Hockeyers Hurley zetten zichzelf schaakmat

Degradatiekandidaten EMHC en Hurley speelden gisteren een `alles-of-niets'-duel, waarbij de hockeyers uit Amsterdam als verliezer van het veld stapten.

Het was zo'n duel dat beide coaches maanden geleden al met zwarte viltstift in hun agenda hadden gezet. Op Koninginnedag, ja, dan moest en zou het gebeuren. Dan kon de naaste concurrent in de strijd om lijfsbehoud een hak gezet worden. Voor de winnaar van het `alles-of-niets'-duel gloorde immers de elfde plaats, en dus de ontsnappingsroute van een play-off (best-of-three) tegen de verliezer van de promotiestrijd tussen de twee kampioenen van de overgangsklasse (A en B).

Dat robbertje durven EMHC en Hurley, beide dit seizoen de speelbal in de hockeyhoofdklasse, nog wel aan. Tussen de ere- en eerste divisie van de sterkste clubcompetitie ter wereld gaapt immers al sinds jaar en dag een diepe (kwaliteits)kloof. Bovendien: geen betere tegenstander dan een die zojuist een mentale opdoffer heeft moeten incasseren in een zeker voor de gemiddelde overgangsklasser fysiek toch al slopend seizoen.

Sinds gisteren mag vooral EMHC hopen dat het, tegen elke logica in (vier punten uit twintig duels), alsnog het vege lijf zal redden. ,,Het is natuurlijk belachelijk dat we na zo'n dramatische reeks überhaupt nog een kans krijgen'', sprak EMHC-middenvelder Max Allers na de even fortuinlijke als bevrijdende 2-1 zege de eerste na achttien nederlagen en één gelijkspel op Hurley. Lachend: ,,Maar je zal ons niet horen klagen.''

Dat deed ook de verliezend coach niet. Al had Siegfried Aikman daar alle reden toe nadat zijn ploeg niet alleen een voorsprong (0-1) uit handen had gegeven, maar tevens een strafbal om zeep had geholpen. Het knullige en naïeve verweer was volgens de Hurley-coach in feite een blauwdruk van het gehele seizoen. ,,We kunnen aardig ballen, maar we weten het doel niet te vinden.''

Hurley heeft dan ook niet wat EMHC wel heeft: een afmaker in de persoon van strafcornerspecialist Matthew Hetherington. Al 22 keer schoot (of pushte) de 23-jarige Engelsman dit seizoen raak, en daarmee nam hij bijna de totale productie (31) van het `lelijke broertje van Oranje Zwart' voor zijn rekening. Zijn effectiviteit vanaf de cirkelrand is zo mogelijk nog indrukwekkender: een scoringspercentage van bijna zeventig procent. Van zo'n moyenne durft een van 's werelds beste strafcornerschutters, de Pakistaan Sohail Abbas, alleen maar te dromen.

Gisteren schroefde Hetherington zijn seizoentotaal op naar 23, hoewel hij nagenoeg onzichtbaar was en slechts twee keer mocht aanleggen voor zijn inmiddels befaamde korte hoekslag. Nadat de eerste inzet werd gekeerd, sloeg de tweede doelpoging van de tweevoudig international uit Londen als een granaat binnen: 2-1. Het ligt voor de hand dat de hockeyzigeuner die afgelopen zomer overkwam van Frankfurt volgend seizoen elders zijn kunsten zal vertonen.

Hetheringtons treffer betekende dat Hurley, met nog twee duels voor de boeg in de reguliere competitie, de achtervolger langszij zag komen, en dat deed pijn in het Amsterdamse kamp. Verslagen wierp het ontgoochelde ploegje zich na afloop dan ook op de Eindhovense `hobbelmat'. Aikman kon slechts hopen dat ,,die jongens het restant van deze Koninginnedag benutten om nog even flink de bloemetjes buiten te zetten, zodat ze zondag weer fris in hun kop zijn''.

Het is te hopen voor de coach, die twee dagen na zijn 45ste verjaardag graag een overwinning cadeau had gekregen. Het was hem niet gegund. ,,EMHC kan niks, maar wij dus ook niet en daarom past ons nederigheid. Het is pijnlijk om te moeten constateren, maar het ontbreekt ons aan hersens. Individueel hebben de meesten een stap gemaakt, maar daar win je geen wedstrijden mee.'' Eens temeer kreeg Aikman de bevestiging van hetgeen hij al geruime tijd weet: ,,Als de topclubs je elk jaar opnieuw afromen, betaal je daar vroeg of laat de prijs voor.''

De zeventiende competitienederlaag was des te pijnlijker omdat de sinds gisteren hekkensluiter snode toekomstplannen heeft. Hurley moet mee in de vaart der volkeren, en na de nieuwbouw van het clubhuis en het hoofdveld is het de beurt aan het vlaggenschip van de tweede club van Amsterdam (1.685 leden): Heren 1. Hurley zou, zo heette het na de winterstop, de vicieuze cirkel doorbreken en was het beu om nog langer als opleidingsfiliaal te fungeren.

Zeven oud-Hurleyianen zijn inmiddels benaderd. Mochten de verloren zonen (Timman, Hoyng, Stalling, Klaver, Van den Berg, Becht en Huber) überhaupt bereid zijn terug te keren op het oude nest, dan is lijfsbehoud een vereiste. ,,We hebben vandaag in meer dan één opzicht slechte zaken gedaan'', besefte voorzitter Jan Winkel, nadat hij in de slotfase van het onooglijke duel van pure ellende het liefst in de struiken was gekropen.

Maar Aikman noch Winkel is bereid nu reeds de handdoek te werpen, ook al heten de laatste twee tegenstanders Amsterdam en HGC. Winkel: ,,Ons plan staat in de ijskast. Pas eind mei zal blijken of het daar blijft of dat we het alsnog tevoorschijn toveren.'' Of rekent Aikman morgen stiekem op een vriendendienst van de grote buurman Amsterdam? Stellig: ,,Nee, we moeten het zelf afdwingen.''

Maar wat mag hij nog verwachten van een gedemoraliseerde ploeg, die deels leunt op de inbreng van vier onervaren tieners uit de eigen jeugd? Het gevecht op leven en dood trekt een zware wissel op hen, beseft Aikman, die zelf hoe dan ook blijft bij Hurley. ,,Ik heb een afspraak en ik loop niet weg voor problemen. Bovendien ben ik mede-verantwoordelijk voor de situatie waarin we ons nu bevinden.''

Blijven doet ook Anthony Potter, de coach van EMHC die de afgelopen maanden de wanhoop nabij leek. Koos hij de ene week voor een onverhoedse verbale aanval, de andere week schotelde de Australiër zijn mentaal uit het lood geslagen spelersgroep twee stokoude sportfilms (Remember The Titans en Any Given Sunday) voor. Gisteren volgde de beloning en pinkte Potter een traantje weg.