Hamburg: machtig maestoso

Towers and Bridges heette het eerste grote orkestwerk dat Jeff Hamburg (1956) in 1981 componeerde en The wild waters that roar is de titel van zijn nieuwste compositie voor groot orkest. Het stuk maakte zondag in het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg golven van enthousiasme los bij een geïnspireerd Radio Symfonie Orkest, met dirigent Eri Klas.

Twee composities van dezelfde componist, maar met welk een wereld van verschil! Nadat Hamburg het te accademische klimaat op de universiteit in de Verenigde Staten was ontvlucht, nam hij compositieles bij Louis Andriessen in Den Haag. Towers and Bridges was dan ook uitgesproken Haags, hoekig en hard. Maar met Schuylkill (1995) kwam een omslag. Deze ode aan een rivier uit zijn geboortetreek biedt doorstromende muziek, zelfs vaag refererend aan Smetana's De Moldau. En zijn nieuwste werk is nog weer weelderiger romantisch uitgevallen, als een fonkelend organisme in azuren en zilveren tinten.

De titel verwijst naar een zinsnede uit Shakespeares The Tempest. Hamburg had er liefst een opera naar willen schrijven, zoals ook Ligeti overwoog. Het zou een melodieus en magisch drama moeten worden, dat hij uiteindelijk verwierp als te pretentieus. Frank Martin realiseerde wel degelijk een opera Der Sturm. De elegante Songs of Ariel daaruit worden nog regelmatig uitgevoerd.

De invloed van Debussy is evident en dat geldt ook voor Hamburgs werk. De deinende massa's in schitterend golvende slierten onder glinsterende trillers verwijzen duidelijk naar de stijl van Debussys La mer. Hamburg begint weliswaar intiem in het fluweel van Engelse hoorn en fagot, expressief en mysterieus, maar al spoedig voert zijn muziek naar allesbehalve intieme koperfanfares die een machtig maestoso inleiden. Dat is steeds meer het handelsmerk van deze componist: brandend schuimend en allesbehalve hoekig hard, zoals eens in zijn Haagse studieperiode.

Concert: RSO o.l.v. Eri Klas. Gehoord: 2/5 Vredenburg Utrecht. Radio 4: 7/5 20.00 uur.