Forse stijging van pensioenuitgaven bedrijven

Grote bedrijven kampen met opnieuw rap stijgende uitgaven voor het pensioen van hun werknemers. De opgeveerde aandelenkoersen in 2003 en hogere rendementen van hun pensioenfondsen bieden nog geen soelaas, zo blijkt uit de jaarverslagen die grote bedrijven de afgelopen weken hebben gepubliceerd.

Zo verwacht Philips, dat in 2003 nul euro premie betaalde aan zijn Nederlandse pensioenfonds, dit jaar 200 miljoen euro kwijt te zijn. Afgelopen week meldde het pensioenfonds van Unilever Nederland dat de werkgever, na veertien jaar van nul premiebetalingen, dit jaar weer de volledige pensioenpremie gaat betalen, wat neerkomt op 44 miljoen euro.

De voortgaande premieverhogingen onderstrepen de ernst van de pensioencrisis en de verscherpte regels van de toezichthoudende Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) op de pensioenwereld, waarin meer dan 500 miljard belegd vermogen is samengebald.

Bij Hoogovens stijgt de premie die werkgever Corus dit jaar denkt te moeten betalen met 30 procent, van 42 miljoen pond naar 55 miljoen pond (82 miljoen euro).

Akzo Nobel legt bijna 50 miljoen euro extra op tafel en verwacht dit jaar 195 miljoen euro aan premies te betalen. Post- en logistiekbedrijf TPG geeft geen verdeling naar Nederlands en buitenlands pensioenfonds, maar zegt wel dat de bijdrages aan pensioenfondsen stijgen van 264 miljoen naar 270 miljoen euro. Ook in grote bedrijfstakken als overheid en onderwijs, zorg en welzijn, metaal en metalektro, de bouwnijverheid en de media zijn de pensioenpremies dit jaar verhoogd of verder verhoogd.

Hogere premies bijten in de winstgevendheid van het bedrijfsleven. Pensioen is de duurste secundaire arbeidsvoorwaarde en daarmee een belangrijk onderdeel van de loonkosten. De oplopende kosten stimuleren bedrijven om hun werknemers een (groter) deel van de premies te laten betalen. De vuistregel is dat de werkgever twee derde van de premie betaalt en de werknemer de rest. De PVK heeft de pensioenwereld anderhalf jaar geleden de duimschroeven aangedraaid met de eis dat pensioenfondsen een kostendekkende premie moeten doorberekenen aan werkgevers en eventueel werknemers.

De PVK waarschuwt in zijn jaarverslag over 2003 dat pensioenpremies die niet kostendekkend zijn een onjuist beeld geven van de arbeidskosten en tot kunstmatige schepping van arbeidsplaatsen kunnen leiden. In zijn jaarverslag noemt de PVK de financiële positie van de pensioenwereld ondanks het herstel van de aandelenkoersen nog altijd zorgelijk. Bij een beperkt aantal grote ondernemingen, zoals ABN Amro en KPN, is sprake van een daling van de pensioenpremies voor de werkgever, maar blijven de premies wel op een ongekend hoog niveau. Zo betaalt ABN Amro dit jaar 464 miljoen euro premie aan haar Nederlandse pensioenfonds, een daling van 8 procent. In 2001 betaalde de bank 13 miljoen euro.

De oplopende pensioenpremies worden bij menig grote onderneming versluierd door de gekozen boekhoudmethodes. De afgelopen jaren zijn Amerikaanse boekregels in zwang geraakt. Volgens die regels, die ook in Nederland toegepast mogen worden, hoeven ondernemingen niet de betaalde pensioenpremies als kosten op te voeren in hun resultatenrekening, maar mogen zij bij de becijfering van de pensioenkosten ook rekening houden met het geschatte rendement op de beleggingen van hun pensioenfonds. Eventueel benodigde extra uitgaven mogen ze over tien jaar uitsmeren.

ABN Amro betaalde vorig jaar bijvoorbeeld 833 miljoen euro aan pensioenregelingen voor werknemers in Nederland en daarbuiten, maar neemt in haar jaarverslag een kostenpost op van `maar' 481 miljoen euro. TPG betaalde 257 miljoen euro, maar hoeft in zijn jaarverslag `maar' 85 miljoen euro pensioenkosten op te nemen. Andersom gebeurt echter ook. Philips, ING en Akzo Nobel namen in hun jaarverslag over 2003 een hoger bedrag aan pensioenkosten ten laste van de winst dan het bedrag dat zij feitelijk aan pensioenpremies betaalden.