Kruisridder tegen moslimfundamentalisme

Het VVD-Kamerlid Geert Wilders is niet alleen met zijn geblondeerde haren een opvallend volksvertegenwoordiger. Zeker zo opvallend is zijn niet-aflatende strijd tegen het moslimfundamentalisme en het poldermodel. Met zijn extreme uitspraken laat hij een spoor van vijanden achter.

`Twee jaar geleden nog was ik hiermee nog weggehoond'', constateert Geert Wilders tevreden, de dag na het Tweede-Kamerdebat over de Al Tahweed-moskee in Amsterdam. In 1999 – ruim voor de aanslag op het WTC in New York – was voor Wilders de bestrijding van het islamitisch terrorisme een van de hoofddoelen. Deze week had hij het gevoel een belangrijke stap verder te zijn gekomen, toen hij het CDA meekreeg voor een motie waarin wordt gevraagd om civielrechtelijke stappen als van een moskee strafbare feiten zijn uitgegaan.

Goed, nog ging het in dit debat niet direct om radicaal-islamisme als voedingsbodem voor terrorisme, Wilders' voornaamste aanbeeld. De Al Tahweed-moskee werd vooral verspreiding van een antihomotekst verweten. Maar het was een stap, en dat hij omstreden was, kon worden afgeleid uit de felle reactie van Donner, de CDA-minister van Justitie. Die liet weinig twijfel bestaan over zijn afkeer, vooral omdat in de motie wordt aanbevolen om al na één overtreding tot civielrechtelijke maatregelen over te gaan.

,,Nee, aan het kabinet is deze stap niet te danken'', constateert Wilders. ,,Het kabinet is laks bij de bestrijding van de radicale islam in Nederland, nog steeds.'' Voor Donner was het aannemen van de motie een bittere pil. Maar hij hield zich in en onthield zich van uitvallen in de richting van Wilders van het soort waarvoor hij zich vorig jaar eens heeft moeten excuseren. ,,Als u in Nederland een godsdienstoorlog wilt ontketenen, zult u dat zonder mij moeten doen'', had Donner toen gezegd.

Wilders, in 1963 in Venlo geboren, is zonder twijfel een van de opvallendste Kamerleden van de VVD. Niet uitsluitend door zijn opvattingen. Zijn sedert twintig jaar door een Utrechtse kapper met waterstofperoxide geblondeerde haardos – de zogenaamde coupe soleil – doen hem er onmiddellijk uitspringen voor iemand die vanaf de publiekstribune van de Tweede Kamer naar beneden kijkt naar een gezelschap waarin de grijstinten overheersen. In de parkeergarage trekt zijn bolide, een Audi TT, sterk de aandacht.

Maar het zijn toch vooral Wilders' onderwerpen die de aandacht trekken en waarmee hij vijanden maakt. En vijanden heeft hij steeds gehad sedert hij in 1998 lid van de Tweede Kamer werd. Al voordat hij te boek stond als bestrijder van het islamitisch terrorisme haalde hij de toenmalige coalitiegenoten van de PvdA in het kabinet-Kok II het bloed onder de nagels vandaan met zijn standpunten over de WAO. Zijn standpunten ten aanzien van de sociale zekerheid hingen – verklaart hij zelf – samen met zijn eerdere beroepscarrière bij de Ziekenfondsraad en de Sociale Verzekeringsraad. Hierdoor kreeg hij een intense afkeer van het poldermodel – als dat betekent dat alle daadkracht verloren gaat in overleg en inspraak en dat bestuursorganen zichzelf controleren. ,,Dit is een land van middelmatigheid en compromis'', verklaart Wilders.

Wilders is een nakomertje in een katholiek gezin met een broer en twee zusters. Zijn vader was adjunct-directeur bij Océ van der Grinten, zijn moeder bleef huisvrouw. In het gezin speelde politiek geen grote rol. De Wilders die wij vandaag kennen, lijkt pas in 1990 te zijn geboren, toen hij reflecteerde op een advertentie van de VVD. Hij werd fractiemedewerker van de VVD in de Tweede Kamer en bleef er acht jaar. Wilders werkte vooral voor Kamerlid Hans Hoogervorst, en als speech writer voor fractievoorzitter Frits Bolkestein. Geheel in lijn met zijn afkeer van het poldermodel mocht hij als adviseur in het regeringsvak van de Tweede Kamer zitten, het zogeheten vak K, toen de VVD met een initiatiefwetsontwerp het verplichte SER-advies bij wetgeving probeerde af te schaffen. Wilders' eerder opgedane afkeer van de werking van de Nederlandse verzorgingsstaat kwam goed van pas bij wat in VVD-kring veelal als `corporatistische' instituten werd beschouwd.

Onderwijl was hij in 1997 en 1998 enige maanden voor de VVD lid van de gemeenteraad van Utrecht, zijn woonplaats. Ook toen al was hij een opvallende figuur, herinnert Jan van Zanen zich – toen fractiegenoot, thans VVD-voorzitter. ,,Hij was opvallend en brutaal en als hij iets gevonden had, kon hij anderen het bloed onder de nagels halen, ook binnen de eigen fractie. Dat vindt niet iedereen altijd leuk''.

Daarnaast legt hij als fractiemedewerker al belangstelling voor het Midden-Oosten aan de dag. Als jongere had hij eens veertien maanden in Israël vertoefd, onder andere werkend in een broodfabriek. ,,Toen al had ik de gedachte dat aan de Arabische kant het extremisme de agenda bepaalt'', zegt hij. Wie zijn artikelen van vóór 1999 leest, ziet dat hij zich vooral als een vriend van Israël ontpopt en weinig tot niets heeft met de Palestijnen. Wilders heeft vorig jaar, als enige Nederlandse politicus, campagne gevoerd onder in Israël wonende Nederlanders. ,,Weg met die man, in politieke zin'', zei hij bij die gelegenheid over de Palestijnse leider Arafat.

Tijdens zijn eerste Kamerperiode – hij stond 47 op de lijst terwijl de VVD 38 zetels haalde, maar stroomde door toen enkele VVD'ers naar het kabinet verhuisden – viel Wilders vooral op als woordvoerder Sociale Zekerheid. Een van zijn eerste voorstellen was om psychische aandoeningen uit te sluiten als grond voor een WAO-uitkering. Zulke voorstellen werden, met name van PvdA-zijde, voor `asociaal' uitgekreten, waarop Wilders reageerde met de opmerking ,,dat de PvdA niet zal rusten totdat de laatste Nederlander in de WAO zit''.

De VVD had onder Kok II wel meer van zulke Kamerleden, die zich – met toestemming van fractievoorzitter Dijkstal – bezighielden met het bespelen van rechtse thema's, waarover in het regeerakkoord heel andere dingen waren afgesproken. Henk Kamp, thans minister van Defensie, deed hetzelfde met immigratie – en wist dan van tevoren dat het regeerakkoord inwilliging van zijn wensen onmogelijk maakte. Dit gold ook voor Wilders en de WAO, maar diens irritatiequotiënt werd zeer verhoogd door het feit dat de WAO voor de PvdA een bijzonder gevoelig punt was: premier Kok was in '93 als partijleider nog bijna ten onder gegaan in interne partijkritiek op de WAO-voorstellen van het kabinet-Lubbers, waarvan Kok minister van Financiën was. En de PvdA-kritiek op Wilders nam het karakter van ontzetting aan, toen deze in 2000 met de toenmalige oppositiepartij CDA een gezamenlijk plan voor de hervorming van de WAO presenteerde. Dat voorzag bijvoorbeeld in een referte-eis: zonder een arbeidsverleden van minstens vijf jaar geen WAO.

Nu werd het ook de VVD'ers in het kabinet te gortig. Herhaalde malen spraken de liberale vice-premier Annemarie Jorritsma en staatssecretaris Hoogervorst in op Wilders. Het Kamerlid bewaart onaangename herinneringen aan deze sessies, al wist hij zich naar eigen zeggen steeds gesteund door fractieleider Dijkstal. Het plan zelf stierf een roemloze dood in een commissievergadering in de Tweede Kamer, toen bleek dat er geen meerderheid te vinden was.

Wilders behoorde tot de weinige Kamerleden van de VVD die – weliswaar binnenskamers – na de desastreus verlopen gemeenteraadsverkiezingen van maart 2002 lijsttrekker Dijkstal verweten dat hij te passief was. ,,Zelfs een analfabeet zou nog beter campagne voeren'', zei hij bij die gelegenheid. Dijkstal, vast overtuigd van zijn aantrekkingskracht op de kiezer, nam dit Wilders zeer kwalijk.

Samen met Nelly Verbugt en Frans Weekers, de andere VVD-kandidaten uit Zuid-Limburg, bekostigde Wilders uit eigen zak een affiche waarop ze gedrieën waren afgebeeld. Maar de actie baatte hem niet: Wilders verdween uit de Kamer om daarin pas eind 2002 als vervanger terug te keren.

Dan keert het tij in de partij voor Wilders: zijn eigenzinnigheid wordt beloond met een veertiende plaats op de VVD-lijst van januari 2003. Na de verkiezingen wordt hij buitenlandwoordvoerder.

In zijn niet-aflatende strijd tegen het `moslimextremisme' grossiert hij in krachtige kwalificaties. Zo bepleitte hij vorig jaar, met collega-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali in een opiniestuk in deze krant, een `liberale Jihad' tegen islamitisch extremisme, waarvoor desnoods de religieuze vrijheden tijdelijk aan de kant kunnen worden gezet. Het hoogtepunt in de verbale escalatie was begin dit jaar, in een interview van Wilders met HP/de Tijd. Daarin zei hij dat hij ten opzichte van moslims ,,niks integratie, maar assimilatie'' nastreefde: ,,Thuis lopen ze maar met hoofddoekjes op en slachten ze hun schapen, daarbuiten gedragen ze zich als ieder ander''. Ook zei hij dat hij, als hij minister was, meteen een verbod op hoofddoekjes zou invoeren: ,,En laat daarna de hoofddoekjes maar wapperen op het Malieveld. Ik lust ze rauw.''

Deze opmerkingen gingen de VVD-fractie – door Wilders als `grijze muizen' omschreven – te ver. Urenlang vergaderde de fractie over Wilders' uitlatingen en daarna verontschuldigde het Kamerlid zich voor zijn woordkeuze, zij het niet zijn denkbeelden.

Veel politieke vrienden heeft hij niet. Hirsi Ali, met wie Wilders zich zozeer verbonden voelt dat hij een kleurenfoto van een gemeenschappelijk optreden op zijn Kamer heeft staan, zegt dat zij het ,,100 procent met hem eens is over het gevaar van het islamitisch terrorisme''. Maar zijn voorkeur voor een onversneden rechtse VVD zegt zij niet te delen. Kamerlid Fadime Örgü zegt dat ,,Geert vrij alleen staat in zijn neiging om in elk hoofddoekje een terrorist te zien. Natuurlijk moeten we scherper zijn op het terrorisme en veiligheidsbelangen. Maar het is antiliberaal te bepleiten dat de overheid zich gaat bemoeien met zoiets individueels als kledingkeuze.''

Anderen in de fractie, die anoniem wensen te blijven, verwijten Wilders dat hij wel veel stampei maakt en soms in zeer forse bewoordingen het kabinet en individuele ministers kritiseert, maar zonder oog voor het politieke effect. ,,Je kunt wel zeggen dat je Balkenende of een ander niet vertrouwt, maar dat kun je maar één keer doen. En als je er geen actie, een poging om hem ten val te brengen, op laat volgen, neemt niemand je verder meer politiek serieus'', aldus zo'n criticus.

Maar er is in partijkring ook waardering. ,,Ik ben helemaal niet tegen zulke sterke persoonlijkheden'', zegt VVD-voorzitter Van Zanen. ,,Ik ben het niet eens met alles wat hij zegt, maar in het algemeen moeten politieke partijen zich er rekenschap van geven dat in de politiek persoonlijkheden steeds belangrijker worden. En ja, die wijken al gauw af, natuurlijk. Maar als we dat niet doen, bestaat het gevaar dat persoonlijkheden de partijen gaan `opeten', zoals Fortuyn liet zien. Het is natuurlijk wel noodzakelijk dat we die personen wat `beschaafde traditie' meegeven''.

De scherpste kritiek op Wilders komt van buiten de VVD, en van buiten het parlement. ,,Ik vind dat hij zeer selectief en opvliegerig bezig is'', meent bijvoorbeeld Ilham Akel, directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders. Naar zijn mening is de aandacht voor het islamitisch terrorisme, zoals Wilders die vertolkt, buiten proportie en hij verdenkt de VVD'er ervan op deze wijze wel degelijk migranten in het algemeen, en in het bijzonder die uit moslimlanden, in een kwaad daglicht te willen stellen. Akel: ,,Ik verwacht van een volksvertegenwoordiger dat hij meer nadenkt en meer de wet centraal stelt dan zijn eigen mening. Ik denk dat het effect van het optreden van Wilders, en ook van andere politici, voornamelijk is dat velen uit de migrantengemeenschap zich terugtrekken in hun eigen leven en denken: roept u maar.''

Maar Wilders laat niet af: ,,Desnoods stel ik nog duizend Kamervragen over het moslimterrorisme.'' En inmiddels roert hij zich ook in zijn partij. Weliswaar verafschuwt hij de naar zijn smaak veel te linkse koers van fractievoorzitter Van Aartsen. Maar toch: ,,Van Aartsen moet zo snel mogelijk de politiek leider worden, en niet Zalm. Van Aartsen en niemand anders moet ook de lijsttrekker en kandidaat-premier worden. Het zou goed zijn als de VVD daarover zo snel mogelijk besliste en niet wachtte op verkiezingen.''