Inlichtingendienst mogelijk aangezet tot mishandeling

Het Amerikaanse ministerie van Defensie is een onderzoek begonnen om na te gaan of personeel van de militaire inlichtingendienst heeft aangezet tot mishandeling van gevangenen in Irak. Dat heeft generaal Richard Myers, chef-staf van de Amerikaanse strijdkrachten, gisteren gezegd.

Intern onderzoek van het leger heeft aangetoond dat de commandostructuur in de Abu Ghraib-gevangenis buiten Bagdad niet functioneerde en dat officieren van de militaire inlichtingendienst van een lagere rang zonder toestemming en toezicht onopgeleide reservisten de verantwoordelijkheid gaven voor de bewaking van de Iraakse gevangenen. In de Abu Ghraib-gevangenis zouden op grote schaal gevangenen mishandeld zijn door hun Amerikaanse bewakers en ondervragers.

Het leger voert al sinds januari een onderzoek uit naar mishandeling en misbruik door Amerikaanse militairen in Irak en heeft daarvoor inmiddels zes militairen van de militaire politie-eenheid die in Abu Ghraib gestationeerd was aangeklaagd. Maar de zaak kwam pas echt aan het rollen nadat foto's van Iraakse gevangen die door Amerikanen werden mishandeld op de Amerikaanse televisie verschenen.

Generaal Myers hield gisteren in het CBS-programma Face the Nation vol dat de mishandeling die aan het licht is gekomen het werk was van ,,een kleine groep'' militairen. Maar hij erkende ook dat hij een rapport van het leger over de kwestie nog niet had gelezen.

Het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker heeft de hand weten te leggen op dat 53 pagina's tellende rapport, dat in februari werd opgesteld. Daaruit blijkt dat twee functionarissen van de militaire inlichtingendienst en twee werknemers van een Amerikaans civiel bedrijf dat diensten levert aan het leger, een hoofdrol hebben gespeeld in de mishandelingszaak in Abu Ghraib.

Generaal Janis Karpinski, die de verantwoordelijkheid had over de zes militairen die inmiddels zijn vastgezet, heeft tegenover de Amerikaanse krant The New York Times gezegd te vermoeden dat zij en andere reservisten de schuld dreigen te krijgen van een zaak die door de militaire inlichtingendienst zou zijn opgezet.

Gesprekken met Iraakse gevangenen en mensenrechtenactivisten hebben een beeld geschetst van een gevangeniswezen dat vooral uit is geweest op informatie en veel minder op het straffen van criminelen. Vrijgelaten Iraakse gevangenen hebben verteld dat langdurige ondervraging, onthouding van slaap, langdurige isolatie, dreigementen, fysieke uitputting en vernedering aan de orde van de dag waren. De 2.500 tot 7.000 Irakezen die nog gevangen zitten, zouden nog altijd op die manier worden behandeld door hun bewakers.