Kamermuzikale Mahler

Aan de Negende symfonie van Mahler hoort niets vooraf te gaan, en er behoort ook niets dan stilte op te volgen. Zo geïsoleerd wordt het anderhalf uur durende werk terecht bijna altijd uitgevoerd, maar in de Matinee dirigeerde dirigent Iván Fischer eerst nog de Vierde symfonie van Schubert als `tragische' opmaat.

Het is geen toeval dat dood en afscheid de thema's zijn van dit concert, dat morgenavond op 4 mei door de radio wordt uitgezonden. En hoewel verpletterend omvangrijk, werkte de combinatie tussen Schuberts Vierde en Mahlers Negende inhoudelijk inderdaad uitstekend.

Onder Fischer klonk Schuberts Vierde symfonie in structuur en frasering klassiek, in de overkoepelende onstuimigheid romantisch. Daarbij werd de aandacht getrokken door de opmerkelijke opstelling, met contrabassen als ronkend fundament middenachter en houtblazers als solistisch octet vooraan rondom de dirigent.

Zo'n experiment is typerend voor Fischer, die zijn Boedapest Festival Orkest in 1983 oprichtte als `reformorkest' met de mentaliteit van een strijkkwartet.

De Negende symfonie van Mahler werd vorige week nog in het Concertgebouw gespeeld door de Wiener Philharmoniker onder Bernard Haitink. In verhouding tot die zeer rauwe Negende, klonk de visie van Fischer zinnelijk, verhalend en minder onstuimig, al liet ook hij zijn musici in het Scherzo kermisachtig doldraaien.

De grote troef van het Boedapest Festival Orkest, het beste symfonieorkest van Oost-Europa, ligt inderdaad besloten in de kamermuzikale instelling, die bij voorbeeld – in het slotdeel zorgde voor een cellosolo die zich als vloeibaar met zijn eigen klagend lied uit het geheel verhief.

Uniek zijn ook de écht nauwelijks hoorbare, ultiem breekbare pianissimi van dit orkest, dat – ondanks de enorme bezetting, óók in Schubert – zelfs in de tutti-passages in staat is tot een zeldzame vorm van collectief muzikaal fluisteren.

Met een duur van nauwelijks meer dan 75 minuten was dit volgens de klok een snelle Negende symfonie. Maar voor het gevoel nam Fischer alle tijd, en klonk zijn Mahler doordacht, slechts waar nodig (Ländler) plomp en zeldzaam subtiel in de uitwerking van details. Volgende week donderdag klinkt de Negende opnieuw, dan bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Valery Gergjev.

Concert: Boedapest Festival Orchestra o.l.v. Iván Fischer. Programma: F. Schubert: Symfonie nr 4; G. Mahler: Symfonie nr. 9. Gehoord: 1/5 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 4/5, 20 uur.