God is voorlopig slechts droom van de mens

Wat horen we als we afstemmen op het zuchten van de schepping? Onszelf of God?

Wie vorige week de ingekorte versie van de Alfrinklezing van Ger Groot las (Opinie & Debat, pag. 17), moet wel tot de conclusie gekomen zijn, dat na de gereformeerde uittocht uit het theïstisch slavenhuis onder aanvoering van Kuitert nu ook de katholieke intelligentsia godloos geworden is.

Onder leiding van de Radboudstichting, die een tiental bijzondere leerstoelen rondom de katholieke levensbeschouwing steunt, zijn ook de katholieke intellectuelen toegekomen aan de niet meer te ontwijken vraag of gebed en kerkgang staan of vallen met het al dan niet bestaan van God. Een voorbeeld: is het traditionele begrafenisritueel ook zonder God niet heel wel in staat het gedeelde verdriet te articuleren en zo genadig troost te bieden?

Ondanks zijn vaste overtuiging dat God slechts bestaat als product van onze menselijke dromen, zou Ger Groot, mocht zijn kind iets overkomen, toch ,,zich aan zijn atheïsme niets gelegen laten liggen en de sterren van de hemel bidden''. De hamvraag die hij daarbij wel stelt maar niet beantwoordt, is of dat intellectueel eerloos is.

Heel het boeiende betoog van Groot komt er in essentie op neer dat God pas bestaat in en dankzij rite, gebed en sacrament. Zoals geld ook zonder goud in de kluis (God) toch wel circuleert en geeft wat het belooft: krediet, geluk en vertrouwen. Of die geldmetafoor puur op basis van vertrouwen en zonder enige meetbare tegenwaarde lang opgaat, staat te bezien, maar dat God zou tronen op Israëls lofgezangen is zeker een oude gedachte.

Maar is dat geen beeldspraak? Volgens Kuitert wel en niet. Dat wij ons leven kunnen ervaren als een geschenk, is werkelijkheid. Maar om ons daarbij iets te kunnen voorstellen, doen wij vervolgens alsof er ook sprake is van iemand die ons dat bestaan schenkt. Ook al bestaat God dan niet als waarneembaar, Hij is wel de keerzijde van die zeer reële ervaring.

In een bespreking van Kuiterts boek (NRC Handelsblad, 3 nov. 2000) is Groot niet tevreden met diens `alsof'. Het is hem niet radicaal genoeg. Het `alsof' moet van Groot zijn eigen toneelspel vergeten en echt worden. Voor de protestant Kuitert is volgens Groot het godsdienstig ritueel ,,doen alsof'', voor de katholiek die hij zelf (toch nog) is: ,,doen alsof je niet doet alsof''.

Coreferent op 2 april was Radboudhoogleraar dr. Frans Maas. Hij wil het primaat van de godsdienstige praktijk best onderstrepen, maar heeft toch niet genoeg aan God als een door riten geschapen weldadige illusie. Anderen vonden dat christelijke filosofen en theologen als Groot nu eindelijk maar eens de moed zouden moeten hebben om uit hun overwegingen de laatste consequentie te trekken door niet alleen God maar ook de godsdienst openlijk vaarwel te zeggen. Groot zet die laatste stap niet, want hij vraagt zich af of een mens met zulk realisme wel beter af zou zijn. Maar is dat eigenlijk wel een vraag? Wie zou tenslotte bij volle bewustzijn in zo'n illusie kunnen leven?

Mijns inziens moesten we inderdaad maar toegeven dat God nog niet anders bestaat dan als droom van de mens. Ik zou dan ook nooit, bij welke bedreiging van mijn existentie ook, zoals Groot ,,de sterren van de hemel'' bidden. Dat weet ik inmiddels uit eigen ervaring.

Toch deel ik zijn hoge waardering voor het godsdienstig ritueel. Want in de steeds te verfijnen herhaling daarvan kan onze `tuner' al zuiverder afgestemd raken op het zuchten van de schepping, op de stem die mij fluisterend roept. Wat hoor ik dan? Volgens velen niets anders dan de stem van ons collectieve geweten.

Niets anders? Mag ik die vraag openhouden? Al was het maar om niet van het ene fundamentalisme in het andere te vervallen. Om leven en samenleven te duiden en te vieren, ken ik bovendien voorlopig geen betere taal dan de vormen, verhalen en liederen van de traditie die ik liefheb. Een andere taal hoeft niet minder te zijn en kan ik misschien ook nog wel leren, maar nooit meer zo goed dat ze me dichter bij het hart van de zaak brengt. En in het bijbelse idioom, dat mij gaandeweg eigen geworden is en dat mij in staat stelt met velen te communiceren, kan God eerder in ons gebeuren, geboren worden, sterven en opstaan dan bestaan. Een metafoor? Ongetwijfeld, maar wel een die werkt. Wat meer is dan alleen maar bestaan.

Emeritus remonstrants predikant