`Googelen' met geld

De oprichters van Google gaan een hoop geld verdienen. Net als de medewerkers en vroege investeerders in dit Amerikaanse bedrijf dat een populair zoekprogramma heeft ontwikkeld dat internet toegankelijk maakt. Google kondigde vorige week aan dat het naar de beurs gaat. Niet op de gebruikelijke manier door de aandelen voor een tevoren bepaalde koers te verkopen, maar door middel van een veiling. Beleggers kunnen inschrijven en de hoogste bieders zullen de aandelen bemachtigen. Google heeft al het werkwoord `googelen' opgeleverd als omschrijving van zoeken op internet; het introduceert nu ook goochelen met geld. Sergey Brin en Larry Page, de twee studenten die Google in 1998 oprichtten, kunnen zich binnenkort miljardairs noemen.

Google's beursgang betekent niet dat de luchtbel van internet terug is, een hype die begin 2000 zijn grootste omvang bereikte toen financiers over elkaar struikelden om ieder idee dat `iets met internet' had, te omarmen. Sindsdien heeft zich een dramatisch proces van consolidering voorgedaan. Beurskoersen zijn gekelderd, beleggers hebben hun geld zien verdampen, ICT-bedrijven zijn opgeheven, samengegaan of een stille dood gestorven. De overlevers zijn er sterker uitgekomen, technologische vernieuwingen gaan onverminderd door en nieuwe bedrijven kunnen doorbreken. Internet is ondertussen zo'n vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven geworden dat gebruikers amper beseffen dat het massagebruik nog maar enkele jaren gemeengoed is.

In de traditie van Silicon Valley laat Google zich graag op zijn andere manier van bedrijfsvoering voorstaan. Dat medewerkers er bijvoorbeeld gebruik kunnen maken van gratis wasmachines op het werk is natuurlijk aardig, maar de oprichters schrikken er evenmin voor terug om de gevestigde opvattingen op Wall Street uit te dagen. Door te kiezen voor een veiling van de aandelen verlenen ze minder macht aan de bankiers die bedrijven gewoonlijk naar de beurs brengen. Bovendien nemen Page en Brin afstand van de hijgerige Amerikaanse gerichtheid op de korte termijn. Ze zullen geen kwartaalcijfers bekendmaken, de rechten van de aandeelhouders blijven beperkt en zelf houden ze een doorslaggevende stem in de bedrijfsvoering. ,,Een managementteam dat afgeleid wordt door doelstellingen op de korte termijn is even zinloos als iemand die een dieet volgt en die ieder half uur op de weegschaal gaat staan'', schrijven ze in een `Owners' Manual' ter gelegenheid van de beursgang. De druk om ieder kwartaal spectaculaire groeicijfers te produceren heeft mede geleid tot de boekhoudschandalen en waanzinnige overwaardering van bedrijven. In zekere zin kiezen de oprichters van Google voor het Europese bedrijfsmodel: de lange termijn en de zeggenschap van het management staan voorop.

Terwijl aan de Amerikaanse droom van student tot miljardair weer een nieuw hoofdstuk wordt toegevoegd, rommelde het in Nederland nog even na over de inkomens van topondernemers. Premier Balkenende en oppositieleider Bos hekelden de inkomensstijgingen voor de top van ING en de instemming hiermee van oud-premier Kok, die commissaris is bij deze bank en verzekeraar. Nu is de winst bij een beursgang voor de oprichters van een bedrijf iets anders dan de beloning van de bestuurders van een gevestigde onderneming. Maar met de discussies over de hoogte van salarissen lijken Nederlandse politici uit het oog te verliezen dat in het bedrijfsleven financiële prikkels medebepalend zijn voor de prestatie. Daarop moet het management worden afgerekend; daarvoor zou men moeten worden beloond. Zouden Balkenende en Bos de miljarden voor Page en Brin ook `excessief' vinden als beleggers bereid zijn die op te brengen? Financiële prikkels stimuleren in het beste geval de gretigheid om risico's te dragen, vernieuwingen te bedenken en een startersbedrijf als Google tot een wereldsucces te maken. Kortom: ondernemerschap.