`We zijn niet zo heilig met elkaars teksten'

Concoridia bestaat uit drie muzikanten die gedichten schrijven, met De Dijk-zanger Huub van der Lubbe als boegbeeld. ,,Na een paar biertjes denken we dat alles in een uur tijd is op te lossen.''

Elke dinsdagavond komen de muzikanten Huub van der Lubbe, Jan Robijns en Bart de Ruiter bij elkaar in een Amsterdams café en lezen elkaar de gedichten voor die ze hebben geschreven. ,,Een weergave van de stand van de ziel op dat moment'', zegt Van de Lubbe, de zanger van De Dijk. Jan Robijns: ,,Het is een poging elkaar te verbazen.'' Concordia noemen de drie vrienden zich, naar het theater in Enschede waar ze jaren geleden invalbeurt verzorgden op een poëzie-avond. Donderdag presenteerde Concordia de bundel Versterkte gedichten, een selectie uit werk van de afgelopen vijf jaar. Tegelijkertijd verscheen ook de cd Concordia met teksten van Van der Lubbe, veelal door Robijn op muziek gezet. Vrijdag begon een tournee.

De gedichten zijn toegankelijk, met een strakke vorm en bevatten veel observaties uit het dagelijks leven. Over het weer – de ,,lente met haar mooi-weerterreur'', over een ouwe fabriek ,,als een mammoet in het ijs gevonden'', over Drente met zijn ,,onverkaveld weiland, bosjes berken''. In hun café praten de drie over hun gedichten.

Afgezien van het gedicht `Koning Poen' over het hedendaagse consumentisme ontbreekt de buitenwereld. Waarom?

Van der Lubbe: ,,De dinsdagavond is welbewust een enclave.'' De Ruiter: ,,Ik wil niet bijdehand doen over de actualiteit.'' Robijns: ,,Ik heb wel een gedicht geschreven over de genocide in Joegoslavië De messen worden geslepen maar dat was te zwaar op de hand.''

Thomas Verbogt noemt jullie gedichten de `gewoonste noodzaak van de wereld'.

Van der Lubbe: ,,Van alle dingen die er niet toe doen is kunst dat wat er het meest toe doet.''

Voetbal is toch de belangrijkste bijzaak van de wereld?

De Ruiter: ,,Laat voetbalsupporters op zondagmiddag voor een keer eens een gedicht schrijven. Dat is een heel goede manier om hun gedachten te kanaliseren.'' Van der Lubbe: ,,Ik ben ervan overtuigd dat wie met kunst bezig is een beter mens wordt. Ja, ik weet dat er meer voorbeelden zijn van het tegendeel, maar die ga ik nu niet noemen. Wat ons betreft, wij zijn een club jongens die na een paar biertjes het gevoel hebben dat alles eenvoudig in een uur tijd is op te lossen. Er is altijd een kloof tussen de realiteit en de gedroomde werkelijkheid, maar poëzie en muziek kunnen de kloof tijdelijk overbruggen. Wij spelen met illusies.''

Waarom wordt de ene tekst een gedicht en de andere een lied?

Robijns: ,,Tja, voor de cd heb ik gedichten van Huub gepakt om muziek bij te maken. Voor Geregeld leven is dat een Kurt Weil-achtige melodie geworden.'' Van der Lubbe: ,,Ik heb altijd gezegd `een gedicht is af, een liedtekst is een half lied'. Jan logenstraft die uitspraak door bij gedichten van mij toch nog muziek te maken.'' De Ruiter: ,,Jan heeft bij veel gedichten een melodie gemaakt, maar dat is niet altijd geslaagd.''

Maar het gedicht `Meneer de pianist' van Robijns lijkt door zijn verhalende karakter wel geschikt als liedtekst.

Robijns: ,,Ja, ik heb ook geprobeerd om er een Jacques Brel-achtige ballade van te maken, maar dat is niet gelukt. Ga ik nog eens proberen.'' Van der Lubbe, enigszins verrast: ,,Dan zing ik het lied, over jou.''

En andersom, zijn er geen liedteksten die in de bundel hadden gekund?

Van der Lubbe bladert door het cd-boekje en zegt `liedtekst', `liedtekst', `liedtekst' en dan bij Mooier dan nu: ,,Dit is wel een gedicht.'' De vaak herhaalde regel `Mooier dan nu zal het niet worden' geeft de tekst inderdaad ook op papier ritme en melodie.

Wat maakt iets een gedicht dan wel een liedtekst? Kan een clichématige regel makkelijker in een lied dan in een gedicht?

Korte stilte. Van der Lubbe: ,,Een lied gaat via het oor en moet dan meteen duidelijk zijn, ook al is er misschien nog een tweede betekenislaag. Een gedicht kun je op papier nog eens nalezen, dus als schrijver kun je je meer permitteren.''

Becommentariëren jullie elkaars gedichten?

Robijns: ,,Zeker. `Indikken!' Dat wordt meestal geroepen als ik klaar ben met voorlezen. Dan blijven van mijn acht strofen er meestal twee of drie over.'' De Ruiter: ,,Ik ben meestal breedsprakig. Dan moet er veel uit, soms die mooie vondst waar ik het gedicht mee begon.'' Van der Lubbe: ,,Bij het dichten merk ik vaak dat ik over twee dingen aan het schrijven ben. Dan gooi ik een onderwerp weg. Bij liedteksten kijk ik altijd meteen of de eerste strofe er niet uit kan – die eerste regels zijn vaak niet meer dan een aanloop.'' Robijns: ,,Ook bij het op muziek zetten van een gedicht halen we er woorden uit om het passend te maken.'' De Ruiter: ,,We zijn niet zo heilig met elkaars teksten.''

Mag de gevestige literatuurkritiek ook vrij schieten?

De Ruiter: ,,We hebben de bundel gemaakt om de mensen een plezier te doen, zoals de cd. Maar we stellen ons welbewust bloot aan de poëzie-politie.''

Van de Lubbe staat toch maar in de dikke Komrij-bloemlezing.

Van der Lubbe: ,,Geweldig, helemaal goed.'' De Ruiter: ,,Huub is er al, Jan en ik beginnen nog maar.'' Van der Lubbe: ,,We zijn allemaal nog maar net begonnen.''

    • Karel Berkhout