Meeroken met huisgenoten leidt tot 15% meer sterfte

Uit twee Nieuw-Zeelandse volkstellingen van 1981 en 1996 blijkt dat passief roken het risico om te overlijden met gemiddeld zeker 15% verhoogt. Bij die volkstellingen was gevraagd naar rookgewoonten en het roken door huisgenoten. Het is voor het eerst dat het effect van meeroken op bevolkingsniveau is onderzocht (British Medical Journal, 24 april 2004).

Deelnemers aan het onderzoek naar passief roken waren alle Nieuw-Zeelandse volwassenen van 45 tot 74 jaar die bij de twee volkstellingen hadden aangegeven dat ze zelf niet rookten en die informatie hadden gegeven over de rookgewoonten van hun huisgenoten van 15 jaar en ouder. In het totaal ging het om 2 miljoen persoonsjaren. Vervolgens is in de drie jaar na iedere volkstelling aan de hand van overlijdensregisters bepaald hoeveel niet-rokers met een of meer rokende huisgenoten er kwamen te overlijden en hoeveel niet-rokers in een rookvrij huis.

In het totaal stierven er in die jaren 19.000 van de deelnemers en de kans daarop was duidelijk hoger voor meerokers dan voor niet-meerokers. Na 1981 overleden er 6% meer meerokende vrouwen en 17% meer mannen en in de jaren na 1996 zelfs 16% meer mannen en 28% meer vrouwen. De onderzoekers denken dat het hogere risico na de tweede volkstelling ligt aan het feit dat er in de jaren 1981-1984 nog heel veel buitenshuis en op het werk werd gerookt, waardoor het effect van de blootstelling aan rook thuis minder groot lijkt.

Uit een Amerikaanse publicatie in dezelfde aflevering van het British Medical Journal blijkt dat een wettelijk rookverbod ogenblikkelijk effect heeft op het aantal nieuwe gevallen van hartziekte. In het St. Peter's Hospital in Helena, een afgelegen stadje in de Amerikaanse staat Montana, nam het aantal opnamen wegens een hartinfarct in het half jaar na de invoering van de antirookwet in één klap af van gemiddeld 40 per maand naar 24. Het gaat hier natuurlijk om slechts een kleine inventarisatie van `voor' en `na' en de onderzoekers kunnen daarom niet uitsluiten dat er een andere factor de verklaring vormt voor dit verschil, maar het feit op zich is wel erg frappant.

De Nederlandse Gezondheidsraad concludeerde in 2003 in het rapport Volksgezondheidsschade door passief roken dat het thuis roken een belangrijk probleem blijft. De raad schatte de schade voor de volksgezondheid voor onvrijwillige meerokers op 20% meer kans op longkanker en 20 tot 30% meer kans op een hartaandoening. Dat wordt nu dus door de Nieuw-Zeelandse resultaten nogmaals onderstreept.