'Wij weten niet waarom we iets doen'

Freuds theorie dat we door ons onbewuste worden geregeerd is al een paar keer naar de schroothoop verwezen. Maar de Amerikaanse psycholoog Tim Wilson heeft het onbewuste weer op de agenda gezet. Zijn boodschap: mensen weten niet waarom ze iets doen.

Ze weten niet waarom ze een blauwe trui aantrekken. Ze kennen zelfs de redenen niet van de grote beslissingen in hun leven.

We zijn vreemden voor onszelf.

Op de heenreis, in het vliegtuig naar Charlottesville, helpt het me om negen uur lang te denken: dit is kennelijk zijn hondse kant. De man naast me steekt zijn elleboog voortdurend vér over de leuning mijn zij in, boert hardop in zijn vliegtuigeten en gaapt om de tien minuten met meer geluid dan ik bij die lichaamsfunctie voor mogelijk had gehouden. Maar als hij naar het toilet moet, vraagt hij uiterst beschaafd, geaffecteerd bijna, of hij er even langs mag. Het kan bijna niet anders of hij ziet zichzelf als een zeer voorkomend en beleefd persoon.

Zo leg ik de theorie van Tim Wilson graag uit: mensen hebben twee karakters, twee onafhankelijk van elkaar bestaande persoonlijkheden. De ene is het karakter dat we zelf denken te hebben, ons verhaal over onszelf. Daarnaast hebben we ook nog een karakter zoals honden dat hebben, gevormd door ons gedrag en de eigenschappen die je daaruit af kunt leiden. Een hond kan verlegen of brutaal zijn, kalm of energiek, chagrijnig of goedmoedig - elke hond heeft een duidelijke persoonlijkheid, hoewel hij zich er niet bewust van is. Ook mensen hebben zo'n meer mechanische, automatische, onbewuste persoonlijkheid. En die andere persoonlijkheid kennen wij zelf niet van nature, zegt Wilson, zoals je ook niet van nature weet hoe je nieren werken. In zijn boek Strangers to Ourselves (Harvard University Press, 2002; de Nederlandse vertaling verschijnt dit najaar bij uitgeverij Contact) beschrijft sociaal psycholoog Timothy Wilson allerlei psychologisch onderzoek waaruit blijkt dat mensen meestal niet precies weten wat ze willen, wat ze voelen, waarom ze doen wat ze doen.

Dat is niet alleen het geval bij kleine beslissinkjes; een opwelling om ineens yokidrink bij je ontbijt te nemen in plaats van grapefruitsap, of om vandaag eens een blauwe trui aan te trekken. Ook als het om grote levensbeslissingen gaat, weten mensen vaak niet waar ze mee bezig zijn.

Neem mijn favoriete sociaal-psychologische onderzoek van vorig jaar, van wetenschappers uit Buffalo, waaruit blijkt dat er in Jacksonville anderhalf keer zoveel mensen wonen die Jack heten dan je op grond van het toeval zou verwachten. Amerikanen zijn van nature nogal verhuizerig, en al die extra Jacks waren speciaal naar Jacksonville verhuisd. Ook bleek uit dit onderzoek dat Amerikaanse tandartsen, dentists, bijna twee keer zo vaak Dennis heten dan Walter of Jerry. Hoe dat kan? Die plaatsen en beroepen voelen lekker. Vanwege het zogeheten 'naam-letter-effect': mensen met een gezonde hoeveelheid zelfvertrouwen houden van hun eigen naam en laten zich daar onbewust kennelijk door beïnvloeden. Het bleek dat mensen zelfs vaker trouwen met iemand met wie ze één of meer initialen delen. Niet dat mensen zelf enig idee hebben dat de letters in hun naam ermee te maken kunnen hebben dat ze zich tot een plaats, beroep of persoon aangetrokken voelen - waarschijnlijk zouden ze die suggestie als volslagen onzin afdoen. Ze weten tenslotte zelf de 'echte' reden - denken ze.

Maar mensen weten niet waarom ze iets doen.

'Mensen weten niet waarom ze iets doen.' Vakgenoten van Wilson spreken die zin regelmatig uit. Bijvoorbeeld als een jonge collega op het idee komt om 'waarom'-vragen in zijn onderzoek op te nemen, maar ook gewoon in het wild, op feestjes bijvoorbeeld. 'Nisbett en Wilson, 1977', zeggen ze er dan altijd achteraan. Een gevleugelde uitspraak is het geworden, de verwijzing naar het invloedrijke artikel van de jonge Tim Wilson en zijn toenmalige promotiebegeleider Richard Nisbett: Telling more than we can know: Verbal reports on mental processes, gepubliceerd in het psychologische toptijdschrift Psychological Review.

Het waren eenvoudige onderzoekjes. In één ervan leerden de psychologen hun proefpersonen woordcombinaties; de helft van hen kreeg onder meer het duo 'oceaan-maan' voorgeschoteld. Vervolgens moesten de deelnemers een merk wasmiddel noemen. De mensen die 'oceaan-maan' hadden geleerd, noemden tweemaal zo vaak het merk 'Tide' (getijde) als de mensen die dat woordpaar niet hadden gezien. Maar toen Nisbett en Wilson vroegen waarom ze juist dat merk noemden, kwam vrijwel niemand met de voor de hand liggende associatie 'oceaan-maan-eb en vloed' op de proppen. Het was een van de eerste studies waarin de 'priming'-techniek werd gebruikt, een nu heel gangbare manier om de hersenen van de proefpersonen als het ware 'in de grondverf' te zetten om een enigszins voorspelbare reactie uit te lokken.

Voor een ander onderzoek gingen Nisbett en Wilson op zaterdagochtend in een drukke winkelstraat voor een kledingzaak staan met een tafeltje met panties erop en een bord: 'Consumentenonderzoek, wat is de beste kwaliteit?' Ze ontdekten dat de kwaliteit er niet toe deed (de psychologen varieerden uiteraard de volgorde van de uitgestalde waar) en dat de vrouwen die kwamen langswinkelen een voorkeur hadden voor panties die rechts op de tafel lagen - alsof ze de spullen van links naar rechts beoordeelden en geneigd waren de laatste te nemen. Maar gevraagd om hun keuze te verantwoorden, begonnen de dames over zaken als glans en elasticiteit. Toen Nisbett en Wilson opperden dat de volgorde waarin de panties op tafel lagen er misschien iets mee te maken had, keken de vrouwen hen aan of ze gek waren. Op één na. Die studeerde psychologie en had net iets over het verschijnsel 'volgorde-effecten' geleerd. Maar zij vond juist de op één na meest linkse panty het mooist.

'Het was nogal gênant', zegt Timothy Wilson, terwijl hij rondvorkt in zijn vegetarische dagschotel, een mooi opgemaakte combinatie van groentengerechtjes. 'Na afloop van onze experimenten vroegen we die mensen wat er door hun hoofd was gegaan tijdens het betreffende onderzoek en bijna nooit zeiden ze iets dat ook maar enigszins leek op wat wij, op grond van de bestaande theorieën, dachten dat er door hun hoofd moest zijn gegaan.'

Spring Break

We lunchen bij Hamiltons' Contemporary American Cuisine, een kleurig, bij studenten populair restaurantje in de hoofdstraat van Charlottesville, Virginia. De buurt, een voetgangersgebied, wordt 'the downtown mall' genoemd. Dat roept beelden op van een groot Amerikaans winkelcentrum vol schoenenwinkels en roltrappen, maar met deze laagbouwstraat en zijn zijtakjes heb je het eigenlijk wel gehad. Het is rustig op straat en in de cafés, want de studenten hebben spring break, voorjaarsvakantie, maar normaal gesproken is dit het culturele hart van het stadje, dat verder vooral uit universiteitscampus bestaat. En uit uitgestrekte heuvels en brede wegen met grote vrijstaande villa's, American style, brievenbussen aan de straatkant. Een laag busje, met het stuur aan de rechterkant en het raam op brievenbushoogte, rijdt langs om de post te bezorgen. Wilson woont hier al meer dan twintig jaar en is voorlopig niet van plan te verhuizen.

En hij is trouwens ook geen vegetariër, vertelt hij, maar ik realiseer me op tijd dat het geen enkele zin heeft om hem te vragen waarom hij dan toch de vegetarische schotel heeft genomen. Mensen weten niet waarom ze iets doen. Misschien heb ik hem, hier in het restaurant, zelf 'geprimed' door te zeggen dat ik geen vlees eet? 'Ze doen hier interessante dingen met groenten', werpt hij me een paar uur later spontaan, bij wijze van small talk toe als we naar buiten stappen.

Mensen verzinnen vaak mogelijke redenen voor hun eigen gedrag omdat ze de echte oorzaak niet kennen, niet kúnnen kennen - dat is de essentie van 'Nisbett & Wilson, 1977'. En eigenlijk nog steeds van Strangers to Ourselves, waarin Wilson al het onderzoek heeft verzameld dat die gedachte ondersteunt: mensen gedragen zich in feite voor het grootste deel als bewustzijnsarme dieren, en het bewuste 'verhaal' dat we over onszelf construeren hoeft helemaal niet met ons gedrag in overeenstemming te zijn.

Het was in die tijd al helemaal een revolutionair idee. 'Mensen zeiden: hoe kún je beweren dat zoveel van het bewustzijn niet toegankelijk is!', zegt Wilson. 'Er waren echt mensen tegen ons.' Daar was het de tijd dan ook wel naar. Het behaviorisme, dat menselijk gedrag ziet als direct veroorzaakt door de omgeving, zonder enige vorm van denken, was al een aantal jaar op zijn retour. De 'cognitieve revolutie' had plaatsgevonden: psychologen meenden dat mensen geen 'black box' zijn, maar dat onze geest wel degelijk invloed heeft op wat we doen. En juist op dat moment komen er twee psychologen die beweren dat mensen helemaal geen toegang hebben tot wat zich in hun geest afspeelt. Erger nog: ze hebben het over iets 'onbewusts'. Die term was besmet door de inmiddels algemeen als onwetenschappelijk beschouwde psychoanalyse van Sigmund Freud. 'Het probleem van de psychoanalyse is dat het allemaal zo moeilijk te onderzoeken is', zegt Wilson. 'Het is heel moeilijk om systematisch te onderzoeken hoe onbewuste wensen en verlangens uit de kindertijd ons als volwassenen nog beïnvloeden in ons gedrag en in ons denken.' In de experimentele psychologie wordt de psychoanalyse nauwelijks nog serieus genomen. 'Freud wordt vandaag de dag vaker geciteerd op taalfaculteiten dan op psychologiefaculteiten. Bij de talen lijken er echt nog mensen te zijn die Freud lezen en gebruiken om literatuur te interpreteren.'

Penisnijd

Wilson stelt zich graag voor hoe het met de psychologie zou zijn verlopen als Freud nooit bestaan had. 'Dan waren we misschien eerder geweest waar we nu zijn. Ik heb een aantal negentiende-eeuwse Britse filosofen gevonden, Hamilton, Laycock, Carpenter, die al schreven over het onbewuste op een manier die veel dichter ligt bij onze huidige opvattingen - een snel, efficiënt informatieverwerkend systeem - dan bij Freuds interpretatie. Voor zover ik weet heeft Freud zelf die Britse werken niet gelezen, of hij heeft ervoor gekozen ze niet te bespreken.'

Het onbewuste van Freud, met zijn mooie verhalen over Oedipuscomplexen en penisnijd, verdringing en afweer, oogt in eerste instantie interessanter en aantrekkelijker dan zo'n kaal modern informatieverwerkend systeem, zegt Wilson. 'Freuds onbewuste is veel dynamischer, veel meer gevoed door basale driften, veel doelgerichter. Daarmee vergeleken is het moderne onbewuste vrij saai. Maar ik denk wel dat dat nu aan het veranderen is. Zodra je vandaag de dag een nieuw psychologietijdschrift oppakt, blijkt er weer iets anders onbewust te kunnen gebeuren terwijl we altijd dachten dat het bewust plaatsvond. Het is alsof de scheidslijn tussen het bewuste en het onbewuste steeds verder opschuift ten gunste van het onbewuste. In sommige opzichten verliezen we daarmee trouwens wel een gevoel van controle over onszelf.'

Dat verklaart waarschijnlijk ook een deel van de weerstand die dat onderzoek naar onbewuste processen oproept. John Bargh van New York University is vandaag de dag beroemd onder sociaal psychologen, als een van de goeroes van het moderne 'priming'-onderzoek. Maar toen hij eind jaren '90 met zijn Nederlandse collega Ap Dijksterhuis aantoonde dat mensen iemand vaker interrumperen als ze woordspelletjes hebben gespeeld met woorden als 'onbeleefd' en 'lomp' erin, of beter worden in Triviant als ze over het begrip 'professor' hebben nagedacht, stuitten ze op chagrijnig verzet. Waar is de theorie, wat zijn de 'onderliggende processen'?

Vele tientallen vergelijkbare experimenten later, keek niemand er meer van op toen Bargh vorig jaar nog eens aantoonde dat mensen die willen dat hun moeder trots op hen is, beter hun best gaan doen in hun werk nadat ze een verhaaltje over hun moeder hebben moeten schrijven. Allemaal een kwestie van onbewuste associaties tussen gevoel, gedachten en gedrag, daar was men inmiddels aan gewend. Maar het onderzoek over de Jacks die naar Jacksonville verhuisden, lokte nog een reactie uit als 'dit kán niet waar zijn, er moet iets mis zijn met de analyses'. En Dan Wegner, die in zijn boek The Illusion of Conscious Will (mit Press, 2002) probeerde aan te tonen dat de vrije wil niet bestaat, moet die positie nog steeds op elk congres verdedigen. Psychologen zijn ook maar mensen, en mensen geven de illusie van controle over hun gedrag nu eenmaal niet graag uit handen.

Zinloze introspectie

Toch zit er niets anders op, zo lijkt het. Wilsons onderzoek laat duidelijk zien dat mensen vaak niet weten wat ze willen en voelen, of waarom ze doen wat ze doen. Introspectie is dus zinloos en werkt soms louter verwarrend. 'Ik heb onderzoek gedaan naar wat er gebeurt als je mensen laat nadenken over de reden waarom ze voelen wat ze voelen. Als je mensen bijvoorbeeld vraagt hoe ze zich voelen over hun relatie, dan voorspelt dat vrij aardig of ze volgend jaar nog bij elkaar zijn. Maar als je het vraagt aan mensen die hun gevoelens eerst heel analytisch hebben moeten beredeneren, dan is dat verband weg.'

Volgens Wilson kan dat komen doordat mensen moeite hebben om hun diepere gevoelens onder woorden te brengen. Ze komen eerder met oppervlakkige dingen, bijvoorbeeld dat je grote liefde zijn huis zo leuk heeft ingericht. 'En door de redenen die ze dan weten te formuleren, veranderen ze tijdelijk een klein beetje van gedachten. Ze gingen daarna natuurlijk gewoon weer naar hun partners, dat wel. Toen we die mensen acht maanden later weer opbelden en vroegen of ze nog steeds bij elkaar waren, bleek ons onderzoek daar gelukkig geen effect op gehad te hebben.'

Door diep over zichzelf na te denken kenden die mensen zichzelf tijdelijk minder goed. Als je direct na het analyseren van je gevoel een beslissing neemt, kan dat dus schadelijke gevolgen hebben. 'Bij een ander onderzoek lieten we mensen kunstposters beoordelen. We vroegen sommigen te beredeneren waarom ze ze al dan niet mooi vonden, en anderen niet. Meteen daarna mocht iedereen een van de posters kiezen om mee naar huis te nemen. De mensen die hun keuze hadden moeten beredeneren, kozen andere posters en bleken later minder tevreden over hun keuze te zijn. Ik denk dat gevoelens, bijvoorbeeld over kunstwerken, heel moeilijk onder woorden te brengen zijn. We proberen maar wat redenen te bedenken die plausibel lijken, maar die blijken dan uiteindelijk helemaal niet met onze gut feelings overeen te komen.'

Impulsief beslissen

Wilson haast zich om te zeggen dat hij niet bedoelt dat mensen elke beslissing impulsief moeten nemen. 'Volgens mij is het heel belangrijk dat we zoveel mogelijk informatie verzamelen, maar ook dat we dat laten bezinken en onszelf toestaan om een onbewuste voorkeur te ontwikkelen. Daarna is het het beste om niet te veel door te analyseren. En het niet erg te vinden als je je gevoelens of de redenen ervoor niet onder woorden kunt brengen.'

En in situaties waarin echt een objectief oordeel nodig is, een oordeel waarvoor je je tegenover de buitenwereld moet kunnen verantwoorden? 'Ook dan kun je nooit helemaal vertrouwen op wat mensen zeggen', meent Wilson. 'Neem het rechtssysteem. Het hele idee daarvan is dat beslissingen louter en alleen genomen worden op basis van een gedegen bewijsvoering. Maar als je later terugkijkt naar de beslissingen van rechters in een bepaalde periode... Volgens henzelf mag dan elke beslissing op feiten zijn gebaseerd, toch kan er een patroon ingeslopen zijn waarbij ze bijvoorbeeld zwaardere straffen hebben toegekend aan mensen van bepaalde rassen. Daar zijn ze zich zelf niet eens bewust van.' Wilson verwacht niet dat mensen dergelijke onbewuste vooroordelen ooit zullen kunnen controleren. 'Het is heel moeilijk om vast te stellen of je gedachten en gevoelens ergens door beïnvloed zijn, omdat ze echt voelen als een afspiegeling van de realiteit. Zelfs als we het vermoeden hebben dat we misschien niet helemaal objectief zijn, weten we nog niet hoevéél we ernaast zitten, hoeveel we moeten corrigeren.'

Wel kun je een situatie zo inrichten dat vooroordelen geen kans krijgen. 'Bij grote orkesten moet een muzikant auditie doen vanachter een scherm, zodat de beoordelingscommissie geen idee heeft wie er staat: wat de leeftijd van de betreffende persoon is, of het een man of een vrouw is. Toen mijn dochter van zestien als violiste auditie deed voor het staatsorkest van Virginia ging dat ook zo. Als je ook maar een woord zegt, word je gediskwalificeerd, want dat zou je sekse verraden. Op mijn universiteit is het eigenlijk pas heel kort geleden verplicht geworden om cijfers te geven zonder dat je de naam van de student ziet.'

Jefferson

Op die universiteit praten we de dag erna verder. Omdat ik zelf geen vervoer heb, brengt Wilson me met zijn auto naar zijn kantoor. De campus van de Universiteit van Virginia is vrijwel geheel opgetrokken in de classicistische stijl waar oprichter Thomas Jefferson zo van hield; het hoofdgebouw uit 1826 is ontworpen naar voorbeeld van het Pantheon in Rome. Erachter ligt een rechthoekig grasveld, een klein voetbalveld, opvallend veel groener dan het gras in de omringende heuvels. De gebouwen rondom het grasveld hebben allemaal zuilengalerijen, die net iets van elkaar verschillen.

Het psychologiegebouw, met Wilsons kantoor, zit jammer genoeg weggestopt in iets dat ooit nieuwbouw heette. De psychologie groeide immers pas na de Tweede Wereldoorlog uit tot een serieuze wetenschap, verzucht Wilson. In zijn volle werkkamer zie je gelukkig niets meer van de architectuur.

Wilson zet on-Amerikaans sterke koffie en vertelt over de discussies met collega's en studenten. 'Ze vragen me: als het onbewuste dan zo alomtegenwoordig, allesoverwoekerend is, wat is dan nog de functie van ons bewustzijn? Ik denk dat we het antwoord op die vraag gewoon nog niet weten. Ook al voelt het heel sterk alsof we over een bewuste vrije wil beschikken die controle heeft over de situatie, dat zou best een illusie kunnen zijn.'

Maar ons bewuste zelf is toch zeker wel meer dan een verzonnen verhaal? 'Daar ben ik niet zeker van. Verhalen maken er een groot deel van uit, laat ik het zo zeggen. Het construeren en behouden van een goed verhaal over onszelf heeft duidelijk belangrijke functies. Het geeft je leven richting. Er zijn bijvoorbeeld therapeuten die zeggen dat de therapie beëindigd kan worden, als mensen stoppen met zoveel over zichzelf na te denken - en ik denk dat dat gebeurt als je een coherent verhaal over jezelf hebt, waar je niet de hele tijd aan moet werken.' En wat is dan een goed verhaal? 'Een coherent verhaal, dat ten minste ruwe overeenkomsten vertoont met ons onbewuste zelf. Er zijn meerdere manieren om een verhaal te bedenken dat onze onbewuste voorkeuren redelijk dekt.'

Onderzoek van een collega van Wilson, James Pennebaker, laat zien hoe getraumatiseerden geleidelijk aan weer een samenhangend verhaal over zichzelf en hun leven leren vertellen. 'In zijn onderzoek laat hij mensen een paar keer per week over hun traumatische ervaringen schrijven. Dan blijkt dat de mensen die er het meest op vooruitgaan, degenen zijn die in het begin een heel ongeorganiseerd verhaal hadden, maar aan het eind van de oefening een tight little story overhielden. Zodra je zo'n coherent verhaal hebt, kun je het gebeurde van je af zetten.'

Verkeerde keuzes

Het onderzoek van Pennebaker is een uitzondering: het is in het algemeen opvallend, zegt Wilson, hoe weinig onderzoek er gedaan is naar de wisselwerking tussen onze bewuste en onbewuste persoonlijkheden, bijvoorbeeld naar de vraag wat er gebeurt als het verhaal dat iemand over zichzelf heeft geconstrueerd helemaal niet past bij zijn onbewuste gevoelens en verlangens. 'Dan maak je de verkeerde keuzes, lijkt me. Variërend van welk huis je moet kopen, tot welke partner je moet kiezen, tot welke hobby je moet nemen... We zijn toch een systeem dat uit verschillende delen bestaat, en het is uiteindelijk toch het gezondste als die zich allemaal op hetzelfde doel richten.'

Ook is er nauwelijks onderzoek gedaan naar het ontstaan van dat bewuste verhaal over onszelf, zegt Wilson. Speculerend: 'In de wat latere kindertijd, als zich een zelfbewustzijn begint te ontwikkelen, zijn we waarschijnlijk heel gevoelig voor de theorieën die onze ouders over ons hebben, wanneer onze ouders ons laten merken dat we een bepaald soort persoon zijn. En later onze vrienden. De bredere cultuur heeft ook grote invloed, bijvoorbeeld als kinderen leren dat bepaalde eigenschappen verschillend zijn voor jongens en meisjes.'

Zo'n idee hoeft niet waar te zijn om toch effect te hebben. 'Een collega van mij heeft onderzoek gedaan naar de bewuste en onbewuste ideeën van meisjes over hun wiskundige vaardigheden. Hij merkte dat meisjes die goed zijn in wiskunde op 'onbewuste' metingen wel een bepaalde affiniteit met het vak vertonen - ze denken sneller aan positieve dingen als ze net aan wiskunde hebben gedacht - terwijl ze op meer bewuste, expliciete metingen het cliché aangeven: math is not me. Dat is een voorbeeld waar de cultuur iets heel ongelukkigs heeft gedaan: vrouwen vertellen dat ze slecht zijn in wiskunde.' Iets dergelijks gebeurt bij ouders ook, denkt Wilson: 'Alle ouders hebben theorieën over hun kinderen die ze misschien onbedoeld laten merken, dat ze goed zijn in het een of slecht in het ander, en als de kinderen die theorieën eenmaal overnemen, komen ze er heel moeilijk weer vanaf.'

Zo lijken we toch weer bij Freud uit te komen: het belang van de vroege kindertijd voor de ontwikkeling van de latere persoonlijkheid, het niet kennen van de eigen onbewuste wensen en drijfveren... Met dien verstande dat daarbij van verdringing geen sprake is, volgens Wilson. 'Het hoeft bij die onbewuste patronen helemaal niet te gaan om seksuele of agressieve driften uit de kindertijd, of door verdringing van iets dat te veel angst zou oproepen om onder ogen te zien. Ik denk dat het goedaardiger is. Die patronen passen gewoon niet in onze bewuste theorieën over onszelf en daar moeten we uitkomen.' Introspectie, naar binnen kijken, levert daarbij niets op. Volgens Wilson helpt het wel om veel te lezen over psychologie, over hoe mensen gemiddeld in elkaar zitten, want mensen zijn vaak gemiddelder dan ze zelf denken. Verder ligt de oplossing in het observeren van je eigen gedragspatronen, waarbij je ook moet luisteren naar wat anderen over je te zeggen hebben - die kijken objectiever naar je dan je zelf kunt. 'Looking outward to know ourselves', noemt Wilson die strategieën, naar de buitenwereld kijken om zelfkennis te vergaren.

Automatisch en onbewust

En als je dan iets te weten komt over jezelf dat je niet bevalt, bijvoorbeeld dat je misschien wel net zo'n botte hork bent als de man die op de heenreis naast me in het vliegtuig zat - is dat dan ooit te veranderen, of zit het onbewust en daarom definitief ingebakken? 'Het is in elk geval moeilijk', zegt Wilson. 'Het beste wat je kunt doen om jezelf te veranderen, is beginnen met je gedrag te veranderen, en dat nieuwe gedrag heel vaak oefenen, zodat het automatisch wordt, en onbewust. Iemand die heel verlegen is, zal zo, door veel oefenen met praatjes aanknopen, misschien nooit extreem extravert worden, maar wel wat minder verlegen.'

Het is iets waar hij in de toekomst nog wel eens onderzoek naar wil doen, zegt hij: manieren om jezelf ander gedrag aan te leren, zodat dat uiteindelijk geautomatiseerd wordt. 'Ik maak me bijvoorbeeld echt zorgen om het milieu, maar ik woon twee kilometer van mijn kantoor en ik neem vaak de auto, terwijl er geen echte reden voor is. Ik vind het heel interessant om te bedenken hoe je dat probleem kunt oplossen. Na 9/11 heb ik besloten om minder in mijn auto te rijden, omdat je zou kunnen beargumenteren dat de afhankelijkheid van de Verenigde Staten voor olie een van de oorzaken van de aanslagen was. En ik heb me daar best een beetje aan gehouden. Wanneer gedraag je je wel en niet volgens je eigen waarden? Ik denk dat dat een heel interessant onderzoeksterrein is.'

En dan stel ik toch die ene domme vraag. Waarom is hij eigenlijk ooit onderzoek gaan doen naar de onbekende, onbewuste kant van de mens?

Hij lacht. En komt in elk geval met een goed verhaal. 'Ze zeggen toch dat psychologen altijd onderzoek doen naar datgene waar ze zelf slecht in zijn? Nou, diezelfde Pennebaker onderzocht hier aan de universiteit van Virginia, jaren geleden, of mensen zonder meten konden ontdekken of hun bloeddruk te hoog was. Alle andere deelnemers aan het onderzoek bleken daartoe in staat - de een merkte het aan een slecht humeur, de ander aan jeuk aan zijn voeten.' Maar Wilson bleek geen inzicht te hebben in zijn biologische, onbewuste kant. 'Ik had geen enkele notie.' M

Ellen de Bruin is psycholoog en redacteur van NRC Handelsblad.

Kirsten Thoen is fotograaf te New York.

[streamers]

In Jacksonville blijken anderhalf keer meer Jacks te wonen dan je op grond van het toeval zou verwachten.

'Op taalfaculteiten zijn er echt nog mensen die Freud lezen en gebruiken om literatuur te interpreteren.'

'Bij grote orkesten moet een muzikant auditie doen vanachter een scherm zodat je niet weet wie er staat.'

'Als het onbewuste dan zo alomtegenwoordig is, wat is dan nog de functie van ons bewustzijn?