Vervolging verdachte om nucleaire handel

Justitie gaat Henk S., de Nederlandse studievriend en handelspartner van de Pakistaanse atoomspion Abdul Qadeer Khan, vervolgen voor de levering van diverse strategische goederen aan Pakistan. Het gaat om goederen die gebruikt kunnen worden voor het fabriceren van chemische of nucleaire wapens.

Dat is vanochtend door het openbaar ministerie in Haarlem bevestigd. Behalve Henk S. worden ook twee van zijn bedrijven en zijn medewerker Zoran F. vervolgd. Volgende week zal de metaaldeskundige uit het Noord-Hollandse Sint Pancras moeten voorkomen. In december 2002 en vorige maand werden bij zijn bedrijven huiszoekingen gedaan. Begin februari noemden Pakistaanse regeringsfuctionarissen Henk S., verhaspeld als `Hanks', als tussenpersoon in een netwerk van de inmiddels in ongenade gevallen Khan. Die had toegegeven nucleaire technologie te hebben doorgeleverd aan landen als Libië, Noord-Korea en Iran.

De Nederlandse justitie verdenkt Henk S. er nu van in 1999 zonder vergunning zes speciale drukmeters van het merk Baratron te hebben uitgevoerd. Naar verluidt zijn die drukmeters geleverd aan een Pakistaans bedrijf dat is gelieerd aan Khan Research Laboratories. Die drukmeters kunnen worden gebruikt voor de brandstoftanks van Pakistaanse raketten en staan volgens justitie op een internationale lijst met strategische goederen die niet mogen worden geëxporteerd. In 1985 werd Henk S. al een keer veroordeeld voor verboden handel met Pakistan.

Ook wordt Henk S. er nu van verdacht in 2002 diverse lagers aan Pakistan te hebben geleverd, zowel kogellagers als een magneetlager. Deze lagers komen voor op de lijst met zogenoemde dual-use-goederen, die zowel een civiele als militaire toepassing kennen. In de telastlegging zegt justitie dat dit soort goederen onder meer gebruikt kunnen worden voor atoomwapens, of voor raketten die dergelijke wapens vervoeren.

Henk S. had volgens justitie ook zonder vergunning 20 kilogram tri-ethanolamine uitgevoerd. Tri-ethanolamine kan worden gebruikt als grondstof voor het gifgas mosterdgas. Justitie kan niet zeggen waar de partij terecht is gekomen. Omdat Pakistan het internationale verdrag tegen chemische wapens heeft ondertekend, mocht de partij aan dat land worden geleverd. Maar landen als Irak, Israël, Egypte, Syrië en Libië golden in 2002 wel als verboden bestemmingen.

Tenslotte vervolgt justitie Henk S. om de export in 2002 van duizenden O-ringen (kunststof ringetjes). Die komen niet voor op lijsten van verboden goederen, maar worden toch als gevoelig aangemerkt. Een dergelijke catch all-bepaling was in dit geval opgelegd omdat de ringen voor Pakistan bestemd waren.

Over het onderzoek van de inlichtingendienst AIVD heeft gedaan naar de Nederlandse rol in de doorleveranties van Pakistaanse nucleaire technologie is nog niets bekend. De AIVD verwijst door naar het ministerie van Buitenlandse Zaken, en dat ministerie verwijst weer door naar het Internationale Atoomagentschap IAEA in wiens opdracht het onderzoek is uitgevoerd. De Tweede Kamer lijkt hiermee echter geen genoegen te nemen.

In de jaren zeventig stal Khan geheimen bij Ultra Centrifuge Nederland in Almelo, onderdeel van Urenco. Mede op basis van die kennis ontwikkelde hij in Pakistan een eigen atoombom. Minister Bot (Buitenlandse Zaken) schreef begin april aan de Tweede Kamer: ,,Wel versterkt de vondst in Iran en Libië van centrifuges van het oude Urenco-ontwerp het [...] ernstige vermoeden dat A.Q. Khan de blauwdrukken hiervan heeft ontvreemd.'' Volgens Bot zijn er overigens geen aanwijzingen dat ook Noord-Korea over deze ultracentrifuge-techniek beschikt.