Mooi weer en barbarij

Er zijn mensen die de kunst verstaan van niets iets te maken. Neem bijvoorbeeld Jomanda. De jongens van de effectenbeurs. De adviseurs van president Bush. Of het type columnist dat dag in dag uit, week in week uit, krantenkolom na krantenkolom vult met, ja, met wat eigenlijk? Hoe doen ze het toch? Eindeloze bespiegelingen, op epische schaal welhaast, over een plastic zakje dat in de gracht drijft, een vrouw die voorbij fietst in het park, dit alles in alinea's van een of twee woorden – om afgunstig van te worden. Ik bezit deze benijdenswaardige gave niet, en dat brengt mij soms in de problemen.

,,Weet je nog een onderwerp,'' vroeg ik een collega op de redactie.

,,Uh, nee,'' zei hij, terwijl hij zowaar nog echt even nadacht. ,,Er lopen hier alléén maar mensen rond met columns, en die vragen mij allemaal hetzelfde. Maar,'' glunderde hij, ,,waarom schrijf je niet iets over het mooie weer?'' Mijn collega is een opgewekt mens.

,,Mwa, dat doet Bril toch altijd?'' Ik heb niet zoveel met vrouwen in zomerrokjes. ,,Ik dacht er eigenlijk over om even bij World Press te gaan kijken, altijd goed.''

,,Ja!'' knikte mijn collega instemmend, ,,want dan ben je, ondanks jezelf, toch weer geschokt, en als je dan naar buiten komt en al die mensen ziet lopen over de grachten, in het mooie weer, kun je een fijne column schrijven vol morele verontwaardiging!''

,,Maar ik word nou juist zo móe van verontwaardiging.''

,,Dát is een goed onderwerp!!!'' riep hij geestdriftig. ,,Dáár moet je over schrijven! Hoe je, in dit mooie weer –''

,,Nee, neeneenee, dan kom je voor je het weet weer in het debat-debat terecht,'' sputterde ik, ,,en dat moet tot elke prijs worden vermeden.'' Ik speelde met de gedachte dan maar officiëel de komkommertijd af te kondigen. Tenslotte was het al bijna mei, en ging ik op vakantie. Maar, je weet nooit, er kon nog van alles gebeuren in de twee dagen tussen mijn deadline en de publicatie. Volgens de AIVD is de kans op een terroristische aanval in Nederland tenslotte `aanzienlijk', en Koninginnedag in Amsterdam – als ik een terrorist was, dan wist ik het wel!

,,Of schrijf een stukje over die weerzinwekkend schattige babyverhalen waar jonge ouders je steeds mee lastig vallen!'' Mijn collega is een trotse jonge vader.

Zodoende toog ik in het mooie weer over de Wallen naar de Oude Kerk, waar World Press Photo zojuist was geopend, om mij daar te op de hoogte stellen van wat tenslotte zoiets was als de Stand van de Mensheid anno 2004. Er waren geen verrassingen.

Ik liep langs een serie over het blootleggen van Saddam's massagraven in Irak. Op een foto zag je twee handen van iemand buiten het kader een ingelijste foto vasthouden, een portret van twee in nette kleren gestoken broers, die tegen een fake idyllische studio-achtergrond gemoedelijk staan te poseren. Achter de handen met foto een berg beenderen, waarmee de foto werd vergeleken. Die ellepijp, zou dat hem soms... of misschien toch die fibula? Nee, `schokkend' was niet het woord voor deze hogere vorm van absurdisme.

Meer botten en handen, nu in Liberia. Een man, blootvoets, woeste haardost en kalashnikov op de rug, loopt triomfantelijk te zwaaien met wat een scheen- en dijbeen lijken te zijn. Weer Liberia: een wonderbaarlijke foto van een regeringsstrijder die een man met twee handen bij zijn oren vastpakt. De man heeft gesloten ogen, en ondanks het bloed op zijn gezicht lijkt hij rustig te slapen. Maar er zit geen lichaam vast aan zijn hoofd, dat op gezichtshoogte zweeft, alleen wat rode rafels. Glanzend afgedrukt, zorgvuldig uitgekaderd, technisch perfect, foto's van mensen die van iets, iemand, niets maken – een veel wijder verbreid talent dan het omgekeerde. Maar om nou te zeggen dat het me shockeerde... was ik misschien te afgestompt? Het verbaasde me eerder dat er nog mensen zijn die zich hierover verbazen, zoals het me ook verbaast dat mensen zich verbazen over Wim Kok als commissaris van ING.

Jaja, het was een lange weg, zesduizend jaar beschaving, maar dan hebben we nu ook Mel Gibson en met botten zwaaiende soldaten. Plus ça change. En naar het schijnt, wordt deze prachtige beschaving van ons nu bedreigd door de barbaren, pardon, vijanden die voor de poorten liggen. Waakzaam moeten we zijn, zoals ook Lee Harris schrijft in Civilization and Its Enemies. Wij – het Westen bedoelt hij – zijn vergeten dat we vijanden hebben, en dat is niet goed. Want zij – van elders – beschouwen ons wel degelijk als hun vijand, en `als je de vijand bent, dan heb je een vijand', of we dat leuk vinden of niet.

Altijd wachtend op een bres in onze verdediging. Want de barbarij is goed te lokaliseren – buiten ons. Zoals Kavafis al schreef: ,,Wat moet er nu van ons worden, zonder barbaren./ Die mensen waren tenminste een oplossing.'' Goed, soms worstelt een individu wel eens met een `duivels dilemma'...

Dat was het! Ik ging gewoon een column schrijven waarin ik Wim Kok tot Vijand van de Beschaving zou uitroepen.

Buiten was het inmiddels gaan regenen.

    • Corine Vloet