Uitbreiding Europa gaat aan de kunst voorbij

De culturele uitwisseling met de nieuwe EU-lidstaten neemt toe. Maar veel nieuwsgierigheid is er niet, bij Nederlandse kunstenaars.

,,In de Nederlandse kunstwereld gaat elk gesprek binnen vijf minuten over die rotformulieren uit Brussel. Maar wie geld van de Cultuurnota kan aanvragen, is ook in staat geld uit Europese fondsen aan te vragen. Het gaat om ongeveer dezelfde bedragen en het duurt even lang.'' Met nauw verholen ergernis spreken twee bemiddelende culturele instellingen, een publieke en een private, over de geringe interesse van de Nederlandse kunstwereld voor de uitbreiding van de Europese Unie. Er is weliswaar meer culturele uitwisseling door de toetreding van de tien nieuwe EU-landen, maar het enthousiasme en de nieuwsgierigheid zijn merkbaar groter in het Oosten dan in het Westen.

,,Nederlandse kunstenaars en kunstinstellingen willen wel graag naar het buitenland, maar het is de vraag hoe graag ze daarbij willen samenwerken'', zegt Yvette Gieles van de Stichting Internationale Culturele Activiteiten (SICA). ,,Zelden gaat het gesprek over wat een groter Europa voor de kunst en de kunstenaar zal betekenen.'' Zonde, vindt ze. ,,In Nederland ligt alles allang vast in regels en hiërarchieën, maar in sommige nieuwe EU-landen zie je ineens op hoge posten jonge mensen verschijnen die voor nieuwe ideeën openstaan. Het is om jaloers op te zijn, zoveel beweging en onvoorspelbaarheid.''

Het zijn de minder gereguleerde sectoren die zelf hun weg in Europa weten te vinden, merkt SICA-directeur Inez Boogaarts op, zoals het cultureel erfgoed en de nieuwe media. Voorbeelden zijn De Waag Maatschappij voor oude en nieuwe media en het Rotterdamse centrum voor V2, `institute for the unstable media', dat diverse malen Europees cultuurgeld heeft aangeboord. V2 werkt samen in een European Network of CyberArt en de zogenoemde European Cultural Backbone, met Duitsland, Finland en Oostenrijk, maar ook de nieuwe EU-landen Letland en Hongarije.

De eisen die de Europese Unie stelt aan dat geld voor cultuur zijn aanzienlijk. Het programma Cultuur 2000 is in het leven geroepen om tot en met 2006 de culturele samenwerking in Europa te bevorderen met een budget van ruim 236 miljoen euro. (Het EU-landbouwbudget bedraagt bijna 50 miljard per jaar). Dat moeten projecten zijn die over een periode van jaren lopen en er moeten ten minste drie landen betrokken zijn. Een aanvrager krijgt hooguit de helft van zijn budget van de Europese Unie. Wel mochten de tien landen die vandaag officieel EU-lid worden al vanaf 2000 aanspraak op dat geld maken.

Nederland doet relatief weinig beroep op die Europese fondsen. ,,Door het subsidiestelsel is er hier geen harde noodzaak'', zegt Gieles, ,,zo plat is het.'' Het zou volgens de SICA-directeur Boogaarts al veel helpen als het ministerie van OCW gezelschappen en instellingen die Europees geld weten binnen te halen, zou belonen met een matching grant of enigerlei bonus. ,,OCW wil wel dat kunstenaars meer geld uit Europa halen, maar beloont die inspanning en dat succes niet. Dat doen Finland en Hongarije bijvoorbeeld wel.''

Nederland zelf trekt sinds 1997 rond de zestien miljoen euro per jaar uit voor internationaal cultuurbeleid. Van dit HGIS-geld, dat staat voor Homogene Groep voor Internationale Samenwerking, krijgt bijvoorbeeld Combattimento Consort Amsterdam dit jaar 400.000 euro voor uitvoeringen van Händels opera Agrippina in een aantal nieuwe lidstaten – Polen, Slovenië, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Kroatië – en in Nederland en Italië. Uit diezelfde pot krijgt de Stadsschouwburg Utrecht 275.000 euro voor `Paradise Lost 2', de programmering in Nederland van 35 theatervoorstellingen uit Midden- en Oost-Europese landen.

Meer dan over de Nederlandse deelname aan het Europese cultuurveld maakt de SICA zich zorgen over de houding van de autoriteiten ten opzichte van de komst van buitenlandse kunstenaars naar Nederland. Gieles: ,,De overheid is niet consequent. Op beleidsniveau van OCW zegt Nederland meer Europese samenwerking te willen, maar in de praktijk van Justitie worden visa en tewerkstellingsvergunningen steeds moeilijker verstrekt.'' Tijdens een debat dat Kunsten '92 dit jaar hierover organiseerde, zei Nan van Houten namens de NES-theaters in Amsterdam: ,,In de podiumkunsten heeft er een ontzettende kaalslag plaatsgevonden wat betreft het binnenhalen van kunstenaars uit andere landen, en dat wordt steeds moeilijker. Als we het hebben over jonge kunstenaars, die bijvoorbeeld een Festival des Arts zo interessant maken, dan is er op dit moment in Nederland eigenlijk niets meer te zien van buiten Europa en van binnen Europa is het ook behoorlijk schraal geworden. Ik denk dat de Nederlandse cultuur zo rijk is geworden juist door de import van buitenlanders.''

Op het negende Festival des Arts, dat eergisteren in Brussel is begonnen, zijn dans- en toneelgezelschappen te zien uit oud Europa, nieuw Europa – Litouwen, Polen – maar ook uit Turkije, Egypte en Libanon.

Ook de European Cultural Foundation, een onafhankelijke stichting die vijftig jaar geleden met privaat geld werd opgericht, maakt zich zorgen over de mobiliteit van kunstenaars. ,,Wij hebben al in 1992 een fonds opgericht waarmee we duizenden kunstenaars in en buiten Oost-Europa in staat hebben gesteld om te reizen'', vertelt adjunct-directeur Odile Chenal. Ze noemt het theatergezelschap Dogtroep, dat optredens heeft verzorgd in onder andere Tsjechische vluchtelingenkampen, en nu ook acteurs uit andere landen aan zich heeft verbonden. ,,In 2002 zijn we een nieuw programma begonnen, Step Beyond, waarmee kunstenaars uit het Westen kennis kunnen maken met de nieuwe EU-landen en die aan de nieuwe buitengrens van Europa.'' Zo kwam de ECF op het idee toneelgroep Kassys een workshop in Letland te laten geven (zie elders op deze pagina).

Afgelopen zaterdag vierde de European Cultural Foundation haar vijftigjarig bestaan. Eregast was de Franse oud-minister van Cultuur, Jack Lang. ,,We moeten voor cultuur net zo ambitieus zijn als voor landbouw, maar dat zijn we in de verste verte niet'', zei hij. ,,Het Europa van de cultuur draait maar op halve kracht.''