EK historie

`Ik ben keeper Yashin' was een gevleugelde kreet in het Nederlandse straatvoetbal in de jaren zestig. Bij elk partijtje stond een imitator van de Russische doelman onder de denkbeeldige lat; bij voorkeur in zwart tenue. Zijn bijnamen luidden onder meer: De Leeuw van Moskou, de Zwarte Panter, de Zwarte Octopus. Lev Ivanovitsj Yashin was groot, had lange armen en benen. Hij plukte de bal vaak met een hand uit de lucht. Hij stopte ook 150 strafschoppen. Met zijn donkere blik en reusachtige gestalte had hij een hypnotiserende werking op zijn tegenstanders. Hij was in 270 duels onpasseerbaar, en won met de Sovjet-Unie in 1956 de olympische titel en vier jaar later ook de eerste Europese titel. Hij speelde alleen voor Dinamo Moskou. Yashin nam voor elk duel een sigaret tegen de zenuwen en een glas wodka tegen de kou. Hij was geen showkeeper, maar een degelijke doelman die in het veld zijn keel schor schreeuwde en buiten het veld voornamelijk zweeg; tot ergernis van zijn vrouw die zich wanhopig afvroeg waarom hij niet met een bal was getrouwd. Yashin was in 1963 Europees voetballer van het jaar en werd in 1999 postuum tot 's werelds beste keeper van de eeuw verkozen. Hij overleed in 1990 op 61-jarige leeftijd aan kanker. In de jaren zeventig was hij al een beetje gestorven, nadat bij hem een been moest worden geamputeerd als gevolg van trombose. Yashin kreeg geen staatsbegrafenis. In Moskou staat wel een beeld.

Dit is de eerste aflevering in een serie over de geschiedenis van het Europees kampioenschap voetbal.