Is vasthouden van de winst moeilijk?

Bij beleggen gaat het altijd over welke aandelen wanneer gekocht moeten worden. Of over welke beleggingsfondsen of een gespreide inleg. Maar moeilijker dan dat is het vasthouden van de winst. Of je na tien jaar groei van je beleggingsfonds of na een maand door een goede optiestrategie, besluit winst te nemen, het probleem blijft hetzelfde. Wat doe je dan? Psychologisch gezien kom je dan in moeilijk vaarwater. Je bent gewend in aandelen en groei te denken en ineens neem je winst. Zet je die dan op de bank tegen rente? Koop je meteen nieuwe aandelen, met alle gevaren van dien? Moet je de winst regelmatig afromen? Of moet je na een flinke winst stoppen met beleggen? Of geef je het geld direct uit? Het klinkt zo logisch, je streeft naar winst met beleggen en die incasseer je. Winst vasthouden is moeilijker dan winst maken, luidt mijn stelling.

(H. van N.)

Uw stelling hoorde ik nooit eerder. Het lijkt me onzin. Er is een gezegde dat luidt: van winst nemen is nog nooit iemand armer geworden. Die wijsheid biedt meer houvast. Wat u vervolgens met de winst doet, hangt af van de doelstelling waarmee u belegt. Bent u een speculant, dan gaat u snel weer in aandelen, mits zich een aantrekkelijke mogelijkheid voordoet. Een langetermijnbelegger neemt na een forse rit omhoog (bijvoorbeeld in maart 2000) winst en wacht geduldig (soms drie jaar) op een geschikt tijdstip om weer te kopen, en deed dat bijvoorbeeld in maart 2003. Moeilijker is het toch niet?