De zware symboliek van een cafétafel

Zijn toneelpersonages voorgoed verdwenen nadat het doek is gevallen? Afgelopen zaterdagavond lieten Will van Kralingen en Eric Schneider tijdens een galapremière, in aanwezigheid van koningin Beatrix, zien dat karakters onsterfelijk zijn. Maar of het hen goed vergaat, is een tweede. Regisseur Erik Vos, voormalig artistiek leider van De Appel, gebruikt in Naspel (2002) van de Ierse schrijver Brian Friel het weidse decor van de Koninklijke Schouwburg om er slechts twee breekbare figuren neer te zetten. Andrej uit de Drie Zusters en Sonja uit Oom Wanja, beide van Anton Tsjechov.

Dit Naspel heeft een veelkleurig verleden. Allereerst bracht de Russische regisseur Peter Sjarov in dezelfde schouwburg een voorstelling van Tsjechovs De kersentuin. De herinnering hieraan leeft al meer dan veertig jaar voort onder het Haagse publiek. Bovendien vertolkten Schneider en Van Kralingen belangrijke rollen in Vos' regie van Oom Wanja uit 1984. En nu brengt Friel dit tweetal samen in een koffiehuis in Moskou, het is 1922. Ontwerper Tom Schenk kiest niet voor het bedompte. Metershoge witte doeken schermen de ruimte af, herkenbaar uit eerdere regies van Vos. De talloze lege tafels en stoelen, verspreid staand op een hellende ondergrond, benadrukken de desolate sfeer en de nietigheid van de twee bezoekers.

Een cafétafel is geen zielloos ding. Mensen hebben elkaar verliefd of kwaad aangekeken over zo'n tafeltje. Cineast Frans Weisz maakte op verzoek van Vos een film waarin de lotgevallen van een tafel de laatste eeuw van de Midden-Europese geschiedenis symboliseren. Het meubelstuk ligt op de vuilnisvaalt, drijft over de rivier, krijgt telkens een nieuwe bestemming door mensen met hoop in hun ogen. En raakt weer haveloos. De symboliek is zwaar aangezet, weliswaar gevangen in sprekende beelden, maar ongewild sleept dit intro de voorstelling mee in een te verstikkende atmosfeer. In de tekst echter speelt het tafeltje geen rol. De bedoeling van Weisz' ontging me dan ook. Het is te veel, leidt af.

Hoewel Tsjechov garant staat voor de grondtoon van melancholie, is het stuk lichtzinnig en zelfs frivool. Andrej is in zijn tweede leven al net zo'n opschepper als in zijn eerste. Hij doet zich aan Sonja voor als een vermaard violist bij de opera, repeterend aan La Bohème. In werkelijkheid is hij straatmuzikant. `Verzinseltjes' noemt hij zijn leugens. Ook Sonja liegt om eigen bestwil én om hem te vleien. Aan het slot komen ze erachter dat die leugens nergens goed voor zijn en gaan ze voorgoed hun eigen weg. Wat ze zich herinnerden waren rollen in een toneelvoorstelling en geen echte levensgebeurtenissen. Ze zijn door kunst misleid. Het blijkt onmogelijk de kunst opnieuw authentiek als de werkelijkheid te laten zijn.

Er zitten subtiele verwijzingen naar Tsjechovs toneelwerk in Naspel. Je zou het een fictieve biografie over twee toneelfiguren kunnen noemen. Regisseur Vos zet de lijn van zijn eerdere Tsjechovs bij De Appel voort: een stijl van mededogen waaraan een lichte agressiviteit niet vreemd is. Naarmate de voorstelling vordert, groeien Schneider en Van Kralingen in hun rol. De eerste maakt van Andrej een vrolijke leugenaar, niet zonder trots op zijn fabels. Will van Kralingen zinkt steeds dieper weg in dezelfde wezenloze sfeer als haar zielsverwanten, de Drie zusters. Ze bestaan voort, toneelpersonages, maar de tragiek waarmee ze eens door hun auteur zijn opgezadeld vergeten ze nooit. Dat is de treurige boodschap van dit Naspel.

Voorstelling: Naspel van Brian Friel door het Nationale Toneel. Gezien: 1/5 Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Aldaar t/m 22/6. Inl: 070-3181444 of www.nationaletoneel.nl.

    • Kester Freriks