Tieme Mulder: Oordeel niet te lichtvaardig over de oorlogsgeneratie

Dat zijn ouders als collaborateurs worden afgeschilderd in de documentaire `Holland Vaarwel!' gaat veel te ver, zegt Tieme Mulder tegen Elsbeth Etty.

Maandag zal de NCRV het eerste deel uitzenden van de documentaire `Holland, vaarwel!' van Willy Lindwer, onder meer over de rol van de Nederlandse politie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Uw ouders zijn daarvoor ook geïnterviewd, maar u heeft er via een advocaat voor gezorgd dat de NCRV die passages heeft geschrapt.

,,Ik heb dat gedaan, omdat ik het beeld dat van mijn ouders geschetst wordt, kwetsend vind.''

Het tv-programma Barend & Van Dorp heeft de geschrapte fragmenten, met dank aan de Israëlische televisie, toch uitgezonden. Het blijkt dat uw vader, tijdens de oorlog werkzaam bij de Groningse politie, het opneemt voor zijn hoofdcommissaris Blank, verantwoordelijk voor het wegvoeren van joodse gezinnen. Uw moeder plaatst een denigrerende opmerking over joden. Hebben ze die uitspraken niet bij hun volle bewustzijn gedaan?

,,Mijn moeder was 87 en mijn vader 92 toen de opnames werden gemaakt en gelukkig beschikken ze nog volledig over hun verstandelijke vermogens. Kwetsend is dat mijn vader wordt voorgesteld als iemand die in opdracht van Blank joden van huis haalde. Dat is een aperte onjuistheid. Hij zat bij de verkeerspolitie en heeft met het weghalen van joden nooit iets te maken gehad. Hij heeft wel eens als chauffeur van Blank opgetreden.''

Vanuit die positie kan hij toch een visie geven op het functioneren van Blank en de Groningse politie in het algemeen. Wat is daar tegen?

,,Mijn bezwaren richten zich op de wijze waarop de opnamen zijn verkregen, de manier waarop ze zijn gemonteerd en de context waarin de uitspraken van mijn vader en moeder zijn geplaatst. Mijn ouders zijn vorig jaar een aantal malen benaderd door een filmploeg die niet erg ruimhartig was met het verstrekken van informatie over de intenties. Men wilde graag even praten over de oorlog en de politie. Mijn ouders hadden daar geen zin in, maar toen ze voor de derde keer benaderd werden, hebben ze om van het gezeur af te zijn, gezegd: kom dan maar langs. Een kwartier later stond er een cameraploeg voor de deur. Mijn vader is vervolgens onderworpen aan een soort verhoor. Hij is geconfronteerd met insinuerende vragen die een relatie suggereren tussen het feit dat hij in de oorlog bij de politie zat en de activiteiten van de Groningse politie ten dienste van de bezetter. Hij is in de beklaagdenbank gezet. Een van de vragen luidde: `Dus er zijn agenten, waar u ook toe behoorde, ingezet om joden van huis te halen?' Mijn moeder heeft zich daar vreselijk kwaad over zitten maken en is na afloop van het gesprek met mijn vader `leeggelopen'. In de montage doet men het voorkomen alsof zij tijdens het interview met mijn vader intervenieert. Maar ze heeft dat naderhand pas gedaan, na gevraagd te hebben of er opnames van werden gemaakt. Dat werd ontkend.''

Lindwer heeft geen open kaart gespeeld?

,,Nee, hij is nogal heimelijk te werk gegaan. Hij heeft mijn ouders als het ware overvallen. Men heeft hun geen schriftelijke toestemming gevraagd voor uitzending van de gesprekken en zelfs geen naam en adres achtergelaten.''

Blijft staan dat uw moeder zegt: ,,Mijn moeder zei altijd, als de oorlog om twaalf uur is afgelopen, dan zal een jood je om vijf over twaalf weer besodemieteren. Een jood is een heel kien iemand, daar moet je voor oppassen.''

,,Ze heeft veel meer gezegd. Ze heeft het over haar jeugd gehad, ze heeft met warmte gepraat over joodse kennissen die de oorlog niet hebben overleefd. Het beeld was genuanceerd. Maar wat belangrijker is: zijzelf ziet geen enkel verband tussen haar denigrerende uitlating en de holocaust. Dat staat ver van haar, maar de suggestie wordt gewekt dat ze de jodenvervolging goedpraat. Lindwer wil in zijn documentaire aantonen dat Nederlanders collectief een grote verantwoordelijkheid dragen voor de holocaust. Hij heeft het volste recht daar een documentaire over te maken, maar niet om mijn ouders in dat perspectief te plaatsen. Omdat mijn ouders de pech hebben dat zij tot de weinigen behoren die de oorlog nog als volwassenen hebben meegemaakt, worden ze neergezet als collaborateurs en dat gaat veel te ver. Ik denk dat zij geen reden hebben zich voor hun gedrag tijdens de oorlog te schamen. Ook niet om bijzonder trots te zijn, al hebben ze wel hulp geboden aan onderduikers.''

Ik vond het nogal schokkend uw vader hoofdcommissaris Blank, die na de oorlog tot twintig jaar is veroordeeld, te horen verdedigen.

,,Als mijn vader zegt: Ik vond die Blank wel een aardige vent, dan mag hij dat vinden.''

Hij weet wat Blank op zijn geweten heeft?

,,Jazeker. Maar zijn oordeel over de man en de straf die Blank gekregen heeft, staat los van zijn oordeel over de jodenvervolging.''

De uitspraken van uw vader illustreren de sfeer van gehoorzaamheid en onderdanigheid bij de politie in de oorlog die leidde tot medewerking aan het wegvoeren van joden. Het is toch van historisch belang om daar in een documentaire getuigen over aan het woord te laten?

,,Dat is zo. Mijn punt is alleen dat ik niet wil dat mijn ouders daarvoor misbruikt worden. Je ziet in verschillende perspublicaties, ook in de tv-recensie van Hans Beerekamp over de uitzending van Barend & Van Dorp, dat het beeld van mijn vader wordt opgeroepen van `de foute agent'. Dat gaat een eigen leven leiden. Mijn ouders worden ten onrechte zwartgemaakt. Dat heeft te maken met de context waarin die opnamen zijn geplaatst. Het gaat om de jodenvervolging en het verraad van de Nederlanders, waarbij een collectieve schuld wordt geponeerd. Mijn ouders worden als voorbeeld daarvan neergezet. Dat leidt tot een absurde vertekening van hun rol.''

De uitspraak van uw moeder over joden staat voor een wijdverbreid vooroorlogs antisemitisme. Jan Mulder memoreerde in die uitzending van Barend & Van Dorp een opmerking van zijn moeder dat `de joden' zo'n gesloten blok vormden, ,,waar je niet tussen kwam''. Wat is er tegen om zulke vormen van antisemitisme te signaleren?

,,De uitspraak van mijn moeder staat inderdaad voor een vorm van `alledaags antisemitisme' dat voor de oorlog in brede kring gebruikelijk was en na de oorlog taboe is verklaard, maar er zit ook een specifiek element in de uitlating van mijn moeder dat te maken heeft met persoonlijke ervaringen.''

Hoe heeft u de uitlating van uw moeder als zoon ervaren? Als pijnlijk of als een gênante slip of the tongue?

,,Ach, ik ken die uitlatingen van haar wel. Ik heb er geen behoefte aan het goed te praten. Ik denk alleen: het is ma weer die bezig is, in de wetenschap dat ze nooit en te nimmer heeft meegewerkt aan jodenvervolging. Ik kan aan iedereen uitleggen in welke context ze die dingen heeft gezegd en daar voel ik me niet gegeneerd over. Het is ook niet de reden dat ik juridische stappen heb ondernomen. De reden is dat mijn ouders van mening zijn dat er een verkeerd beeld van hen is geschetst en ik wilde hen helpen zich daartegen te beschermen.''

U vindt dat uw ouders niet in hun waarde zijn gelaten.

,,Er wordt te gemakkelijk een moreel oordeel over hen geveld. Ik vind dat de naoorlogse generatie – Lindwer is, voor zover ik weet, net als ik van 1946 – terughoudendheid moet betrachten in haar morele oordeel over de oorlogsgeneratie. Er is een neiging, die ik overigens volstrekt verklaarbaar vind, om de Tweede Wereldoorlog te gebruiken als een ijkpunt voor goed en fout. Ik denk dat mensen die de oorlog hebben meegemaakt daar anders tegenaan kijken. Mijn ouders waren veiliger dan de joden, maar ook zij hebben zich bedreigd gevoeld.

,,Het lag allemaal niet zo zwart-wit. Het is te makkelijk om te zeggen: jullie hebben te weinig gedaan in de oorlog, dus jullie zijn fout. Dat bedoel ik met terughoudendheid.''

Terughoudendheid in je morele oordeel staat toch een analyse van het handelen van individuen en organisaties, zoals de politie, niet in de weg?

,,Ik zeg alleen: onze generatie moet niet op de stoel van de openbare aanklager gaan zitten. Jacques Wallage, ook van 1946, zegt in de documentaire met zoveel woorden: je kunt niet iedere individuele agent aanspreken op het feit dat hij gehoorzaam was. Vaak zaten die mensen ook in een dwangpositie. Mijn vader is bij de politie gegaan, voor de oorlog overigens al, omdat hij jarenlang werkloos was geweest. Ik denk dat hij in die positie zijn integriteit nog redelijk heeft weten te bewaren. Weliswaar was hij onderdeel van een repressief apparaat, maar dat maakt hem niet tot iemand die deel heeft aan een collectieve schuld.''

Tieme Mulder is voormalig organisatieadviseur van de gemeente Amsterdam.

Deel twee van de documentaire `Holland, vaarwel!' wordt op 10 mei uitgezonden.