Een nieuwe tijd

Onlangs stuurde een oude vriend mij een foto. Zijn vader had hem genomen na de uitreiking van ons H.B.S.-diploma in juni 1968. Samen met vijf schoolvrienden sta ik op het gazon voor de school. Poseren kun je het niet noemen. Ieder van ons kijkt een andere kant op, lacht of gebaart. Heeft geen erg in de camera. Of doet alsof, dat weet ik niet meer. De vrijheidsdrang druipt er vanaf. Of zie ik wat ik wil zien, zijn we gewoon een stelletje chaotische pubers? Op de een of andere manier herken ik in onze houding die van beatgroepen uit die tijd. De gespeelde onverschilligheid van jongens die met hun houding geen raad weten en zich derhalve te buiten gaan aan overacting. Nee, dat was het niet alleen. Wij wilden wat anders. Ageerden tegen de vanzelfsprekendheid van straffe regels en conventies. We noemden onszelf artistiekelingen, waren bewuste outsiders op een school die werd gedomineerd door blauwe blazers en grijze pantalons. We roken onze kans en probeerden met langere haren en afwijkende kleding een tegencultuur neer te zetten. We ageerden tegen de autoriteit van de leraren. Het was gerommel in de marge. Maar nu, na het eindexamen lag de wereld aan onze voeten, konden we de grote mensen wereld lastig vallen met onze strapatsen. Om ons heen gonsde de vrijheid, de hoop. Het begin van een nieuwe tijd, een andere tijdgeest.

Zesendertig jaar later. Dagelijks lees, hoor en zie ik verschijnselen die de uiting zijn van een nieuwe tijdgeest. Zo las ik dat minister Donner overweegt de politie opdracht te geven om in geval van huiselijk geweld de etnische achtergrond van daders en slachtoffers te registreren. Aanleiding was de moord op een Turkse vrouw die naar een Blijf-van-mijn-lijf-huis was gevlucht maar haar man desondanks niet kon ontlopen en door hem werd vermoord. Donner hoopt zo te achterhalen hoe vaak de etnische achtergrond een rol speelt. Had hij tien, twintig jaar geleden eens moeten voorstellen. Had hij het aan de stok gekregen met het Meldpunt Discriminatie. Was hij als racist gebrandmerkt en als minister afgeserveerd, zoveel is wel zeker. Maar had hij het zestig jaar geleden tijdens de tweede wereldoorlog voorgesteld dan had niemand verbaasd opgekeken. Nee, je kunt de tijdgeest maar het beste mee hebben. Sinds ongeveer 1968 vond de Umwertung aller Werte plaats, dacht de babyboomer. En Nederland nam daarin het voortouw. Nergens in West-Europa is zo veel veranderd als hier. Wij hebben nu eenmaal een onbedwingbare neiging tot moderniseren, niet gehinderd door gevoel voor traditie. Maar gaandeweg diende de keerzijde zich aan. Wist ik veel dat onze meegaandheid en onverschilligheid, alom versleten voor tolerantie, daders van misdrijven zou pamperen. Wist ik veel dat mensen zonder herinneringen er een van hun therapeut zouden kunnen krijgen waarmee ze een identiteit als incestslachtoffer kregen. Wist ik veel dat we onderwijs en cultuur zo zouden opleuken dat onze hele samenleving zou verpretten, en dat de Eftelingisering zijn intrede zou doen. Wist ik veel dat president-commissarissen van bedrijven, zo grenzeloos zouden graaien en hun inkomens zouden verveelvoudigen en een voormalig vakbondsleider en premier dit nog zou goedpraten ook. Wist ik veel dat treinen bij bepaalde stations niet meer zouden stoppen en zwembaden gesloten zouden worden omdat we bang zijn voor het geweld van een minderheid.. Wist ik veel dat we door massaal mee te lopen in stille tochten zinloos geweld zouden proberen te bezweren. Wist ik veel dat het voor beroepsacteurs een eer zou zijn om in pulpseries als GTST te spelen en dat je daar maar beter niks van kan zeggen. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Zijn er achteraf golfbewegingen in deze maatschappelijke veranderingen te ontwaren? Ik denk het wel. Zoals de jaren dertig, veertig en vijftig autoritair, regentesk en beklemmend waren, zo waren de jaren zeventig, tachtig en negentig open, democratisch, populistisch. Maar de vrijheid, gelijkheid en broederschap zo vat ik het gedachtegoed maar even samen – de belofte van die zomer van 1968, is uitgewoed. Vijfendertig, veertig jaar lang was die geest over ons vaardig, maar nu staan we aan het begin van een nieuwe tijdgeest, een nieuw tijdsgewricht. De tijdgeest is gekanteld. Links heeft niet meer het initiatief maar holt achter de feiten aan en staat op de rem, bagatelliseert de problemen. Rechts bepaalt de agenda. Politici hoeven niets meer uit te leggen. Hun maatregelen worden gesteund door tijdgeest als vanzelfsprekend geaccepteerd.

Maar kunnen we het einde van deze nieuwe golf ook voorzien? Is er een patroon in de tijdgeest te ontwaren? Ik betwijfel het. In de economie schijnt het mogelijk te zijn. Beweren sommige economen. Neem de Kondratieff-golf, genoemd naar de Russische econoom die omstreeks 1920 ontdekte dat er een lange termijn wetmatigheid bestaat. Om de ongeveer vijftig jaar, zo had hij uitgevonden, zou de economie worden getroffen door een catastrofe en om de twintig à vijfentwintig jaar een hoogtepunt kennen. Maar dat is het domein van de economie, de onderbouw. Maar of er sprake is van een soort Kondratieff-golf in de bovenbouw (zoals onderwijs, rechtspraak en gezondheidszorg) is de vraag. Wim Wertheim, de omstreden hoogleraar niet-westerse sociologie, vond van wel. In zijn boek Evolutie en revolutie. De golfslag der emancipatie beweerde hij dat de evolutie in zijn ogen een proces van voortgaande emancipatie soms stagneerde en dan werd gevolgd door een revolutie. Hij veronderstelde dat op basis van historisch onderzoek de causaliteit van maatschappelijke gebeurtenissen te bepalen was. Wertheim had als kind de Russische Revolutie van 1917 meegemaakt en later de Indonesische Nationalistische Revolutie van 1945 en had derhalve enig recht van spreken. Hij zou de opkomst van Fortuyn hebben verklaard uit de onwil van autoriteiten het heersende waardensysteem ter discussie te stellen (Freuds Unbehagen in der Kultur). Die spanning droeg de kiem in zich van de ommekeer. Misschien dat de theorie van Wertheim nog enigszins geschikt is om maatschappelijke erupties te voorspellen, hoewel je met een zeker maatschappelijk Fingerspitzengefühl ook een heel eind komt. Maar over wat er na de ommekeer zal gebeuren tast ook hij in het duister. Hooguit denk ik, kun je vaststellen dat de tijdgeest in golven over ons heen komt. Golven met een vermoedelijke lengte van dertig à veertig jaar gebaseerd op een hele serie kortere modieuze golven van vijf à tien jaar. Misschien dat een meer onafhankelijke cultuurhistoricus daar eens werk van kan maken.

Ik werp een blik op de foto uit 1968. Ik wist toen niet wat me te wachten stond. Maar dat wil ik nu eigenlijk ook niet weten. En stel dat er voorspelbare maatschappelijke wetten zijn dan wil ik ze eigenlijk niet horen.