De stekker eruit

Er staat een generator op mijn balkon. 'Een schatje', zegt mijn man, terwijl hij over het tweetakt motortje aait. 'Kijk, hier doe je de benzine in, dan doet ie prutprutprut en dan kun je daar een lamp aansluiten. Lief he? Ook handig als de stroom weer eens uitvalt.'

Dat is nou mijn man. Altijd voorbereid op oorlog en rampspoed. En zeer alert op de elektriciteitsrekening. Want die is altijd te hoog en bovendien mijn schuld. Dus of het niet eens tijd is dat ik mijzelf matig, qua stroom dan. Want zo'n generator kan misschien net de magnetron trekken.

Voor de opvoeding van mijn man heb ik gekozen voor management by questions (ik stel vragen waarvan ik het antwoord al wel weet, maar laat hem denken dat hij het zelf heeft bedacht). Dus niet: 'Ja doei, je denkt toch niet dat ik vijf dagen per week ben gaan werken om 's avonds de was op de hand te doen?' Maar: 'Goh, wat denk jij: welke elektrische apparaten kunnen we wat jou betreft missen, bijvoorbeeld in de keuken?'

Een week later schenk ik koffie uit een klassiek Italiaans espresso-potje. Lekkere koffie trouwens. Mooi geluid ook. En wat een ruimte opeens op de keukentafel.

Als ik de stekker van de citruspers eruit trek, voel ik me gek genoeg bevrijd. Vanaf de allereerste dag heb ik me eigenlijk geërgerd aan dat lompe 'horeca-ontwerp'. Wat een gedoe. Na twee sinaasappels zit het filter verstopt en moet dan óf geleegd worden (wat een heel karwei is, want dan moet eerst het plakkerige molentje eruit) of je moet met een lepel in het filter rondpoeren om de gaatjes weer vrij te krijgen. Voor het persen van één glas sap sta je dan vier (!) onderdelen af te wassen (de molen, het filter, de sapkom én het lekbakje). Handzaam ding, zo'n glazen handpers uit één stuk. Korte lijnen met het vruchtvlees. Daar hou ik van.

Man verwijdert de waterkoker. Hij heeft een gigantische aluminium waterketel gekocht, vanwege 'het grote oppervlakte en de dunne bodem'. Veel te veel Saar-van-Swiebertje naar mijn smaak. Maar de volgende ochtend kookt - tot mijn verbazing - het water al, als ik nog maar net mijn thee-ei heb gevuld. Omdat ik de bui al voel hangen, haal ik zelf het tosti-apparaat van de plank en ga de stad in voor een exemplaar dat op het gas kan. Blijkt nog steeds gemaakt te worden ook. De recensies thuis zijn goed. 'Veel knapperiger', zegt dochter. En klaar in een wip.

Man zwaait de deur naar het balkon alweer open.

'NEE, niet de keukenmachine!'

'Juist wel de keukenmachine!'

Het wordt steeds voller op het balkon.

Tegen beter weten in stap ik later die dag een messenwinkel binnen.

'Heeft u er ook een die alles kan wat een keukenmachine ook kan?' 'Jazeker', zingt de verkoper, 'een twintig centimeter koksmes. Snijdt en hakt alles! Alleen uitbenen en fileren kan-ie niet.' Maar dat kon mijn keukenmachine ook niet.

Ik mis mijn wortelsliertensalade. Eén winterwortel door de keukenmachine was goed voor een hele kom slierten. Toevallig ontmoet ik een culi die een oplossing weet. Als vader en dochter die avond op de ukelele spelen, pak ik mijn mandoline. Mijn nieuwe professionele koks-apparaat. De wortelslierten dansen van de mesjes. Beetje korter, dat wel, maar toch: slierten.

Ik kneed, klop, rasp en schaaf nu dus met de hand. En dat merk je toch. Ik voel spiergroepen in de armen gloeien waarvan ik het bestaan nooit had vermoed. Ik ben goed bezig! Kan tot ver in de dertig bloesjes met korte mouwen blijven dragen! Woest draai ik de mini-garde nog eens extra rond in de warme melk. Man steekt zijn hoofd om de deur: 'En? Hoe bevalt het: schuim kloppen met de hand?' Zeg, wie stelt hier de vragen? Niets laten merken nu. 'Eerst die generator van het balkon!'