Elvis is niet dood

In LA sterft het van de Elvissen. Maartje Duin wil niet met haar Elvis op de foto: ze wil weten wat hij verdient.

Tijdens een weekendje in Las Vegas liep ik Elvis tegen het lijf. Foto-Elvis, moet ik zeggen, want in Las Vegas wemelt het van de Elvissen. Eerder had ik Big Elvis zien optreden in een van de casino's aan The Strip. Zittend op de rand van het podium, want rechtop staan kostte hem moeite met zijn tweehonderdvijftig kilo. Toch was hij niet te beroerd om af en toe een paar suggestieve bewegingen met het onderlichaam te maken.

Dan was er nog een man van een jaar of vijfenzestig die als levende mascotte voor de deur van het Barbary Coast-casino stond. Daar hadden ze Elvis-gokautomaten. Op zijn overproductieve zweetklieren na vertoonde hij weinig gelijkenis met The King, maar dat scheen de meeste voorbijgangers niet te deren.

Foto-Elvis was een stuk jonger. Hij droeg een wit broekpak met plastic diamanten en een plastic gouden zonnebril. Tussen het Harley Davidson-café en het MGM Grand casino ging hij met toeristen op de foto voor `whatever you feel comfortable giving, people'. Van een afstandje stond ik naar hem te kijken. Hij deed het niet slecht. Vrouwen gaf hij een knipoog, mannen een opgestoken duim. Ik liep op hem af. ,,Wat levert dat nou op, op een dag?'', vroeg ik.

Dat wilde Foto-Elvis me wel vertellen, maar liever na werktijd.

Een paar uur later liep een jongen van een jaar of 24 het terras op. Hij droeg een korte broek met gympen en had zijn sportsokken opgetrokken tot de knie. De Elvis-wenkbrauwen waren weg; wat restte was een nogal oninteressant blotebillengezicht. Zonder vetkuif en bakkebaarden had ik hem niet herkend.

Hij was begonnen als Juggling Elvis, vertelde Foto-Elvis. Jongleren was zijn passie, daarvoor had hij zijn middelbare school in Florida verlaten. Maar als hij zijn mondhoek optrok, leek hij in de verte op the King of Rock 'n' Roll. In Las Vegas was dat nooit weg.

Toen hij op een dag voor de fontein van het Bellagio Hotel stond te jongleren, hielden twee agenten hem aan. Of hij een vergunning had. Nee, dat had hij niet. Voor Juggling Elvis wist wat er gebeurde, was hij in de boeien geslagen en kwam er een politieauto met gierende sirenes aangescheurd. Maar net toen ze hem op de achterbank wilden duwen, zei de ene agent tegen de andere: ,,Maak even een foto van mij en Elvis, wil je?'' Aldus geschiedde. Voor het Bellagio had zich inmiddels een kring van toeschouwers gevormd. De volgende ochtend stond het incident breed uitgemeten in de plaatselijke kranten.

Juggling Elvis rook een kans. Hij had zichzelf altijd meer als zakenman dan als circusartiest gezien. ,,Het geheim van Foto-Elvis is dat er geen overhead-kosten zijn'', legde hij uit, ,,er is namelijk geen product.'' De toeristen gebruikten hun eigen fototoestel; zelf had hij alleen geïnvesteerd in een wit, een blauw en een rood broekpak, made in Thailand voor een luttel bedrag. Dan nog wat haarverf en pommade, plus wat make-up – niet te veel, want dat zweette zo in het zonlicht en Zweet-Elvis stond al een paar honderd meter verderop.

Vrienden had Foto-Elvis niet. In Florida waren ze hem allang vergeten en hier werkte hij zeven dagen per week. Contact met de locals had hij des te meer. Van zijn arrestatie had hij geleerd dat hij alleen op straat mocht staan als hij in dienst was van een bedrijfje. Dus stopte hij de lieden van het time-share kantoortje achter zijn standplaats af en toe iets toe. Die hadden bovendien allerlei connecties in de plaatselijke onderwereld. Handig als Foto-Elvis zich een jaloerse echtgenoot van het lijf moest houden, of een paar dronken studenten.

Maar nu wist ik nog steeds niet wat hij verdiende. ,,De meeste mensen geven zo tussen de twee en vier dollar'', zei Foto-Elvis. ,,Een uitschieter van twintig dollar krijg ik een paar keer per dag. Eens per week eentje van honderd.'' In een uur kun je twintig keer op de foto, rekende hij voor me uit, maal drie dollar, maal acht uur, maal zeven dagen, plus de uitschieters zo kwam hij op drie- tot vijfduizend dollar per week. ,,Niet slecht, toch, voor een beginnend ondernemer?'' Als de beurs nou nog een beetje meezat, dacht hij rond zijn dertigste met pensioen te kunnen. Toen was Elvis ook al binnen.

    • Maartje Duin