Een lapje grond bloedt

De liquidatie van de Hamas-leiders sjeik Ahmed Yassin en Abdel Aziz Rantisi veroorzaakte een storm van verontwaardiging in Europa. Voor Europeanen is deze deze manier van afrekenen met elkaar onbegrijpelijk. Het politiek geëngageerde geweld verwijdert daders en slachtoffers langzamerhand van een rechttoestand en brengt hen in een natuurtoestand. Hoe meer `natuurtoestand', des te meer barbarij en prepolitieke stammenstrijd.

Het gewelddadige wordt echter soms het onontkoombare. Desondanks moeten de geweldplegers worden geconfronteerd met het recht en de moraal. Bij elke beoordeling van geweld moet men een beroep doen op Facultas moralis, de morele bevoegdheid.

Wat zou het morele en eventueel juridische oordeel moeten zijn over de liquidaties van de Hamas-leiders door het Israëlische leger?

Minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot keurde deze liquidaties af en hij kwalificeerde het ter dood brengen van Rantisi als ,,onwettig en verwerpelijk''. Dat hij de Israëlische handelingen op een diplomatieke wijze afkeurt, is volkomen begrijpelijk. Maar de gebezigde begrippen, te weten `verwerpelijk' en `onwettig', zijn onbegrijpelijk en geheel onrechtvaardig.

Bot beoordeelde de Israëlische handelingen aan de hand van morele (`verwerpelijk') en juridische (`onwettig') maatstaven. Maar op welke gronden kan Bot tot deze kwalificaties komen? Daarbij is de vraag aan de orde welk recht Israël heeft geschonden. Heeft de staat Israël de juridische bevoegdheid om tegen deze personen op te treden? Waarom zou terdoodbrenging van de Hamas-leiders moreel verwerpelijk zijn?

Het huidige Palestijns-Israëlische conflict heeft in de loop der jaren verschillende gedaantewisselingen ondergaan, en telkens produceerde het een nieuw begrippenkader. Eerst ging het, volgens de Verenigde Naties, om Independent Arab and Jewish States and the Special International Regime for the City of Jerusalem. Het begrip het `Palestijnse volk' is een latere uitvinding. Het begrippenkader was duidelijk: het Arabisch-Israëlische conflict. De bloei van de Palestijnse Bevrijdings Organisatie van Yasser Arafat, de hartelijke ondersteuning ervan door de Sovjet-Unie en sommige Arabische landen plaatsten het conflict in een nieuw, afgebakend nationaal kader: het Palestijns-Israëlische conflict.

De partijen is het nog niet gelukt een definitief juridisch antwoord te vinden op het vraagstuk van bezette dan wel betwiste gebieden. Onder leiding van de Amerikanen (Bush senior) en met Sovjet-ondersteuning (Gorbatsjov) kwam het alomvattende vredesproces in het Midden-Oosten op gang. Zo begon op 30 oktober 1991 in Madrid de vredesconferentie voor het Midden-Oosten. Op 26 december 1992 verwierp de PLO (toen nog in Tunesië gevestigd) het voorstel van Hamas om het pad van de vreedzame onderhandelingen te verlaten en via de gewapende strijd met Israël te gaan praten. Dit alles eindigde in de beroemde Oslo-overeenkomst, waarbij Israël en de PLO onder meer ondubbelzinnig overeenkwamen dat in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever een sterke Palestijnse politiemacht zal worden gevestigd om de veiligheid van zowel Palestijnen als Israëliërs te waarborgen.

Sindsdien hebben vele kunstenaars, politici en vredesactivisten getracht het diepgewortelde wantrouwen bij deze Israëliërs en Palestijnen weg te nemen. Premier van de vrede Yitzhak Rabin werd echter steeds vaker met een nieuwe vorm van terreur (zelfmoordaanslagen à la Iran en de Zuid-Libanese Hezbollah) geconfronteerd. Bussen werden opgeblazen. En niet de oprichting van de Palestijnse staat maar de vernietiging van Israël kwam weer op de voorgrond te staan.

Daardoor nam Rabins populariteit af. Arafat durfde niet, of wilde niet, de confrontatie met sjeik Yassin aan. Israël ondernam geen grootschalige gewelddadige tegenacties. De latere Israëlische premier Ehud Barak bood samen met Bill Clinton de laatste kans voor de vrede via onderhandelingen aan. In Camp David brak in 2000 het moment van de waarheid aan voor Israël en de Palestijen, ondanks een golf van terreur en geweld waarbij ook Arafats organisatie Al Fatah betrokken was. Daar weigerde Arafat echter verdere, bijna finale vredesakkoorden te sluiten. Daarop, ná acht jaar vredesretoriek en dagelijkse aanslagen, koos Israël voor tegengeweld.

Welke morele regel staat Israël nu, gelet op de gescheidenis, in de weg om de gewapende vijanden van vrede die beide volkeren in een bloedig, uitzichtloos drama hebben doen belanden, te bestrijden?

Het gewapende conflict heeft bovendien een ingewikkeld juridisch karakter. Hamas is niet te beschouwen als een regulier leger. Hamas-leiders geven willens en wetens leiding aan de mars des doods, waarbij alle Israëliërs, dus ook de kinderen, worden gezien als een legitiem doelwit. Hamas schendt daarbij beleidsmatig, dus niet per ongeluk, alle belangrijke bepalingen uit het humanitair oorlogsrecht (ius in bello) dat op elk gewapend conflict van toepassing is. Overigens is het quasi-statelijke bestuur van de PLO, nog steeds het enige legitieme orgaan van het Palestijnse volk, niet in staat om via geüniformeerde gewapende eenheden gezag uit te oefenen. En omdat Hamas niet over een regulier, beschaafd leger beschikt en wil beschikken, zal zij als een criminele organisatie worden aangepakt.

Welke rechtsregel belemmert Israël bij het vervolgen of gewapenderhand bestrijden van Hamas-leden die opzettelijk de gewone burgers van Israël doden? Of deze militaire acties tegen Hamas verstandig zijn, is een vraag van een andere orde.

Ook de Europese Unie beschouwt Hamas als een terroristische organisatie. Daarom is het zelfs de plicht van Israël om deze te bestrijden. Rantisi was niet bereid zich te laten onderwerpen aan een juridisch verantwoordingsproces. Minister Bot weet toch dat onze strijdkrachten in Afghanistan regelmatig andere jihadistische collega's van Rantisi bombarderen om hen te liquideren? Is deze handelwijze van de Nederlandse regering verwerpelijk, illegaal en in strijd met het internationaal recht?

Arafat had de taak om zich, ná de Oslo-akkoorden, als een Palestijnse Mandela op te werpen: de harten van alle burgers – jood en niet-jood – te winnen en de jihadisten met kracht en gezag te bestrijden.

Arafat is een rechtmatig kind van de huidige Arabische cultuur, te weten van de corruptie, tirannie, leugen en lafheid. Arafat ontpopt zich derhalve allang als een ware roverhoofdman.

Met wie moet Israël dan onderhandelen? Wie is de leider van de Palestijnen? Een lapje grond bloedt en dehumaniseert alles wat het aanraakt. Het Palestijnse leed, de mensonwaardige checkpoints, de perverse martelaren, vertolken niet langer een Shakespeariaanse tragedie. Dat lapje land bloedt zinloos en uitzichtloos.