidige Toryleider, zal Barones Thatcher of Kesteven (78) ,,de grootste premier sinds Churchill'' noemen. Maar intussen worstelt haar partij nog steeds met haar erfenis: in het hart van Europa of toch maar aan de zijlijn? Belastingverlaging of toch inzetten op de restauratie van het onder Thatcher en Major verkommerde ziekenfonds, de spoorwegen en het onderwijs – zoals de gewone Britten wilden toen ze in 1997 Tony Blair aan de macht hielpen.

Op het Londense kantoor van deze krant hangt een cartoon uit The Times van Thatcher in mantelpak en met ijzeren handtas, maar met het hoofd van Tony Blair. `De Derde Weg' staat eronder. Blair kon alleen premier worden door Thatchers erfgoed deels over te nemen: hij hield de belastingen laag, de vakbonden in toom en zijn harde opstelling aan Amerikaanse zijde over Irak heeft de Tories nóg een unique selling point ontnomen. Blair lengde de hardvochtigheid van de vrije markt aan met een dosis sociaal-democratie. Maar zijn hoofddoel was bewijzen dat de economie ook bij Labour in goede handen was. Dat is hem vooralsnog gelukt: inflatie en werkloosheid zijn laag, de groei is ongekend hoog. Maar of de Britten dat nog steeds het belangrijkste argument vinden, blijkt volgende maand, bij de Europese en gemeenteraadsverkiezingen.

Als het aan Blair ligt, wordt `10 juni' een voorronde voor de parlementsverkiezingen, verwacht in mei volgend jaar. Niet over de omstreden oorlog in Irak, immigratie of de Europese constitutie, maar met de economie als inzet. ,,Labour werkt, laat het niet opnieuw kapot maken door de Tories'', zeggen sinds vandaag billboards met foto's van Thatcher en de vier Tory-leiders die er sindsdien zijn geweest. De saneringen die de Tories voorstellen, bedreigen de economische stabiliteit en werkgelegenheid, en ze maken de investeringen in de publieke sector ongedaan. Howard, staatssecretaris voor Werkgelegenheid onder Thatcher, is geen haar beter dan zijn voorgangster, zei Labour-voorzitter Ian McCartney gisteren, die hoopt dat de kiezers zich de recessie en werkloosheid uit de laatste Tory-jaren onthouden hebben.

Michael Howard, die hard heeft gewerkt aan een zorgzaam imago, heeft vandaag reden tot hoop: één landelijke peiling geeft de Tories een voorsprong van vier procentpunt. `10 juni' markeert het einde van zijn wittebroodsweken als partijleider. Labour zal zo goed als zeker flink verliezen, maar het is goed mogelijk dat de meeste winst niet naar de Tories maar naar de Liberal Democrats gaat. In dat geval staat Howard nog met lege handen. Zijn voorgangster citeerde bij haar aantreden Franciscus van Assisi. Ze hoopte op `harmonie' in de plaats van `ruzie' en `geloof' in de plaats van `twijfel'. Als Howard vanavond het glas heft op goede oude tijden, zal hij zich realiseren dat zijn partij die hoop nog steeds moet vervullen. Al geldt dat intussen ook en opnieuw voor Blair.