Kanaalverlamming

Dankzij de ontdekking van een gendefect en een beschikbare behandeling is een Nederlands diabetespatiëntje verlost van de insulinespuit.

BABY EUYEL ging slecht van start. Het jongetje had voortdurend dorst en moest veel plassen. Na een paar weken raakte hij uitgedroogd, werd slap en begon te braken. Zes weken na zijn geboorte kwam Euyel in het Meander Ziekenhuis in Amersfoort terecht, waar zijn ouders wonen. Hij bleek te lijden aan een zeldzame, aangeboren vorm van diabetes.

Dat eerste jaar lag Euyel regelmatig in het ziekenhuis. ``Op zijn tweede verjaardag kon hij nog steeds niet lopen en nauwelijks praten'', vertellen de kinderartsen Roos Nuboer en Aat van Rhijn. ``Hij had een geestelijke ontwikkelingsachterstand van een jaar.''

Er werden bloedmonsters opgestuurd naar de Universiteit van Exeter, een internationaal onderzoekscentrum voor bijzondere vormen van diabetes. Daar werd vorig jaar vastgesteld dat Euyel een zeldzame genafwijking heeft, waarover deze week een publicatie verscheen (The New England Journal of Medicine, 29 april).

Suikerzieken of diabetici kunnen de suikers uit hun voedsel niet verwerken doordat hun insulineproductie tekortschiet. Insuline zorgt ervoor dat suiker in het bloed wordt vervoerd naar de organen, spieren en het vetweefsel. De insulineproductie wordt gestimuleerd door stijging van het gehalte aan glucose (suiker). Het suikertransporterende eiwit wordt geproduceerd in de alvleesklier, in speciale cellen in de Eilandjes van Langerhans. In de wand van die cellen liggen kaliumkanaaltjes.

signaal

De kanaaltjes worden voortdurend geprikkeld om open en dicht te gaan, een kwestie van milliseconden. Bij dichte kanaaltjes staat de insulineproductie `aan'; bij open kanaaltjes uit. Om te kunnen werken moeten de kanaaltjes ATP binden, een cellulaire energieleverancier. De erfelijke afwijking die nu is gevonden maakt die ATP-binding onmogelijk. De kaliumkanaaltjes lijken verlamd. De cellen van deze diabetespatiënten kunnen dus nog best insuline maken, maar ze krijgen geen signaal om het te doen. Hetzelfde kaliumkanaaltje zit ook in hersen- en spiercellen. Vandaar dat deze diabetici ook aan ontwikkelingsachterstand en spierzwakte kunnen lijden.

``Drie jaar geleden kwam ik mijn collega Andrew Hattersley uit Exeter tegen op een diabetescongres in Mexico'', vertelt prof.dr. Mu Bruining, specialist in kinderdiabetes aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. ``Aan het ontbijt hebben we toen het plan opgevat voor een oproep om zeldzame diabetesgevallen te melden. Uit de hele wereld hebben kinderartsen gereageerd. Daardoor kregen we de beschikking over een onderzoeksgroep van 29 patiënten, waaraan we dit erfelijkheidsonderzoek hebben kunnen uitvoeren.''

In het gen (KIR6.2) dat codeert voor deze kaliumkanaaltjes vonden de onderzoekers zes verschillende mutaties, bij twaalf patiënten die binnen zes weken na hun geboorte suikerziekte (permanente neonatale diabetes) hadden gekregen. Soms was de ziekte al in de familie bekend. Meestal bleek het te gaan om nieuwe mutaties, die vervolgens kunnen overerven. In het onderzoek waren drie Nederlandse patiëntjes betrokken, waaronder Euyel.

pillen

Het onderzoek leverde niet alleen genafwijkingen op en een diagnose, maar ook direct een therapie. En dat is een zeldzame gebeurtenis. Op advies van Bruining kreeg Euyel sulfonylureumpillen. Diezelfde pillen worden gebruikt door mensen met ouderdomssuikerziekte (diabetes type II). De pillen stimuleren de werking van de kaliumkanaaltjes. ``We vermoeden dat deze diabetespillen bij vier van de zes nu ontdekte mutaties een oplossing kunnen bieden'', zegt Bruining.

``Half oktober vorig jaar zijn we heel voorzichtig begonnen'', vertelt behandelend kinderarts Aat van Rhijn, ``omdat die pillen niet alleen effect hebben op de kaliumkanaaltjes in de alvleesklier, maar ook in de hersenen en in de spieren. En we waren bang voor gekke bijwerkingen, bijvoorbeeld op het hart.''

achterstand

Euyel ontwikkelde zich wonderbaarlijk goed. Hij leerde snel lopen, ging veel beter praten en heeft inmiddels een achterstand van meer dan acht maanden ingehaald. Sinds enkele weken heeft hij het insulinepompje dat hem van insuline voorzag niet meer nodig. ``Een fantastische inhaalslag'', vindt kinderarts Roos Nuboer. ``Wèl zal hij zijn hele leven tweemaal daags die pillen moeten blijven slikken en zijn bloedsuikergehalte moeten blijven controleren. Zijn ouders zijn zielsgelukkig.''

Euyel is in Nederland de eerste die deze behandeling heeft gekregen. In Noorwegen is één patiënt met het zelfde gendefect hem voorgegaan. Binnenkort start het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam een onderzoek onder patiënten die al heel vroeg, binnen zes maanden na hun geboorte, diabetes kregen. Dit komt weinig voor, misschien twee of driemaal per jaar, en daarbij kunnen verschillende erfelijke afwijkingen in het spel zijn. Bruining: ``Ik vermoed dat er tien mensen in Nederland rondlopen die baat zouden kunnen hebben bij deze behandeling en daarvan hebben we er pas vier in beeld.'' Naast Euyel zijn dat een moeder van 36 met haar zoon van 8 en een jongen van 12.

In het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam heeft arts-onderzoeker Annabelle Slingerland deze patiënten getest. ``Bij alle vier is de genetische afwijking aanwezig waardoor de kaliumkanaaltjes open blijven staan. We hebben een test waarmee we kunnen meten of de kaliumkanaaltjes reageren op therapie. Het effect was het grootst bij de tweejarige peuter. Bij de andere kandidaten was het effect minder sterk, mogelijk omdat zij al wat ouder zijn. Ze zullen deze herfst in Exeter aanvullende testen ondergaan. Maar de verwachting is dat ook zij uiteindelijk ook helemaal van de insulinetherapie af kunnen.''