`Dwing kinderen niet te snel tot een keuze'

In Groningen gaat het vmbo op de schop. Wethouder Wicher Pattje (PvdA) wil vwo- en vmbo-leerlingen na de basisschool nog twee jaar bij elkaar houden.

OP PAPIER IS er geen gemeente waar de PvdA het onderwijs zo stevig in handen heeft als in Groningen. Onderwijswethouder Wicher Pattje (52) is sociaal-democraat, evenals zijn burgemeester, oud-staatssecretaris van Onderwijs Jacques Wallage. In de gemeenteraad is de PvdA met negen van de 39 zetels de grootste partij.

Maar denk niet, zegt Pattje meteen, dat Groningse scholen de ene na de andere onderwijsvernieuwing voor de kiezen krijgen. ``Wallage is de geestelijk vader van de basisvorming, maar hij was wel staatssecretaris in een andere tijd. Toch hebben we hier de traditie dat we problemen in het onderwijs meteen willen aanpakken, zonder de maakbaarheid van scholen en leerlingen te overschatten.''

Problemen zijn er genoeg in Groningen. De uitval van leerlingen in het mbo is ook hier hoog, met name bij studenten die overstappen van het vmbo op het mbo. En het vmbo heeft weer last van een imagoprobleem onder ouders. ``Veel van deze problemen kun je terugvoeren op landelijk beleid'', zegt Pattje in zijn werkkamer op het stadhuis. ``Leerlingen moeten dertien vakken in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs volgen, dat is veel te zwaar. Het samengaan van mavo en vbo heeft bovendien weer geleid tot een onderwijsvorm die niemand wil. Voor dit soort landelijke problemen moeten we lokaal oplossingen bedenken.''

Pattje was nog maar een week wethouder, toen hij medio 2002 zag dat de voormalige mavo- en vbo-scholen opgezadeld waren met een ongelukkige onderwijsvorm. Sinds 1999 vormen zij samen het vmbo. De onderste drie `leerwegen' (de voormalige LTS, LEAO en huishoudschool) werden verzwaard. Mavo-leerlingen krijgen in de zogeheten `theoretische leerweg' juist meer praktijkvakken. Iedere leerling moet bovendien kiezen uit een sector, zoals Zorg & Welzijn of Techniek.

Pattje: ``Wat hier gebeurt is dramatisch, dacht ik meteen. De directeur van een vmbo-school liet me de instroomcijfers zien. Wat bleek? Heel weinig leerlingen kiezen in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs voor het vmbo. Ze komen er pas rond het tweede en derde jaar in, nadat ze mislukt zijn op havo en vwo. Die leerlingen moeten zich dubbele losers voelen: ze zijn mislukt op hun oude school, én ze moeten naar een nieuwe school waar niemand wil zijn.''

Wat kunt u daaraan doen? U kunt moeilijk het vmbo afschaffen.

``Nee, maar ik kan het vmbo wel veranderen, samen met de schoolbesturen. Wij gaan, als de plannen doorgaan, vanaf het derde jaar beginnen aan één vmbo. We stappen dus af van de vier leerwegen. Elke dag gaan 180 vmbo-leerlingen uit de stad met de bus op en neer naar een agrarische school in Winsum. Die school biedt brede opleidingen aan, dus zonder aparte leerwegen. Daarom is ze zo populair onder ouders en leerlingen.''

Is met het opheffen van de leerwegen de aansluiting op het mbo gegarandeerd?

``Ik wil nog wel een stap verder gaan. De kloof tussen beide onderwijssoorten mag van mij helemaal verdwijnen. Mijn ideaal is één school voor vmbo- en mbo-leerlingen, als het moet met gescheiden geldstromen. Op dit moment zie je een groot deel van juist de zwakste leerlingen uitvallen zodra ze van het vmbo naar het mbo gaan. Ze moeten naar een ander schoolgebouw met andere leraren. Die knik in het systeem moet weg.''

Maar de scheiding tussen voortgezet en beroepsonderwijs zit in het onderwijssysteem besloten. Vmbo-leerlingen sluiten hun opleiding sinds vorig jaar af met een centraal examen. Hoe wilt u vmbo en mbo dan laten samengaan?

``Van die examens moeten we dus ook af. Ik hoor van scholen dat sommige leerlingen nu al geen examen doen, omdat ze het toch niet halen. Het verhaal dat een examen zo goed is omdat iedere leerling een diploma zo leuk vindt, klopt dus al niet. Wat heb je aan een diploma als je er niet verder mee komt? En als we écht doorlopende leerlijnen gaan invoeren, dan zijn examens tussendoor niet nodig. Overigens zijn een vmbo-school en een regionaal opleidingscentrum in de stad al aan een samenwerking begonnen zoals ik die voor ogen heb.''

Wat vinden de schoolbesturen van uw ideeën? Die zeggen meestal: val ons niet lastig met nóg meer vernieuwingen.

``Aanvankelijk was er nogal wat irritatie bij de besturen. Ze waren boos dat ik ze niet had geraadpleegd voordat ik met de plannen kwam. Op zich begrijpelijk. Maar ik zei wel tegen ze: Als jullie het geen goed plan vinden, moeten jullie iets beters verzinnen, want zo gaat het niet. Dat stimuleerde ze wel om mee te denken. Ze kwamen ook met heel nuttige aanvullingen: een systeem verbeter je pas echt als je leerlingen motiveert, bijvoorbeeld door praktijksituaties na te bootsen, docenten te trainen, leerlingen met echte materialen te laten werken en hun eigen interesses te laten volgen. Dat advies heb ik overgenomen.''

Niet alleen de bovenste twee leerjaren van het vmbo moeten op de schop, als het aan Pattje ligt. De wethouder is druk bezig met een voorstel om ook de eerste twee jaar van het voortgezet onderwijs te reorganiseren. Pattje wil leerlingen na de basisschool, ongeacht hun opleiding, twee jaar langer bij elkaar op dezelfde schoollocatie houden. Mét de kinderen van de groepen 7 en 8 van de basisschool. De gemeente wil twee scholen laten experimenten met deze schoolvorm.

Pattje: ``Kern van mijn idee is opnieuw: dwing kinderen niet te snel een keuze te maken. Veel leerlingen nemen een verkeerde beslissing. Ze moeten al op hun elfde of twaalfde jaar een beslissing moeten nemen die bepalend is voor de rest van hun leven, vergeleken met het buitenland is dat ongekend vroeg. Door ze twee jaar langer bij elkaar op één locatie te houden, stellen ze die keuze nog even uit.''

Dus eigenlijk wilt u een soort Middenschool, zoals PvdA-minister van Kemenade in de jaren zeventig?

``Nee. Het idee van de Middenschool was dat leerlingen van alle niveaus hetzelfde onderwijs bleven volgen. De Groningse variant noem ik Junior High, eigenlijk een tussenschool. We zullen de klassen wel in verschillende niveaus indelen, maar de leerlingen blijven wel twee jaar langer bij elkaar in hetzelfde gebouw zitten. Mijn voorstel is om de groepen zeven en acht samen op school te zetten met de klassen een en twee van de middelbare school. Dan zit je van je elfde tot je veertiende op één school.''

Ook de basisvorming was gebaseerd op het idee van uitstel van een definitieve schoolkeuze. Toch is die volgens minister Van der Hoeven mislukt.

``De basisvorming vind ik een product van het Nederlandse poldermodel. Alle vakgroepen moesten tevreden gehouden worden, dus moeten leerlingen dertien vakken krijgen, ongeacht hoe goed ze kunnen leren. Dat werkt niet, want kinderen zijn niet gelijk.''

Centraal in de basisvorming stond ook dat leerlingen van verschillende niveaus samen les kregen. Dat staat u kennelijk nog steeds aan.

``Met dat ideaal is niets mis, maar de uitvoering is een ramp geworden voor scholen. Ik vind het niet verkeerd om ook hoge eisen aan vmbo-leerlingen te stellen. We zijn zo snel tevreden over ze. De beste stimulans voor een leerling is de lat hoog te leggen en te zeggen: Toe maar, je kunt het best. Maar waarom verdelen we leerlingen na hun twaalfde meteen over verschillende schoolgebouwen? Er kunnen veel nieuwe vriendschappen ontstaan in die leeftijd. De samenleving segregeert nu al bij het leven, het onderwijs moet daar niet het voortouw in nemen.''

Dit is het derde deel in een serie interviews met onderwijswethouders.