Belangrijkste verdachte meldt zich

De meestgezochte man van Servië heeft zich gisteren bij de politie gemeld: Milorad Lukovic, alias Legija, hoofdverdachte van de moord op premier Zoran Djindjic, gaf zich aan bij agenten die zijn huis in Belgrado bewaakten.

De nu 39-jarige Lukovic diende in de jaren tachtig zeven jaar lang bij het Franse Vreemdelingenlegioen – vandaar zijn bijnaam. Hij was in de jaren negentig lid van de Servische militie van de crimineel, politicus en zakenman ˇZeljko Raznatovic, alias Arkan, die betrokken was bij etnische zuiveringen in Kroatië, Bosnië en Kosovo, en leidde vervolgens een speciale eenheid van de Servische geheime dienst, de Rode Baretten. Die eenheid heeft zich ook schuldig gemaakt aan moord en etnische zuiveringen tijdens de oorlogen in ex-Joegoslavië. Na de val van Slobodan Miloševic ontsloeg premier Djindjic Lukovic en ontbond hij de Rode Baretten. Talrijke leden van de eenheid sloten zich vervolgens aan bij de Bende van Zemun, die al snel het grootste maffianetwerk van Servië werd. Lukovic gaf volgens de Servische justitie opdracht voor de moord op Djindjic 12 maart vorig jaar.

Na de moord dook Lukovic onder. Hij zou de premier hebben laten vermoorden omdat die van plan zou zijn geweest hem en een aantal andere kopstukken van de Bende van Zemun uit te leveren aan het Joegoslavië-tribunaal en omdat hij een begin wilde maken met de uitschakeling van de machtige georganiseerde misdaad. Lukovic staat sinds december vorig jaar met twaalf anderen bij verstek terecht wegens de moord op Djindjic. De kogel die Djindjic doodde, werd afgevuurd door Zvezdan Jovanovic, vroeger plaatsvervanger van Lukovic als chef van de Rode Baretten, later overgestapt naar de Bende van Zemun. Jovanovic heeft de moord bekend, maar zijn bekentenis later ingetrokken.

Lukovic was – volgens de justitie – ook de man die in 1999 opdracht gaf voor een moordaanslag op Vuk Draškovic, toen een van de leiders van de oppositie tegen Slobodan Miloševic. De aanslag mislukte en Draškovic is nu minister van Buitenlandse Zaken van de unie Servië-Montenegro.

Lukovic zou in 2000 ook hebben gezeten achter de ontvoering van en moord op de vroegere Servische president en partijleider Ivan Stambolic, de mentor van Miloševic die zich later tegen hem keerde en die van plan was zich in 2000 kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen. Stambolic werd op klaarlichte dag in Belgrado ontvoerd; pas drie jaar later, na de moord op Djindjic, werd zijn anonieme graf gevonden op een berghelling buiten Belgrado.