Het zijn geen normale tijden, en daarom blijft het stil aan de moslimkant

Het zijn keer op keer de moslims waaraan van alles niet deugt, die tekortschieten en het laten afweten. Maar zo onderhand is het tijd dat deze onzalige eenrichtingsweg wordt opengebroken en omgeleid.

Sinds het veelkoppige monster van het moslimterrorisme her en der de kop opsteekt, wordt de vraag in alle toonaarden opgeworpen: waar blijft toch het moslimse antwoord op dit monster? Werd hij na 11 september nog incidenteel gesteld, na de aanslagen in het nabije Madrid lijkt deze vraag onlosmakelijk gekoppeld aan ons nationale `integratiedebat'. Op tv, radio, in open brieven, opiniestukken en columns, allerwegen duikt hij op. Columnist Sylvain Ephimenco besteedde er zelfs een hele pagina aan, getiteld `Waar blijft het moslimse antwoord' (Trouw, 20 maart). Daarin houdt hij een pleidooi voor de noodzaak van een ,,krachtig en ondubbelzinnig weerwoord'' van `de' moslimgemeenschap op de bende van Bin Laden & Co, die ,,het huis van de islam hebben gekraakt''. Ephimenco, verrassend getransformeerd tot beschermheer van ,,het huis van de islam'', sommeert de moslims tot ,,spectaculaire demonstraties, spraakmakende manifesten en andere vormen van publieke afkeuring''.

Publicist Paul Scheffer (NRC Handelsblad, 3 april) citeert hem instemmend en stelt dan: ,,En inderdaad: waarom is het zo verschrikkelijk stil en horen we op de Dam alleen protesten ter ondersteuning van Hamas?'' En de ware beweegreden voor minister Verdonks recente bezoek aan de Amsterdamse moskee Al-Kabir kwam al snel boven tafel: waar blijft jullie openlijke motie van afkeuring aan het adres van de moslimterroristen?

Maar daar bleef het niet bij. Want als het aan de VVD-bewindsvrouw ligt moeten moslims bij voorkeur politieagentje willen spelen, de kunst van het verklikken verstaan en meewerken aan repressie.

Los van de frequentie en toon waarop dit verzoek aan moslims wordt gedaan – dat zoetjesaan de gedaante krijgt van een dwangbevel sotto voce – omsluit het een zonderlinge logica. Suggereert de redenering `waar-blijft-de-moslimse-veroordeling?' immers niet gewoon dat bij afwezigheid ervan de moslimgemeenschap wel een gevaarlijke collaborateur moet zijn? Omvat hij niet eenvoudigweg de idee dat bij het uitblijven van een krachtig moslimweerwoord nieuw voedsel wordt gegeven aan anti-islamitische sentimenten? Waakzaamheid is geboden, want als we het terreurinstinct bij de ander niet veroordelen en vervolgen, geven we indirect te kennen dat het ook in onszelf schuilt. Deze verkapte solidariteit dient daarom onmiddellijk te worden gelogenstraft. Het stilzwijgen – wat een teken van tolerantie, of nog erger van heimelijke goedkeuring is – moet plaatsmaken voor luidkeelse walging. Een moslim die zich tevredenstelt met een onberispelijk en afzijdig burgerbestaan, zonder openbare stemverklaringen, heeft wat zijn integratie betreft zijn taak maar voor de helft volbracht. Het behoeft geen verdere uiteenzetting om de potsierlijkheid van dit fluwelen dwangbevel in te zien.

Niettemin vindt de kennelijke behoefte aan een krachtige moslimrepliek een brede weerklank en is zij prima vista nog billijk ook. Want inderdaad: Bin Laden & Co misbruiken de islam door het gebruik van wreedaardige strijdmethodes. En dus zou je normaliter van de vredelievende moslimgemeenschap niets anders mogen verwachten dan dat zij zich in virulente bewoordingen afkerig toont van deze brute gijzeling van ,,Allah en Zijn openbaringen''. Maar let wel: normaliter. Want dat is de crux voor het uitblijven van een eendrachtige moslimrepliek: het zijn géén normale tijden.

Wie langere tijd de berichtgeving, beleidsvoorstellen en bijbehorende commentaren op zich laat inwerken, zal het opvallen dat in Nederland de kwaliteit van debat en politiek een kritieke grens heeft bereikt. In het kielzog van Fortuyn vindt elk ongerijpte oprisping een serieus gehoor en lijkt het land stilaan overgeleverd aan een liberaal beschavingsoffensief dat in de kern liberaal noch beschavend is. Welke hypotheek dit mettertijd legt op het gezellige samenleven, laat zich raden – daar is geen AIVD-rapport voor nodig. Meer in het bijzonder kenmerkt dit klimaat zich door een doorzichtige en op den duur zichzelf ondermijnende moraal van dubbelhartigheid.

Het zijn keer op keer de moslims waaraan van alles niet deugt, die tekortschieten, die het laten afweten. Dientengevolge zijn zij het die op het matje worden geroepen, die publieke excuusverklaringen moeten afgeven, rekenschap dienen af te leggen over deze of gene misstand, hier of elders, groot of klein. Of het nu gaat om een loslippige imam (ik ken veel loslippige kardinalen) of om een obscuur boekje (ik ken veel obscure boekjes) – steeds steekt een storm van nationale verontwaardiging op en is de Grondwet acuut een sta-in-de-weg misbaksel.

Dit kan niet lang goed gaan. Zo onderhand is het tijd dat deze onzalige eenrichtingsweg wordt opengebroken en omgeleid. Om te beginnen houdt dat in dat zaken wat vaker in een omgekeerd perspectief geplaatst en beoordeeld mogen worden. Als de niet-moslims in ongeduldige afwachting zijn van een krachtige moslimrepliek, kan wellicht bedacht worden dat de moslims minstens zo lang wachtende zijn op een ,,krachtig en ondubbelzinnig weerwoord'' van de confessionele partijen alsmede het scala van samenwerkende kerkelijke organisaties aan het adres van Christus-aanhanger George Bush die gewoon is zijn reeks veelkleurige bommentapijten met een zalvend ,,in God we trust'' neer te laten op weerloze islamitische burgerbevolkingen. Doordenkend zou misschien ook bedacht kunnen worden dat moslims al 37 jaar lang wachten op een ,,krachtig en ondubbelzinnig weerwoord'' van (laten we het nationaal houden) de Joodse Gemeente Amsterdam (beheerder van meerdere synagogen), de Federatie Nederlandse Zionisten, Likud Nederland, het CIDI, en meer in het algemeen `de joodse gemeenschap' aan het adres van Israël vanwege zijn staatsterreur. Maar nee, Israëls verrichtingen, die herinneringen oproepen aan methoden waarmee in de vorige eeuw een gemiddelde fascistische politiestaat te werk ging, worden door het Joods Journaal en het Nieuw Israëlitisch Weekblad traditioneel, soms gepaard met een obligaat licht hoofdschudden, met de mantel der liefde bedekt. Is dit nesjomme?

Verwacht dus uit christelijke en met name joodse hoek geen ,,spectaculaire demonstraties, spraakmakende manifesten en andere vormen van publieke afkeuring''. Los van het moedige Een Ander Joods Geluid, en afgezien van de onvergetelijke demonstratie tegen de oorlog in Irak op 22 maart 2003 in Amsterdam waar moslims en niet-moslims massaal hand in hand optrokken, is het dikwijls ijselijk stil op de Dam.

En stil zal het blijven. De moslims kunnen wachten tot ze een ons wegen. Dat ene specifieke weerwoord zal er niet komen. Daar wordt door onze intellectuelen en journalisten ook niet om verzocht. Tegelijk mogen onze moslims in de krantenkolommen en actualiteitenrubrieken langdurig blootgesteld worden aan ideologisch geconditioneerde simplificaties en verdachtmakingen, terwijl onder luid applaus parlementair goedgekeurde moslimvreters de eigen pathologische preoccupaties onafgebroken kunnen botvieren. Vrijheid van mening heet dat.

En passant is zojuist de laatste hand gelegd aan een `integratie- en migratieparagraaf' die tot de meest draconische van de wereld behoort, en kunnen de Amerikaanse autoriteiten voor wat betreft de lage landen rustig slapen. Balkenende vaart vrijwel blind op de koers van Bush & Co. Ziehier de atmosfeer waarin van moslims een weerwoord wordt verlangd.

Vanzelfsprekend, de strijdmethoden van Al-Qaeda kan geen humaan mens toejuichen, maar hebben de Verenigde Staten niet veel bredere rivieren van onschuldig bloed vergoten, onder voorwendselen die nota bene vals blijken te zijn? Heeft Israël de ruïnering van een compleet volk en land niet al bijna een halve eeuw listig weten te verkopen met `veiligheid'?

Omdat elke dode telt, ongeacht huidskleur of religie, is het nogal cru dodenstatistieken met elkaar te vergelijken. Toch neem ik die vrijheid. Want sinds de gerespecteerde NRC-columnist J.L. Heldring zich droogjes liet ontvallen dat hij minder wakker ligt van ,,honderdduizend Rwandezen dan van drieduizend Amerikanen'' (13 september 2001), en daarmee een breed gedeeld sentiment bleek te vertolken, lijkt het mij gerechtigd deze redeneerlijn spiegelbeeldig door te trekken: een moslim ligt doorgaans minder wakker van een dode Amerikaan of Spanjaard dan van een dode moslimbroeder. Dit net zo reele sentiment doet zich nog sterker gelden wanneer de cijfers in disproportionele verhoudingen tot elkaar staan. De aantallen onschuldige islamitische burgerslachtoffers door toedoen van de Coalition of the Willing en Israëlische legereenheden zijn inmiddels opgelopen tot een honderdvoud van de aantallen die op het conto van Al-Qaeda zijn bijgeschreven. De cijfers zijn op te vragen bij diverse humanitaire organisaties en ik kan u verzekeren: ze liggen hoger dan 3.000 of 200. De term collateral damage is militair gezien een sublieme vondst, maar het ethische grenspunt waarop het soortelijk gewicht van menselijk leed zwaarder weegt dan de toepassing van een militaire maat is allang bereikt. Sinds de eerste Intifada zijn circa 7.000 Palestijnen gedood; waren dit allemaal `Hamasleiders'? Amerika heeft in Afghanistan ruim 12.000 mensen gedood, waarvan 3.500 onschuldige burgers, en heeft meer dan 15.000 Afghanen voor de rest van hun leven verminkt, maar Bin Laden loopt nog vrijelijk rond.

In Irak is het extra bizar. Daar ligt – behalve de bijna 40.000 voor het leven gemutileerden – het aantal doden onder ongewapende burgers (circa 9.000) hóger dan onder soldaten. (Dan heb ik de Golfoorlog nog buiten beschouwing gelaten.) En we noteren: voor deze bergen schuldeloze lijken en hun nabestaanden is geen seconde, laat staan drie minuten stilte gehouden. De acteur/schrijver Ramsey Nasr heeft het in zijn lezenswaardige beschouwing juist verwoord: `Ook ik kan de wereld niet veranderen, maar laat mijn doden niet beledigen'(NRC Handelsblad, 17 april).

Zeker, Bin Laden bezorgt `het huis van de islam' geen goede naam, maar de Verenigde Staten bezorgen het islamhuis niet alleen een slechte naam; ze pletten het huis met de grond gelijk, ze executeren de bewoners, ze roven de olie uit de schuur, ze ontheiligen de heilige voor- en achtertuin, ze lijven het in en dicteren nieuwe huisregels, en dat alles zonder enig geldig huiszoekingsbevel. Onderwijl krijgt Israël van deze VS carte blanche voor haar landje-pik-politiek alsmede de toepassing van nietsontziende strijdmethoden, zodat de war on terrorism van lieverlee de contouren heeft gekregen van een war of terrorism.

En wie bedenkt dat Osama bin Laden zowat de enige, zelfverklaarde, islamitische leider is die massief in opstand is gekomen tegen deze horreur –wat je ook van zijn strijdmethoden mag vinden – zal toch moeten begrijpen dat een protest tegen deze `public enemy number one' van de VS van de weeromstuit de lading krijgt van een steunbetuiging aan Amerika en zijn bondgenoten. En dat was nou net niet de bedoeling. De bijval die Bin Laden kreeg na de moord op de Hamasleiders sjeik Ahmed Yassin en Abdelaziz Rantisi van de doorgaans gematigde hoogste geestelijke leider van de soennitische wereld, sjeik Tantawi, mag tot nadenken stemmen.

Intussen is het Paul Scheffer volslagen duister dat het zo ,,verschrikkelijk stil'' is op de Dam. Scheffer? Was dat niet die sociaal-democraat die indertijd, vlak vóór de Irakoorlog, een warm pleidooi hield voor de zo nobele Amerikaanse motieven, maar die zich nu, nadat van deze motieven weinig nobels terecht is gekomen en het nieuwe Irak een tweede Gazastrook lijkt, zo verschrikkelijk stil houdt?

Wie de groeiende populariteit van Bin Laden in de Arabisch-islamitische wereld (zie onder andere de laatste peilingen van het Amerikaanse Pew Research Center) maar ook, zij het meer verholen, onder tal van Europese moslims, halsstarrig blijft los zien van het huishouden van de Verenigde Staten en Israël in het Midden-Oosten, geeft blijk van morele en intellectuele schipbreuk.

Het veelverzochte moslimse weerwoord zal nog lang op zich laten wachten. En dat is geen goed nieuws.

Is publicist. Zijn boek `Abou Jahjah – nieuwlichter of oplichter? De demonisering van een politiek rebel' wordt deze maand uitgebracht.