Fascist

Een tijdje terug ging het hier over de gevoelswaarde en de betekenisuitbreiding van het woord deportatie. En wat je hierover kunt vinden in onze woordenboeken. Dat viel tegen. Ik vroeg mij af hoe het fascist in de woordenboeken was vergaan, een ander woord dat door de Tweede Wereldoorlog besmet is geraakt, en niet zo'n beetje ook. In de jaren zestig en zeventig was het in linkse kringen gebruikelijk om rechtse of extreem-rechtse politici uit te maken voor fascisten. En ook politieagenten kregen het geregeld naar hun hoofd geslingerd. Meerdere keren heeft dit tot juridische procedures geleid.

Fascist mag dus een uiterst beladen scheldwoord heten. Net als de meeste scheldwoorden heeft het een diffuse betekenis, maar het wordt vaak gebruikt voor `racist, rechtse klootzak' of voor `reactionair, onverdraagzaam persoon'.

Mij is weleens verweten dat ik te vaak onaardige dingen schrijf over de Grote Van Dale – dat ik die te dikwijls wijs op fouten en omissies. Dat is bijna onvermijdelijk, want de Grote Van Dale is nu eenmaal ons omvangrijkste en in vele opzichten ons beste woordenboek. Maar goed, ik zal er nu wat meer woordenboeken bijhalen. Wat schrijft Van Dale Hedendaags Nederlands bijvoorbeeld bij fascist? Kent dit woordenboek, waarvan de jongste editie verscheen in 2002, fascist als scheldwoord?

Nee. Volgens Van Dale Hedendaags Nederlands is een fascist alleen een `aanhanger van het fascisme'. Ook Koenen, Kramers en het Groene Woordenboek van de Sdu beperken zich hiertoe. En inderdaad, ook de Grote Van Dale kent fascist alleen als `voorstander, aanhanger van het fascisme' dan wel `lid, c.q. afgevaardigde van een fascistische partij'. Niks geen scheldwoord.

Is er dan helemaal geen algemeen verklarend woordenboek te vinden waarin andere betekenissen van fascist zijn vastgelegd? Toch wel. Het Vlaamse woordenboek van Verschueren kent fascist als `persoon die zich verzet tegen een democratisch regime', maar dat lijkt me eerder een nuancering op de politieke definitie dan een omschrijving van het scheldwoord.

Gelukkig hebben we nog het Woordenboek der Nederlandsche Taal, het wetenschappelijke woordenboek van het Nederlands. In de in 2001 gepubliceerde aanvullingen op dit woordenboek staat als tweede betekenis van fascist: ,,Bij uitbreiding: iemand met fascistische denkbeelden; onverdraagzaam, reactionair persoon. Ook als scheldwoord.'' Als voorbeeld geeft dit woordenboek onder meer een citaat, uit 1942, uit het dagboek van Anne Frank: ,,De man [...] had in mijn verbeelding steeds groter vormen aangenomen, op het laatst leek hij op een reus en was zo'n fascist als er geen ergere bestaat.''

Ik bedoel maar: het kan soms vele decennia duren voordat nieuwe betekenissen, zelfs al worden die zeer algemeen gebruikt, door onze woordenboeken worden vastgelegd. Dat komt bij allerlei woorden voor, maar het zou interessant zijn om eens speciaal te kijken naar woorden als nazi, collaborateur, NSB'er enzovoort, naar woorden dus die vanwege de Tweede Wereldoorlog een heel bepaalde gevoelswaarde of betekenis hebben gekregen.

Ik kan u alvast vertellen dat NSB'er er in onze woordenboeken even bekaaid afkomt als fascist. De woordenboeken die het kennen, en dat zijn ze lang niet allemaal, beperken zich – inderdaad – tot `lid van de Nationaal-socialistische Beweging'. Maar kennen wij NSB'er alleen maar in die historische betekenis? Welnee. Zoek drie minuten op internet en je komt dingen tegen als ,,de NSB-er van de eeuw'', ,,x is een Neo-NSB-er'', ,,vuile stinkende NSB-er'' en ,,ongelofelijke bluffende stinkende NSB-er''. Kortom, NSB'er is een scheldwoord geworden, dat zoveel betekent als `(land)verrader, verklikker, (rechtse) rotzak'. Ik vermoed dat het al decennialang op deze manier wordt gebruikt, maar ook de overdrachtelijke betekenis van dít woord is niet door onze woordenboeken vastgelegd. Toeval? Ik geloof er niks van. De Tweede Wereldoorlog heeft bepaalde woorden besmet, en ook woordenboekmakers zijn bang daar hun vingers aan te branden.

Reacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl