Europa niet van de burger

Hoge leiders hebben vannacht de uitbreiding van de EU begroet. Maar de Europese burger? Het motto `Europa is best wel belangrijk' luidt eerder `Europa is best wel eng'.

Symbolischer kan het haast niet. Hermetisch afgesloten van de buitenwereld bekrachtigen 25 regeringsleiders vandaag in de Ierse hoofdstad Dublin de grootste uitbreiding van de Europese Unie ooit. Het project Europa: telkens weer verkocht als voor de mensen, maar ondertussen steeds verder afstaand van de mensen.

`Europa viert feest' luidt het adagium op deze eerste mei, maar het is toch vooral het feest van de bestuurlijke elites. Die zouden zo graag geestdrift zien bij `hun' bevolking, maar ontmoeten vooral onverschilligheid en scepsis. De voordelen van het geïntegreerde Europa zijn als vanzelfsprekend en dus zonder dankbaarheid geaccepteerd. Wat resteert is de achterdocht: de dure euro, de Brusselse bureaucraten, en dan straks ook nog de Turken. Europa groeit, maar nog harder groeit de twijfel.

De vroegere Duitse bondskanselier Helmut Kohl zei deze week voor de televisie dat de uitbreiding voor hem ,,de voltooiing van een droom'' betekent. ,,Een vrij Europa is een Europa dat boven alles de vrede dient'', aldus de man die West- en Oost-Duitsland herenigde. Maar ook hij heeft ervaren dat het `nooit-meer-oorlog-argument' – was het daar in de jaren vijftig niet allemaal om begonnen? – steeds minder aanslaat.

Oorlog in Europa: voor een inmiddels grote meerderheid van de bevolkingen die vanaf vandaag het Europa van de 25 vormen, is dat toch iets van ouders, en nog meer van grootouders. Als er vandaag tranen vloeien, zal dat bij de mensen van die generatie zijn. Zij die het Verenigd Europa als opdracht zagen en de zaak hebben overgedragen aan een generatie die Europa als een gegeven met voordelen maar ook met heel veel nadelen beschouwt. Idealisme heeft plaatsgemaakt voor zakelijkheid.

En zo wordt er vandaag geschiedenis geschreven met een voetnoot. `Wij' uit het oude Europa waren het verplicht vanuit het verleden, maar van harte gaat het allemaal niet. Vijftien jaar na 1989, het jaar van de fluwelen revolutie in Oost-Europa, is met de toetreding van Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Estland, Letland en Litouwen de deling van Europa eindelijk voorbij. En vooruit, omdat Europa toch bezig was met het verleggen van de grenzen konden de eilandstaten Malta en Cyprus er ook nog wel bij.

Sinds het principebesluit voor hun toetreding eind 1997 werd genomen, hebben de landen stuk voor stuk moeten bewijzen dat ze rijp waren voor het lidmaatschap. Volop hebben ze eraan gewerkt: politieke hervormingen, economische hervormingen en hervormingen van het juridische apparaat. Soms dankzij de nodige coulance van de beoordelaars uit de bestaande Unie waren ze allemaal op tijd klaar. Het gevolg: de Europese Unie breidt haar oppervlakte vandaag uit met een kwart, krijgt duizenden kilometers nieuwe buitengrens, groeit van 376 miljoen naar ruim 450 miljoen inwoners en wordt armer. De nieuwe landen zijn gemiddeld genomen half zo rijk als de oude lidstaten van de Unie gezamenlijk.

Ook om die reden is de uitbreidingsceremonie van vandaag in Ierland misschien wel zo symbolisch. Ierland geldt net als Spanje als hét succesverhaal van de Europese Unie: een land dat tot 1973, het jaar van de toetreding tot het Verenigd Europa, als onbeduidende economie letterlijk de rand van Europa vormde, maar zich daarna dankzij Europese subsidiestromen en Europese afzetmarkten razendsnel omhoog wist te werken en jarenlang het beste uit de statistieken naar voren kwam.

Zo moet het straks dus ook gaan met al die nieuwe landen aan de andere kant van Europa. Een vergrote en geliberaliseerde afzetmarkt voor de 25 deelnemers van de Unie die vooral tot groei-impulsen in de nieuwe EU-lidstaten gaat leiden en tegelijk dankzij kostenconcurrentie de economieën in de oude Unielanden scherp zal houden.

vervolg DISCREPANTIE: pagina 2]

DISCREPANTIE

Burger: Europa is best wel eng

[vervolg van pagina 1]

Tegelijk is het bezielende verhaal met als rode draad `we horen bij elkaar' op de achtergrond geraakt. Eenvoudigweg omdat er ook niet zoveel interesse voor bestaat. Europa is voor steeds meer mensen synoniem voor een verkeerd soort grootschaligheid en wakkert daarmee slechts onzekerheid aan. Veelal is het een kwestie van louter gevoel, maar zoals de afgelopen jaren zoveel politici op pijnlijke wijze hebben moeten ervaren, is dat gevoel meer en meer de leidende gedachte bij het stemgedrag.

De uitgebreide Unie staat tegenwoordig vooral de onwerkbare en verwaterde Unie waarin zeker de kleinere lidstaten dreigen te verdrinken. `Europa best belangrijk', zeggen de reclameteksten van de Nederlandse overheid, waar het grote publiek Europa `best wel eng' vindt. Het is die discrepantie die op een dag als vandaag naar voren komt. Tegenover de eenheidsfestiviteiten staat een grote mate van door wantrouwen gevoede desinteresse. Voor zover er sprake is van publiek debat gaat het niet over de uitbreiding die nu aan de orde is, maar over al weer de volgende stap. Want terwijl de toetreding met de tien nieuwe landen nog moest worden geformaliseerd was de uitbreidingstrein al weer voortgedenderd. Turkije heet de volgende Europese uitdaging terwijl ondertussen Bulgarije en Roemenië nog `even' lid moeten worden in 2007. En dan gaat het veelal niet eens meer over de vraag óf, maar wanneer Turkije lid kan worden. Want zoals met zoveel zaken als het Europa betreft, is ook hier sprake van het voldongen feit.

Niet voor niets is de roep om een referendum over de Europese Grondwet zo groot. Niet omdat iets als de stemverhouding binnen de Europese Raad van Ministers de mensen zo bezighoudt, maar wel het sluipenderwijs in omvang en macht uitdijende Europa waar enkele grote landen de dienst gaan uitmaken en de eigen identiteit verloren dreigt te gaan.

Het `nee' tegen het onbegrepen Europa zou de komende tijd wel eens grote vormen kunnen gaat aannemen en het is dan ook deze groeiende negatieve stemming die als een schaduw over de dag vandaag heen hangt. In Dublin, maar ook op al die andere plaatsen in het nieuwe en oude Europa waar de uitbreiding wordt gevierd zullen vele hartverwarmende woorden worden gesproken. `Een historische dag voor Europa'. `Het definitieve einde van de koude oorlog'. De gebezigde adjectieven zijn even clichématig als afgesleten. Vandaag gaat het over het nieuwe Europa van de opgeschoven grenzen. Maar morgen zal het onherroepelijk al weer gaan over de zich steeds meer opdringende vraag: de grenzen van Europa's eigen kunnen.