Einde aan beulswerk in de boot

Michiel Bartman (36) wil niet die sportverdwaasde gek worden, die alleen maar kan roeien. Daarom stopt hij na de Olympische Spelen. ,,Ik weet zelf ook wel dat ik af en toe doordraaf.''

Zelfs voor Michiel Bartman is het leven als roeier eindig. Nog één keer de Olympische Spelen en dan wil hij stoppen met het beulswerk in de boot. Nee, er is geen sprake van fysiek ongemak. Integendeel, Bartman is topfit en bepaalt als slagroeier het ritme in de Holland Acht. Het is vooral een mentale én een financiële kwestie. ,,Ik ben het zat om elke maand te kijken of ik rondkom.''

Het is de tragiek van de onbeminde sporter dat hij structureel geldgebrek heeft. Maar geen zelfbeklag bij Bartman, voor wie geld nooit de drijfveer voor zijn sportieve geldingsdrang is geweest. Maar zelfs voor iemand die met weinig tevreden is, kent de soberheid van het bestaan grenzen. Bartman: ,,Het was een vrijwillige keus om te gaan roeien. Was het dan stom om zo lang door te gaan? Ik vind van niet. Als je op je sterfbed ligt en op je leven terugblikt, zeg je niet: had ik maar harder gewerkt. Nee, dan zeg je: had ik die berg maar beklommen of die mooie reis gemaakt. En hoeveel Nederlandse sporters kunnen zeggen dat ze olympisch kampioen zijn en naast de gouden medaille ook een zilveren hebben gewonnen? En hoeveel atleten hebben tien jaar onafgebroken aan wereldkampioenschappen deelgenomen? Ik denk heel weinig. Dat is voor mij de grote waarde van het roeien geweest. De komende dertig jaar kan ik me op een maatschappelijke loopbaan storten, in de wetenschap dat ze me die prachtige jaren als roeier nooit afnemen. Wat ik wil? Het basisonderwijs lijkt me wel wat.''

Bartman wil niet zo ver gaan als de Brit Steve Redgrave, die na zijn vierde gouden medaille in Atlanta verklaarde: `Wie me ooit in een roeiboot aantreft, mag me doodschieten' om vervolgens vier jaar later in Sydney voor de vijfde keer op rij olympisch kampioen te worden. ,,Maar `Peking' is normaal gesproken uit den boze'', houdt de ancien van de Nederlandse roeiploeg een kleine slag om de arm. ,,Na drie Olympische Spelen is het mooi geweest. Als ik doorga tot en met 2008 kan ik ook wel een reden bedenken om de Spelen van 2012 nog mee te maken. Ik wil niet die sportverdwaasde gek worden die alleen maar kan roeien.''

Maar is Bartman dat in zeker zin al niet? Verongelijkt: ,,Nee, dat vind ik helemaal niet. Ik doe iets wat uniek is in het leven. Dat ik zo lang ben doorgegaan, heeft evenmin iets te maken met het verwerven van status; dat ik Nico Rienks of Ronald Florijn zou willen overtreffen. Mijn status heb ik al verworven in 1996 in Atlanta bij het winnen van de gouden medaille in de Holland Acht.''

In zijn bespiegelingen gaat Bartman er steevast vanuit dat hij er bij de Spelen in Athene weer bij zal zijn, terwijl nog niet vaststaat dat de Holland Acht, waar hij sinds kort weer deel van uitmaakt, mag meedoen. Hoewel plaatsing een tour de force wordt, is Bartman ervan overtuigd dat het gaat lukken. ,,Anders was ik al met roeien gestopt'', zegt hij zonder een spoor van twijfel. ,,Ik vertrouw erop dat we volgend weekeinde bij de wereldbekerwedstrijd in het Poolse Poznan aan de eis van NOC*NSF een plaats bij de eerste vier zullen voldoen. Dat vertrouwen is gebaseerd op de bemanning, de ervaring en de manier waarop we met de Holland Acht bezig zijn. Het is een zware opgave, maar ik ben niet aan een avontuur begonnen waarvan ik weet dat het niet haalbaar is; daar train ik niet twaalf tot veertien keer per week voor. Dan kan ik mijn tijd wel beter besteden.''

Naast het gevecht met tegenstanders wordt Bartmans loopbaan gekenmerkt door conflicten met collega-roeiers. Het heeft bij hem geen litteken achtergelaten. Zijn eigenzinnigheid beschouwt de roeier in zekere zin als een deugd. Bartman: ,,Als ik naar anderen had geluisterd, was ik nooit een toproeier geworden. Mijn familie heeft in de beginjaren meermalen gezegd: `joh, stop er toch mee, want je wint nooit wat'. Maar ik heb altijd gevonden dat ze ongelijk hadden. Ik vond het belangrijk om te doen wat ik wilde. Nee, dan vind ik het geen probleem als mensen mij lastig vinden. Zo lang ze dat maar eerlijk zeggen. En dat gebeurt niet altijd. Ik weet zelf ook wel dat ik af en toe doordraaf. Maar dat komt voort uit mijn fanatisme en mijn neiging tot perfectionisme. Ik kan er alleen niet tegen als ik bij conflicten voor een voldongen feit word gesteld, terwijl het ongenoegen allang suddert.''

Bartmans kritische geest en zijn koppigheid waren er mede de oorzaak van dat de dubbelvier vorig jaar uit elkaar viel. De roeier wil niet op de oorzaken ingaan, maar laat er geen misverstand over bestaan dat de breuk niet zijn keus was. Hij wilde in de dubbelvier met Diederik Simon, Gerritjan Eggenkamp en Geert Cirkel naar Athene en niet met de Holland Acht, waarvan hij nu noodgedwongen deel uitmaakt. Maar de onderlinge verhoudingen in de dubbelvier waren aangetast. ,,Ik verzette me daar tegen, ik wilde knokken, waar anderen het moede hoofd in de schoot legden. De makke van het roeien is dat je na een conflict in een andere boot kunt stappen. Je lost dan het probleem niet op, maar het leidt wel de aandacht af. Ten tijde van het conflict met de dubbelvier was het ook hommeles bij de nationale hockeyploeg. Maar zij vonden wel een oplossing; omdat je bij hockey maar één ploeg hebt. Nee, ik ben niet teleurgesteld in de andere jongens van de dubbelvier. Ieder handelt op zijn manier. En ik ben een knokker. Waarop het fout is gegaan? Op onze koppigheid.''

Uiteindelijk kwam Bartman ogenschijnlijk onaangedaan uit het conflict te voorschijn. Alsof het louterend had gewerkt. Maar dat is uiterlijke schijn. ,,Mijn eerste gedachte na de breuk in de dubbelvier was: krijg allemaal de kolere, ik kap ermee. Hoeveel shit kun je hebben? Maar mijn partner Susannah en technisch directeur Joop Alberda van NOC*NSF hebben me van gedachten doen veranderen. Zij hielden me voor dat dit niet de manier was om afscheid te nemen en dat stoppen altijd nog kan. Het zou the easy way out zijn geweest. Ik kan nu nog steeds zeggen: ik stop. Maar dan is het mijn beslissing en sluit ik mijn carrière niet in totale boosheid af.''

Eenmaal terug in de Holland Acht wist Bartman dat een vergelijking met het gouden team van `Atlanta' geen eerlijke is. ,,Ik acht het uitgesloten dat er ooit zo'n sterke ploeg terugkeert; we waren destijds de beste Acht die er ooit in de wereld is geweest. Het team van nu bestaat vooral uit roeiers die aan het begin van hun carrière staan, terwijl de Holland Acht van 1996 bestond uit ervaren roeiers. Maar de impact van die Holland Acht is nog steeds groot. Ik sprak ooit een Deense roeier, die mij niet kende. Toen ik hem vertelde dat ik in 1996 goud had gewonnen met de Holland Acht reageerde hij slechts met: wow! Zo groot was het respect.''

Na de gouden medaille in Atlanta, won Bartman vier jaar later in Sydney met de dubbelvier zilver. Persoonlijk beschouwt hij die prestatie als zijn tweede olympische titel, omdat een lid van de gouden Italiaanse ploeg kort voor de Spelen positief was getest op groeihormonen. Hij ging vrijuit, omdat het middel was aangetroffen bij een bloedtest die op dat moment nog niet was erkend. Bartman: ,,Ik neem het die Italiaan nog steeds kwalijk dat hij doping heeft gebruikt, ook al kan ik het formeel niet bewijzen. Ik verwijt hem vooral dat hij zijn gouden medaille met een grote grijns op zijn gezicht kwam afhalen. Ik ben klaar met hem; als ik hem ergens tegenkom en hij kijkt me aan, krijgt hij een dodelijke blik terug.''

Vanzelfsprekend is Bartman niet wereldvreemd en weet hij ook dat doping onderdeel van de sport uitmaakt. Maar dat wil niet zeggen, dat de roeier die situatie wil accepteren. ,,Dat het man-tegen-man-gevecht verdwijnt, baart mij grote zorgen. Naïef? Dat vind ik niet. Als de wereld verandert, betekent dat nog niet dat de sport van zijn puurheid beroofd moet worden. Natuurlijk, er wordt doping gebruikt. Maar dat wil niet zeggen dat ik me daar bij neerleg. Neem die gendoping; je bent toch mesjogge als je je lichaam gaat veranderen. Ik ben ook een voorstander van strenge straffen. Carrière naar de knoppen? Jammer, dan had die persoon maar eerder moeten nadenken. Als ik clean olympisch kampioen kan worden, waarom moeten anderen dan uit de pillenpot snoepen? Ik kan het nog begrijpen als laatste stapje nadat je er jarenlang zo dicht bij bent geweest. Maar heb geen begrip voor iemand die moedwillig de grens overschrijdt.''

Hoe eendimensionaal Bartman zijn sport ook bedrijft, het verengt zijn belangstelling niet. De roeier is sinds vorig jaar voorzitter van de atletencommissie van NOC*NSF, een functie die hem bovendien qualitate qua bestuurslid van de sportkoepel maakt. Bartman verenigt twee belangen in zich. Het brengt hem evenwel niet in gewetensconflict. Integendeel, hij vindt het juist goed dat sporters worden betrokken bij het beleid en, in tegenstelling tot vroeger, inspraak krijgen. ,,Ik wil opkomen voor de sporter'', vertelt Bartman. ,,Bij onrechtvaardigheid spring ik naar voren. Niet uit onvrede, maar omdat ik het belangrijk vind.''

Als de grootste opdracht voor de atletencommissie ziet Bartman dit jaar het veiligstellen van de stipendiumregeling voor topsporters. Na de Spelen loopt de termijn af en moet de politiek zich over een verlenging uitspreken. Bartman is er niet gerust op of dat goed zal komen, vooral omdat de overheid dit jaar al 90.000 euro extra beschikbaar heeft moeten stellen, omdat inmiddels meer sporters dan berekend van de regeling gebruikmaken. Volgens Bartman is dat een gevolg van het besluit ook de gehandicapte sporters voor een vergoeding als A-sporter in aanmerking te laten komen. ,,Over die uitbreiding is onvoldoende nagedacht'', vindt Bartman. ,,Als het aantal A-sporters wordt uitgebreid, moeten de financiële mogelijkheden daarbij worden aangepast.''

Bartman houdt er rekening mee dat de stipendiumregeling in de huidige vorm niet blijft bestaan. ,,Kijk wat er vorig jaar met de bezuiniging op sport is gebeurd. Binnen een paar weken werden er miljoenen gekort. Mocht de regeling in zijn geheel komen te vervallen, dan wordt de Nederlandse sport voor een belangrijk deel afhankelijk van gekken zoals ik.''