Castro schoffeert Mexico en Peru

Mexico en Peru hebben hun ambassadeurs teruggeroepen uit Havana na scherpe kritiek van de Cubaanse president Fidel Castro. Mexico zet bovendien de Cubaanse ambassadeur het land uit.

Castro verketterde in zijn 1 mei-toespraak de Latijns-Amerikaanse regeringen die vorige maand op de jaarlijkse zitting van de mensenrechtencommissie van de VN Cuba veroordeelden om de slechte mensenrechtensituatie. Castro noemde hen ,,zwakkelingen'', niet in staat hun buitenlands beleid te bepalen zonder hulp van Amerika. Met name de reputatie van Mexico, ooit een van de belangrijkste bondgenoten en het enige land dat nooit zijn diplomatieke relatie met Cuba verbrak, is ,,tenietgedaan'', zei Castro.

Mexico kondigde aan de diplomatieke banden te beperken totdat ,,wordt voldaan aan de voorwaarden voor vriendschap en respect die een relatie tussen landen moeten karakteriseren''. Minister van Buitenlandse Zaken Luís Ernesto Derbez zei dat niet alleen Castro's toespraak, maar ook een verklaring van zijn Cubaanse collega Felipe Perez Roque over een corruptieschandaal in Mexico, en de uitlevering van een Mexicaan die hierbij betrokken was, tot het besluit hebben geleid. Volgens Mexico wil Cuba de ,,binnenlandse politiek'' beïnvloeden.

Ook zouden twee leden van de communistische partij met diplomatieke paspoorten in Mexico-Stad hebben geprobeerd de regering-Fox in diskrediet te brengen. ,,De Mexicaanse regering heeft besloten het niveau van bilaterale betrekkingen te verlagen. Dit betekent dat de politieke dialoog voorbij is'', aldus de minister van Buitenlandse Zaken.

Peru sprak van ,,beledigende'' opmerkingen. Castro noemde de Peruaanse leider Toledo een ,,leider zonder macht''.