De Efteling, en dan?

Met hulp van lezers gaat de Achterpagina op zoek naar de coolste uitstapjes met pubers.

Blader terug in het familiealbum en smelt weg bij de herinnering aan die eerste wandelingetjes in het bos. Kruissnelheid: een paar honderd meter per uur. Maar spannender dat de spannendste safari, met zoveel takken en steentjes en beestjes en hondendrollen onderweg, die allemaal betast of in ieder geval aandachtig bestudeerd moeten worden.

Ach gut, ja toen.

Langzaam wordt de cirkel groter, van wandeling naar fietstocht, van wipkip in het plantsoen naar spider op de kermis, van pierebad naar tropisch zwemparadijs, van Romeintje-spelen bij een kinderexcursie in een oudheidkundig museum naar een strafexpeditie langs hoogtepunten in het Rijksmuseum. Want ja, wij zijn natuurlijk wel met opvoeden bezig. Wij zien de natuur niet als schaamlap voor het pannenkoekenhuis, zoals wij de cultuur graag met de paplepel ingieten als serum tegen levenslange oppervlakkigheid.

Aan nobele gedachten en goede bedoelingen geen gebrek. Maar hoe werkt dat in de praktijk? Als kinderen klein zijn, neem je ze gewoon mee. Jas aan, laarzen aan, een paar knabbelkoeken voor onderweg – en klaar. Wij gaan De Wijde Wereld in! Dan komt, met de ontwikkeling van taal- en spreekvaardigheid, de fase van onderhandelen, van inspraak, van: `wat gaan we doen vanmiddag?'

In het begin is dat nog een kwestie van schijndemocratie. Zeg dan nooit: `Wij gaan naar een museum over dit-of-dat.' Verpak het plan in het idioom van sprookjes en avontuur. `Ik weet een oud kasteel in Den Haag, met zwaarden en bijlen en met donkere kelders waarin mensen werden gemarteld.' Brrr! Voordat je het weet, loop je in de Gevangenpoort tegenover het Binnenhof, waar je fijn die oude verhalen kwijt kunt over de gelynchte gebroeders De Witt: `Met stokken werden ze doodgeslagen, hun dode lichamen werden naakt aan een paal geknoopt, hun hart en hun maag werden uit hun lijf gesneden en het volk ging daarmee voetballen.' Waar gebeurd én prikkelend voor de kinderfantasie.

Trucs als deze werken maar een paar jaar. Ergens in de jaren van groep drie, vier à vijf breekt de onverschilligheid door. `Geen zin! Nee, niet weer zo'n museum met lepeltjes en ouwe vazen...' Daar begint de fase van de voorgehouden worst: `We gaan maar een uurtje en McDonald's is vlakbij.' Zo krijgt alles z'n prijs, waarbij het nodige krediet nog wel valt op te bouwen als het weekend- en vakantieaanbod voldoende wordt afgewisseld met Efteling, Harry Potter-film en kartbaan. Maar dan?

Dan komt de dag, ergens in of kort na de brugklas, waarop het eerste treinkaartje zelf wordt gekocht, waarop ouders vooral zichzelf moeten amuseren: `Ik ga, hoe laat moet ik thuis zijn?' Dan gaan pubers hun eigen weg. Wat zij dan doen? Het CBS heeft het onderzocht. Pubers (van 12 tot 17 jaar) hebben gemiddeld zes uur vrije tijd per dag, waarvan zij ruim twee uur besteden aan tv, www of cd, ruim een uur aan eten en praten en lummelen, ruim een half uur aan sport, tegenover zo'n tien minuten aan museum- of theaterbezoek en een minuut of acht aan wandelen of fietsen.

Dat krijg je als je de gemiddelde puber z'n gang laat gaan. Nou en? Niks, nou en. Maar deze vader wil nog steeds wel 's samen op stap, hoewel niet naar de winkelstraat of zomaar-naar-buiten (ja, ja). De Achterpagina roept op suggesties te doen voor een toptien van excursies waaraan pubers én ouders plezier beleven, aan uitstapjes die `leerzaam' én leuk zijn. Liefst ideeën die stoelen op praktijkervaring.

Suggesties graag vóór donderdag 6 mei sturen naar tips@nrc.nl. Uitslag zaterdag 8 mei.

    • Gijsbert van Es