De ijsvloer kleurt donkerrood

Terwijl in Tsjechië het WK ijshockey voor A-landen aan de gang is, nadert de Noord-Ameri- kaanse profcompetitie NHL zijn ontknoping. In mineur, want de glans is verdwenen. Portret van de `No Hope League'.

Popster Janet Jackson veroorzaakte vier maanden geleden opschudding in het puriteinse Amerika door al dan niet opzettelijk haar rechterborst te (laten) ontbloten. Maar wat te denken van Todd Bertuzzi? Sinds hij zijn tegenstander Steve Moore van Colorado Avalanche op 8 maart bijna het licht uit de ogen sloeg, kennen ook niet-ijshockeyingewijden in de Verenigde Staten de naam en belangrijker de faam van de meedogenloze aanvaller van de Vancouver Canucks.

Hardcore ijshockeyfans kunnen niet genoeg krijgen van de huiveringwekkende beelden, die op internet dan ook gretig aftrek vinden: Moore, met het voorhoofd op het ijs badend in zijn eigen bloed, na een onverhoedse aanval (in de rug) en een paar ferme klappen na van Bertuzzi. This is what hockey is all about! IJshockey is niet alleen een gevecht met puck en stick, nee, ijshockey is ook en misschien wel vooral een zeer stoere sport voor al even viriele mannetjesputters die niet bevreesd zijn voor een stootje, en die kunnen incasseren én uitdelen. Met stip is het Bertuzzi/Moore-incident binnengekomen in de `toptien van roemruchte aanslagen' uit 's werelds beste en grootste ijshockeycompetitie, de North American Hockey League (NHL).

Voor wat het waard is, want de schade die is aangericht door het 29-jarige heethoofd van de Canucks is vele malen groter dan de gebroken nek die hij Moore bezorgde. Brute kracht is aan de macht, technisch verfijnd ijshockey als het al te zien is van ondergeschikt belang. Dát maakte Bertuzzi op die bewuste maandagavond duidelijk, toen de voormalige All Star-speler een openstaande rekening vereffende. Eerstejaars professional Moore (25) was dan weliswaar het slachtoffer dat van geluk mocht spreken dat hij de aanslag overleefde, het werkelijke slachtoffer van de barbaarse daad was de NHL zelf.

Velen zagen in Bertuzzi's dollemansactie immers het zoveelste bewijs dat de overkoepelende ijshockeymoloch zich onttrekt aan de fatsoensnormen, zoals die elders in de burgermaatschappij gelden. Een speeltuin van en voor een stelletje dolgedraaide idioten, dat tegen zichzelf in bescherming moet worden genomen voordat er doden vallen, betoogden de Noord-Amerikaanse media vrijwel unaniem. Zij waren niet de enigen. Premier Paul Martin van het ijshockeymaffe Canada riep de NHL-bazen op ,,zo snel mogelijk schoon schip te maken'' en ,,te stoppen met deze boevenmaskerade die wordt gepresenteerd als sport''.

Voormalige grootheden als Wayne Gretzky, de levende ijshockeylegende uit Canada en van de laatste technisch begaafde NHL-spelers, moesten eraan te pas komen om de (imago)schade binnen de perken te houden. Maar veel verder dan de platitude dat ,,de emoties in onze sport soms hoog oplopen'' kwam The Great One niet. De boeman zelf verklaarde doodleuk ,,het zo absoluut niet bedoeld te hebben''. Bertuzzi had slechts gedaan wat iedere collega gedaan zou hebben na een niet-bestrafte charge op een ploeggenoot: wraak nemen. Hij had zijn opdracht misschien iets te serieus genomen, maar ach: it's all in the game.

Vrijwel niemand was onder de indruk van wat niets eens leek op een mea culpa. Integendeel: commentatoren tuimelden over elkaar heen in hun afschuw en verontwaardiging over het zoveelste staaltje van moreel zedenverval in de enige professionele sport, die wraakacties à la Bertuzzi op basis van de eigen (ongeschreven) wetten gedoogd en volgens sommigen zelfs stiekem aanmoedigt. `Bloed verkoopt' is de leidraad van de NHL-bazen, weten zij. En wat extra publiciteit, hoe onsmakelijk de aanleiding dan ook mag zijn, kan de noodlijdende competitie wel gebruiken, nu de belangstelling van zowel pers als publiek de laatste jaren tanende is. In de Verenigde Staten dreigt het ijshockey al enige tijd voorbij gestreefd te worden door wat nu nog de nummer vijf op de ranglijst der populairste sporten is: autoracen. Ook golf zit op het vinkentouw.

Dat verklaart de aanvankelijk wat laconieke reactie van de beleidsmakers. ,,Geen commentaar'', liet de persafdeling van de NHL daags na het voorval weten. Om een dag later, toen bleek dat de publieke opinie geen genoegen nam met die lafhartige mededeling, een aantal NHL-kopstukken op de media af te sturen. Bertuzzi's actie verdiende niet de schoonheidsprijs, was toen ineens de boodschap. Maar de zondaar een levenslange schorsing opleggen? Nee, dat ging de hoge heren te ver. Bertuzzi werd voor de rest van het seizoen verbannen van de ijsvloer en voor een half miljoen gekort op zijn jaarsalaris van ruim drie miljoen dollar. Komend seizoen mag hij `gewoon' weer aanschuiven voor de strijd om de Stanley Cup.

Met die als mild ervaren straf laden de NHL-bazen de verdenking op zich dat zij het geweld en het bijbehorende macho-gedrag eerder goed- dan afkeuren. Bang als ze zijn dat hun zo zorgvuldig gecultiveerde en o zo mannelijke product langzaam maar zeker verwordt tot a sport for sissy's: een sport voor watjes en (dus) voor meisjes, net als soccer (voetbal) en nog erger fieldhockey (veldhockey). Dat is het nachtmerrie-scenario voor iedere Amerikaanse sportbestuurder.

Niemand die zich wel vervreemden van de eigen achterban en die achterban, goed voor zestig procent van de jaarlijkse omzet (twee miljard dollar), wil niets liever dan regelmatig een stevig gevecht. Ruim een week na Bertuzzi's ontsporing bleek uit een opiniepeiling van Hockey News dat slechts drie procent van de ondervraagden een afkeer heeft van knokpartijen op het ijs. De rest keurt een robbertje vechten goed en/of juicht het haantjesgedrag zelfs toe. Omdat de klant zeker in Amerika koning is, krijgt het publiek wat het wenst: een doelpunt, een assist én een gevecht. De ijshockeyer die aan die drie kwaliteitseisen voldoet, is een held die door zijn werkgever als zodanig wordt betaald.

Maar het geld is op. Want dat is, naast het voortsluimerende geweld, een tweede tijdbom. Na het rampseizoen 2001-'02 (verlies 218 miljoen dollar) sloten de dertig bij de koepelorganisatie aangesloten clubs het voorbije seizoen af met een negatief saldo van 273 miljoen. Grootste boosdoener: de spelerssalarissen. Die zijn in tien jaar verdrievoudigd: van gemiddeld 572.000 naar 1,8 miljoen dollar.

Geen wonder dan ook dat NHL-voorman Gary Bettman, in navolging van zijn collega's uit de andere drie andere grote profsporten (basketbal, honkbal en American football), aandringt op een grootscheepse financiële reorganisatie. Met het instellen van een salarisplafond als voornaamste wapen in de strijd tegen de malaise. Een keuze is er niet. Geen salary cap betekent volgens Bettman en de zijnen dat de elf gezonde clubs door de negentien noodlijdende ondernemingen onherroepelijk zullen worden meegesleurd in hun val.

Het is een simpele rekensom, maar zo makkelijk geeft de spelersvakbond zich niet gewonnen. Al maanden levert de machtige NHL Players' Association een verbeten strijd met de directie van de profliga, en het einde van de loopgravenoorlog is nog niet in zicht. Op 15 september, aan de vooravond van het nieuwe seizoen, loopt de huidige arbeidsovereenkomst tussen de twee kemphanen af. Een grootschalige spelersstaking dreigt, en in het verlengde daarvan: het einde van de NHL.

Om hun argumenten kracht bij te zetten, heeft de NHL-directie een speciale website (www.nhlcba.com) geopend. Zodat het publiek met eigen ogen kan zien hoe wankel het fundament is. Maar weinig fans die het willen geloven, maar de competitie die momenteel zijn ontknoping nadert met de play-offs is op sterven na dood. Niet voor niets hebben cynici een toepasselijke bijnaam bedacht voor de liga die met zichzelf overhoop ligt: No Hope League.