In het Amsterdamse Tropenmuseum durft niemand te debatteren met een conservatieve moslimman

De sleutel tot de europeanisering van de moslims ligt onder meer in handen van burgers die in zaaltjes open discussiëren, denkt Maarten Huygen.

In een debat bij een tentoonstelling over de grootstedelijke islam in het Amsterdamse Tropenmuseum houden deelnemers grote afstand tot moslims. Ineengedoken zit een man bij het door twee jonge mannen geleide debat en hij zegt met gedempte stem: ,,Ik ben geen kut-Marokkaan, dus u kunt gerust zeggen wat er mis is met islam.''

Maar niemand van ons durft het aan. Niemand uit dit kleine, goed opgeleide, beschaafde groepje dat de elegant vormgegeven tentoonstelling van het Koninklijke Instituut voor de Tropen over urban islam heeft bezocht, durft met deze conservatieve moslimman over de islam te debatteren. Er hangt een wolk van verlegen stilte om hem heen.

In de tentoonstelling hebben we een Egyptische tv-imam gezien die een gehoor van uitsluitend mannen op een Amerikaanse universiteit in het Midden-Oosten tegen McDonald's waarschuwde: ,,Je eet rubber!'' Verder zagen we wulps dansende islamitische meisjes uit Dakar, een Turkse leraar uit Istanbul die geduldig het model van de strikt seculiere staat uitlegt aan meisjes zonder hoofddoek – wat een wereld van verschil met orthodoxe Nederlandse Turken – een liberale Hindoestaanse moslimvrouw uit Paramaribo en de vrome, gehoofddoekte vrouwen uit Marrakech. Maar om nou direct met zo'n Marokkaan in het echt te discussiëren...

De Marokkaan had boude uitspraken gedaan. Uit halve wetenschappelijke waarheden brouwde hij een zelfrechtvaardigend theorietje. Volgens hem zouden mannen gemiddeld een hoger IQ, meer ruimtelijk inzicht, lichamelijke kracht en meer leidinggevende kwaliteiten hebben dan vrouwen. Dus ze moeten vrouwen ook leiden, vond hij. Het moet dan wel rechtvaardig gebeuren, had hij daar ruiterlijk aan toegevoegd. Dat was een goede kans om een misverstand recht te zetten of in ieder geval deze rotsvaste overtuiging in twijfel te trekken, maar niemand deed het. Hoe moet een minder verlicht gehoor dan reageren?

Voor de meeste niet-moslims bestaat de islam uit mooie filmpjes in het Tropenmuseum, angstwekkende tv-beelden van aanslagen of woedende mannen met geweren, of uit heftige debatten in de Tweede Kamer over een anti-homo-boek van een achterlijke Algerijnse schriftgeleerde.

Op de dag dat de AIVD een persconferentie gaf over de terreurdreiging van moslims, deed een wild gerucht de ronde op nieuwszenders en kinder-msn-chatsites over een moslimaanslag op het Amsterdamse Museumplein tijdens Koninginnedag. Moslims zouden in moskeeën zijn gewaarschuwd om daar weg te blijven, want het was gevaarlijk.

Het zijn Balkan-achtige geruchten die een paranoïde nervositeit aanwakkeren, zodat iedere moskee met argwaan wordt bekeken. Het omgekeerde geldt ook: anders dan deze eenzame niet-kut-Marokkaan die bij een niet-moslim-publiek de discussie zoekt, kruipen de meeste moslims in de schulp van de familie- en vriendenkring. Het Tropenmuseum had grote moeite gedaan om mensen van de moslim-site Maroc.nl voor een discussie uit te nodigen, maar dat was niet gelukt. Een bekende moslimvrouwendebatgroep kwam twee uur na het afgesproken tijdstip opdagen, maar toen was het al te laat. Lamlendigheid of schroom? Of geven ze de voorkeur aan debatten binnen de eigen kring van gelovigen?

Dergelijk vluchtgedrag van moslims werd door de onder moslims invloedrijke Zwitserse geleerde Tariq Ramadan later in hetzelfde gebouw omschreven als het ,,psychologische probleem van Europese moslims'', namelijk het gevoel minderheid te zijn. ,,De bruggen naar de samenleving zijn gebroken'', zei hij. Een vrouw uit zijn gehoor met een grote hoofddoek stond op voor een vraag en zij demonstreerde meteen de gevolgen van dat isolement. Ze studeerde op een beurs van de Nederlandse overheid, zei ze. Maar nu vroeg ze zich af of ze dat overheidsgeld wel met een goed geweten kon aannemen: ,,Worden met datzelfde geld geen prostituees en koffieshops gefinancierd?''

Volgens Ramadan, een licht bebaarde veertiger in spierwit overhemd, hangt de toekomst van de islam af van de moslims in Europa. De tweede generatie die in Europa werd geboren, is er achter gekomen dat de islam van hun ouders werd bepaald door culturele gewoonten in het land van herkomst. Die jongeren zijn dus op zoek gegaan naar de ware islam en velen meenden die te kunnen vinden in het orthodoxe Mekka of Egypte. De plotselinge Europese rage van de hoofddoek moet daarmee te maken hebben. Maar volgens Ramadan moeten de moslims juist hier zijn. ,,Wij zijn Europese moslims en we moeten uitzoeken wat het betekent om hier moslim te zijn'', zegt hij. ,,Er wordt wel één vers geïsoleerd uit de koran gehaald, waarin staat dat je je vrouw moet slaan. Maar hier komt dat neer op huiselijk geweld. In het land van herkomst worden jongens en meisjes verschillend behandeld, maar de vraag is of dat in Europa nog houdbaar is.''

Volgens de statistieken expandeert de Europese islam snel. In Nederland zijn er inmiddels bijna één miljoen moslims, in Duitsland 3,5 miljoen, in Frankrijk 5 miljoen en hun aantallen groeien snel. Dergelijke getallen worden als bedreigend gezien, alsof het om één amorf blok gaat, maar er zijn evenveel onderlinge verschillen als onder de vier geportretteerde figuren van de tentoonstelling. Europese moslims ondervinden evenveel hinder van moslimterreur als alle andere Europeanen. ,,We moeten uit het minderheidsdenken'', zegt Ramadan. ,,We zijn een Europese religie. Er bestaat niet zoiets als een minderheidsburgerschap. De meeste waarden die moslims aanhangen, zijn universeel en dus ook Europees. Dat betekent ook dat in de moskee hetzelfde moet worden gezegd als daarbuiten.''

Helaas zijn er weinig mensen als Ramadan. De eerste generatie Nederlandse moslims was niet zo goed geschoold als de Pakistanen, Indiërs en Noord-Afrikanen die naar Groot-Brittannië of Frankrijk kwamen. In Nederland zie je schriftgeleerden als El Moemni die door middel van een tolk hun middeleeuwse ideeën uitventen. Of de televisie bombardeert een handige prater die niemand vertegenwoordigt tot zegsman. Een zekere imam Haselhoef heeft genoten van zijn paar maandjes Nederlandse roem, maar is nu allang weer vergeten. Daarna meenden de media een voorman te hebben gevonden in debater Abou Jahjah, die apartheid van moslims preekt. Maar apartheid is een gevaarlijk advies in deze gespannen tijden.

De sleutel tot de europeanisering van de moslims ligt in handen van geleerden als Tariq Ramadan.

En in handen van burgers die open discussiëren in zaaltjes. Er is haast bij, want de terroristen doen hun best om Europa te balkaniseren.