Roodborsttapuit

Hoe verruigder het landschap, bijvoorbeeld de duinen van de Waddeneilanden, des te beter voelt de roodborsttapuit (Saxicola torquata) zich er thuis. De laatste jaren is een sterke toename waar te nemen van deze rood-zwart-witte parel onder de uitgebreide familie van de vliegenvangers. Bij voorkeur kiest de roodborsttapuit een biotoop van duin of heide, moerassige grond en verspreid groeiend, stekelig struikgewas. Het mannetje danst in de baltsvlucht hoog en dan weer laag in de lucht. Hij heeft een diepzwarte kop en rug, witte vlekken op zijn vleugels en zijn borst is roodbruin. In de rusteloze vlucht valt de witte stuit op. Niet te verwarren met het paapje: die heeft een borst van zachter rood en meer wit op de staart. Als alle vliegenvangers kiest de roodborsttapuit een hoge post – telegraafpaal in de tijd dat er nog telegraafpalen waren – om vandaaruit te jagen op insecten. Het geluid is scherp klikkend, alsof twee stenen tegen elkaar worden geslagen. Hij heet ook mastvogeltje of swartkieltsje. Valt het zonlicht op dit swartkieltsje dan gloeit zijn borst helrood op.

Illustratie: Rein Stuurman (Zien is kennen!)

freriks@nrc.nl