De dag van de woede

Hoewel vijftien van de negentien kapers van 9/11 uit Saoedi-Arabië kwamen, heeft het land lang de ogen gesloten voor het terrorisme. Tot op 12 mei 2003 in Riad de eerste bommen ontploften. Toch koestert Saoedi-Arabië nog fundamentalistische adders aan zijn borst. Een bezoek aan sjeik Safar al-Hawali, die de Apocalyps al helder voor zich ziet.

Zacht zoemend sui st de lift naar de 99ste verdieping. 'Binnen 45 seconden ben je driehonderd meter boven de grond', legt de liftboy uit. Drie jonge Saoediërs giechelen van onder hun roodwit geblokte hoofddoeken om het weeë gevoel in hun onderbuik. Even later lopen ze hand in hand over de Sky Bridge van de Koninkrijkstoren in Riad. Gefinancierd door de schatrijke zakenprins Walid bin Talal, werd dit architectonische wonder in de Saoedische hoofdstad onlangs voltooid. Dit is de Eiffeltoren van Riad, maar dan wel een die toont als een massieve, antracietkleurige Beëlzebub met twee horens die zelfs de hoogste wolkenkrabber in zijn omgeving ridiculiseert.

Op de Sky Bridge, de glazen brug die beide horens verbindt, vergapen de bezoekers zich aan de zee van lichtjes in de nacht onder hen. Hier en daar zie je reclames van McDonald's en neonbalken aan minaretten, maar alom zijn de rood oplichtende achterlichten van de duizenden auto's zichtbaar die, zoals elke avond, in de file naar de luxueuze winkelcentra kruipen voor de nationale hobby van Saoedi-Arabië: shoppen.

Maar als je goed kijkt, zie je ook dat elke auto die wil parkeren onder de Koninkrijkstoren, grondig wordt gecontroleerd. Motorkappen en kofferdeksels worden geopend, met spiegels wordt de onderkant onderzocht. Soldaten met mitrailleurs en bivakmutsen kijken toe.

Fanatici

Saoedi-Arabië is nog lang niet hersteld van 12 mei 2003, toen een serie bomauto's explodeerde in een wooncomplex in Riad waar veel buitenlanders woonden. Er vielen 34 doden en tientallen gewonden. In november volgde een tweede aanslag, die evenals de eerste werd opgeëist door Al-Qaeda. Nu waren er zeventien doden. Tot dan toe hadden de Saoedische leiders ontkend dat het land een terrorismeprobleem had, ook al waren vijftien van de negentien kapers die het wtc en het Pentagon hadden aangevallen Saoediërs geweest. Ook al hield het land er een onderwijssysteem op na dat religieuze fanatici uitspuugde. En ook al leverden Saoedische charitatieve stichtingen geldelijke steun aan Al-Qaeda en zijn geestverwanten. Er werden hier toch geen aanslagen gepleegd.

Ach, verzuchtten talloze Saoediërs, toen ik hier twee jaar geleden was: zag de wereld dan niet dat niet Saoedi-Arabië, maar Israël en de christelijke fundamentalisten in Amerika achter die terreur in de vs zaten? Of zoals prins Nayef, de minister van Binnenlandse Zaken die belast is met terrorismebestrijding, eind 2002 stelde in een interview met de Koeweitse krant al-Siyasa: 'Wie hebben er nu geprofiteerd van 9/11? Ik denk dat de zionisten er achter zitten.' Maar 12 mei heeft deze mythe vermorzeld. Saoedi-Arabië kan zich niet langer verschuilen achter de Grote Ontkenning en de kritiek van de wereld genoegzaam naast zich neerleggen.

Extra verontrustend voor het Huis van Saoed waren de videotestamenten van de zelfmoordterroristen, die Al-Qaeda kort na 12 mei via internet verspreidde. Hun boodschap aan jonge Saoediërs luidde: 'Grijp je wapen en dood de joden en christenen waar je ze maar kunt vinden.' De strijd van de jihadi's en martelaren, 'die marcheren over het pad dat ze hebben bedekt met lichaamsdelen', werd verheerlijkt. Maar ook het Huis van Saoed en zijn agenten, 'die samenwerken met de Amerikaanse ongelovigen', werden bedreigd. Sindsdien zijn verscheidene leden van de Mabahith, de Saoedische inlichtingendienst, vermoord.

Saoedische kranten maken vrijwel dagelijks melding van schietpartijen tussen veiligheidstroepen en vermeende terroristen. Duizenden Al-Qaeda-sympathisanten zijn gearresteerd. Foto's van voortvluchtigen worden gepubliceerd en daarbij worden aantrekkelijke beloningen in het vooruitzicht gesteld. Potentiële doelwitten worden bewaakt als vestingen. En vooral de Koninkrijkstoren. De vergelijking met de Twin Towers dringt zich op.

'O, die terroristen zijn gek genoeg om deze toren op te blazen', zegt Mahdi, een student uit Riad die bijklust als bewaker van de Sky Bridge. We drinken thee, terwijl hij de tassen van een groepje zwaar gesluierde dames controleert. 'Je veroordeelt dus het type jihad waarbij onschuldige buitenlanders worden opgeblazen, zoals op 12 mei is gebeurd?', vraag ik. Mahdi kijkt me niet-begrijpend aan. 'Nee, er is niets mis met jihad. Dat is de plicht van iedere moslim. Maar je moet wel eerst praten met je tegenstander en proberen hem te overreden. Als dat niet lukt, tja, dan moet je andere middelen gebruiken. Maar dát hebben die terroristen niet begrepen.'

Mahdi's redenering staat niet op zich. Hij is wijdverbreid in de Saoedische samenleving. En dat maakt de bestrijding van het islamitisch terrorisme zo lastig voor de 80-jarige kroonprins van Saoedi-Arabië, Abdallah. Hij heeft het dagelijks bestuur overgenomen van zijn zieke halfbroer, de 82-jarige koning Fahd. Abdallah heeft de terroristen 'beesten' en 'criminelen' genoemd. Hij waarschuwt ervoor de terreurdaden goed te praten uit naam van de islam, met een verwijzing naar de geestelijkheid. 'Wie dat probeert, zal worden beschouwd als een partner van de terroristen en zal hetzelfde lot ondergaan', dreigt hij.

Maar het is een strijd die niet te winnen is met geweld alleen. Zoals de liberale Saoedische columnist Raid Qusti direct na de aanslagen van 12 mei schreef: 'De omgeving die dit terrorisme voortbrengt, moet veranderen. Deze zelfmoordterroristen worden aangemoedigd door het gif van antiwesterse haat in het Midden-Oosten, en Saoedi-Arabië is geen uitzondering. Zij die glunderen over 11 september, die de zelfmoordterreur in Israël en Rusland toejuichen, en die niet-moslims beschouwen als mensen van een lagere soort die je zonder bezwaar kunt offeren, zijn allemaal verantwoordelijk voor wat er in Riad is gebeurd.'

King Fahd Highway

Maar hoe lang duurt dat, zo'n mentaliteitsverandering in een samenleving die is verzonken in een xenofobe interpretatie van de koran, waarin een godvruchtig leven gepaard gaat met een onwrikbaar geloof in een goddelijke strijd waaruit de islam als de onvermijdelijke overwinnaar tevoorschijn zal komen? Op zoek naar een antwoord ga ik op bezoek bij de World Assembly of Muslim Youth (wamy). Het grijze betonnen hoofdkwartier staat langs de drukke King Fahd Highway die Riad doorkruist. Wamy is een semi-officiële liefdadigheidsorganisatie die in 1972 werd opgericht onder auspiciën van de toenmalige koning Feisal.

Wamy's missie is het propageren en verspreiden over de wereld van het wahhabisme. Deze stroming binnen de islam, die is genoemd naar de 18de-eeuwse prediker Mohammed ibn Abd al-Wahhab, staat een zeer puriteinse en militante vorm van islam voor. De band tussen het wahhabisme en het Saoedische koningshuis bestaat al meer dan 250 jaar en is zeer innig. Hetzelfde geldt overigens voor Osama bin Laden, die Abd al-Wahhab regelmatig citeert in zijn boodschappen aan de islamitische natie.

Na 11 september beschuldigden de Amerikanen wamy en andere charitatieve instellingen in Saoedi-Arabië ervan het islamitisch terrorisme te steunen. Er bestonden sterke aanwijzingen dat ze donaties hadden ontvangen van onder anderen prinsen en zakenlieden, die later terecht bleken te komen bij bewegingen als Hamas en Al-Qaeda, maar ook bij jihadprojecten in Bosnië, Afghanistan, Tsjetsjenië, de Filippijnen en Kasjmir. Saoedi-Arabië beloofde beterschap, maar voorkwam niet dat Hamasleider Khalid Mishal, die onlangs de vermoorde sjeik Ahmed Yassin heeft vervangen als geestelijk leider van Hamas, in oktober 2002 te gast was op een wamy-conventie in Riad.

'Hier kunt u terecht voor donaties', staat er boven de ingang als ik het gebouw binnenloop. Ik sta oog in oog met een ultramodern ingerichte counter. Het is er doodstil, maar dat was ook te verwachten. Persberichten hebben gemeld dat het de Saoedische overheid nu echt menens is met het aan banden leggen van de financiering van terreur door organisaties als wamy. Maar de bedrijvigheid op de hogere verdiepingen van het wamy-hoofdkwartier lijkt daar niet onder te lijden. Mohammed al-Abbas, hoofd van de afdeling Prediking en Koranprogramma's, komt net terug van een bezoek aan de Hair-gevangenis, in de buurt van Riad. Abbas is een slanke, donkere man in een smetteloos wit gewaad. Hij heeft een fraaie eeltplek op zijn voorhoofd, die is ontstaan door veelvuldige aanraking van het gebedskleed. 'We geven cursussen islam om mensen op het rechte pad te krijgen', legt Abbas uit. De lessen zijn bedoeld voor iedereen: criminelen, moslims, niet-moslims, maar ook jihadstrijders. Daarover zegt hij: 'Die jongens die aanslagen plegen, die hebben het niet begrepen. Die gaan direct met bommen gooien. Maar jihad betekent: éérst met je tegenstander onderhandelen.'

'En pas wanneer alle middelen zijn uitgeput, ga je vechten', vul ik aan. 'Precies', glimlacht hij. 'Wij proberen hen te overtuigen dat ze verkeerd zitten.'

Als het Allahu akbar de gelovigen oproept tot het gebed, verontschuldigt Abbas zich. Het is een goede gelegenheid om eens door de talrijke, in het Arabisch gestelde, wamy-informatie op de salontafel te snuffelen. Het eerste wat ik oppak, is een krantenartikel. De secretaris-generaal van wamy, Salih al-Wuheibi, klaagt dat te weinig middelen ter beschikking staan van de islamitische predikingsinstellingen in Europa. 'Dat heeft hij gezegd tijdens een ontmoeting met 45 predikers en studenten die verbonden zijn aan islamitische centra in Europa en Amerika', vervolgt het artikel. Ook Nederland wordt genoemd.

De volgende brochure is een recente oproep tot donaties voor Kasjmir, die wordt ondersteund met een brief van de overleden grootmoefti van Saoedi-Arabië, Abd al-Aziz bin Baz. 'De moslims van bezet Kasjmir behoren tot de mensen die het meeste recht hebben op financiële steun, omdat hun jihad een rechtmatige jihad is tegen een ongelovige vijand van de ergste soort', schrijft hij. Dan volgen er wat koranteksten en een gironummer. Het maandblad Moslims Kasjmir van december 2003, een uitgave die wordt gesponsord door wamy, gaat nog wat verder: 'Laten zij die reikhalzend uitkijken naar het paradijs te hulp schieten'.

Het citaat is van Mohammed Qutb. Hij is de broer van Sayyid Qutb, een radicale moslimideoloog uit Egypte, die in 1966 werd geëxecuteerd. De boeken van Sayyid hadden grote invloed op de moordenaars van de Egyptische president Sadat in 1981. Zij vormen standaardliteratuur voor elke jihadstrijder. Bin Ladens rechterhand, Ayman al-Zawahiri is ook een bewonderaar. 'Sayyid Qutbs denkbeelden waren de vonk die de islamitische revolutie ontketende tegen de vijanden van de islam, zowel thuis als in het buitenland', schreef hij in 2001. Na Qutbs overlijden nam diens broer, Mohammed, de publicatie van Sayyids boeken ter hand. Mohammed zelf begon daarop een belangrijke rol te spelen als ideoloog binnen wamy.

Het is opmerkelijke informatie, die absoluut niet strookt met de Engelstalige informatie van wamy, waarin slechts een vegetarische versie van jihad wordt opgedist. En ook niet met de woorden van dr. Seif al-Din, het hoofd Mediazaken. Achter zijn opgeplakte glimlach en relaxte kauwgom-Engels straalt hij een en al wantrouwen uit. 'wamy staat voor gematigdheid', stelt hij vanachter zijn gouden brilletje. 'We proberen jonge moslims een effectievere rol in de samenleving te geven. Onze middelen zijn opleiding en steun aan goede doelen.'

Over de aanslagen door gewelddadige Saoedische jongeren zegt Seif al-Din: 'Zij worden gedreven door wanhoop. Ze zijn het natuurlijk ook spuugzat, de bezetting door Amerika van Irak, de steun van Amerika aan Israël. Maar dat is nog geen excuus om geweld te gebruiken. Ik denk dat ze worden gehersenspoeld door iemand die zowel tegen de moslims is als tegen het Westen. Wat zegt u, Osama bin Laden? Nee, die is het niet. Trouwens, je hebt toch overal extremisten? De eta in Spanje, de ira in Noord-Ierland, Greenpeace in Nederland. Die gebruiken toch ook geweld?' Hij lacht om zijn eigen spitsvondigheid.

'Zeker, instellingen als wamy liggen onder vuur', beaamt een Saoedische journalist. 'Het is moeilijker voor ze geworden om geld naar Hamas te sluizen. Maar in Saoedi-Arabië zelf kunnen ze gewoon hun gang blijven gaan.' De indruk ontstaat dat het Huis van Saoed het probleem van de militante islam binnen zijn grenzen zeer selectief aanpakt. Waar het er op aankomt zichzelf te beschermen tegen terreur volgt keihard optreden. En verder doen de prinsen vooral hun best goodwill te kweken bij de vs, met name om de relatie die sinds 9/11 behoorlijk bekoeld is, niet verder onder druk te zetten. Zo wordt nauw en openlijk samengewerkt met de cia. Ook in het onderwijs - van oudsher het domein van de geestelijkheid - wordt tegemoet gekomen aan de Amerikaanse eisen: het aandeel 'menswetenschappen' - lees: religieuze studies - wordt teruggebracht. Intussen gaat de demonisering van het Westen gewoon door. Loop een willekeurige boekhandel in en je stuit steevast op een boekenkast met titels als 'Hoe wij de joden moeten interpreteren' met op de covers karikaturen van gekeppelde haakneuzen in stars & stripes-jasjes die hun tanden zetten in de landkaart van het Midden-Oosten.

Liberale Saoediërs proberen gebruik te maken van het nieuwe politieke klimaat om hervormingen te eisen. Zij bestoken het koningshuis met petities. Zoals op 24 september toen een groep van 306 mannen en vrouwen een brief aanbood onder de titel 'Ter Verdediging van de Natie'. Het was een opmerkelijk document. Dit keer werd het anachronistische politieke systeem als geheel gehekeld en verantwoordelijk gesteld voor de corruptie, armoede, werkloosheid en inferieure status van vrouwen. Zij eisten 'totale hervorming'. Latere petities maakten duidelijk wat daarmee werd bedoeld: een constitutionele monarchie en een gekozen parlement.

De kwestie splijt het koningshuis. Waar kroonprins Abdallah zich met zijn tachtig jaar ontpopt als een late hervormer, ziet hij zich telkens gedwarsboomd door de zes volle broers van de kwijnende koning Fahd die zich veel conservatiever opstellen. Het resultaat is dat het regime halfslachtig reageert op de roep om hervorming. Opposanten worden nu weer gepaaid met minimale hervormingen of afgekocht met een leuke baan, dan weer gestraft met arrestatie of ontslag. Maar radicale verandering blijft uit.

Intussen kunnen de meest radicale en rechtlijnige predikers hun gedachtegoed blijven verspreiden, mits zij zich niet tegen de overheid keren. Een goed voorbeeld van hen is de populaire sjeik Safar al-Hawali. Hij krijgt alle vrijheid om een haatcampagne tegen de vs te voeren. Zo schreef hij een maand na de aanslagen in New York en Washington in een 'open brief' aan president Bush: 'Ik wil niet voor u verborgen houden dat er een geweldige golf van vreugde werd gevoeld door de moslim in de straat.' In juli 2002 dreigde de sjeik in een telefonisch vraaggesprek met het tv-station al-Jazeera: 'De vs en hun aanhangers moeten goed beseffen, dat wanneer ze het Land van de Twee Heilige Plaatsen proberen aan te vallen, zij niet zullen kunnen ontsnappen aan de wreedheid van God en de wraak van Zijn soldaten. Zelfs niet als ze holen in de grond graven om zich in te verbergen, elke keer wanneer een vliegtuig van zijn koers afwijkt.'

Safar al-Hawali is een invloedrijke figuur, niet alleen in Saoedi-Arabië, maar ook in kringen van moslimextremisten daarbuiten. Hij behoort tot degenen die in Saoedi-Arabië de Du'aah al-Sahwa, 'de Predikers van de Ontwaking', worden genoemd. Ze zijn radicaal, antiwesters en irritant voor het regime, omdat ze de bestaande orde bedreigen en buiten de officiële, te controleren geestelijkheid vallen. Samen met sjeik Salman al-Awda groeide Hawali begin jaren negentig uit tot het belangrijkste gezicht van de islamistische oppositie in Saoedi-Arabië. In hun vinnige vrijdagpreken fulmineerden ze tegen de misstanden in het land, zoals de corruptie, de pro-Amerikaanse politiek van het koningshuis en de 'culturele vervuiling' vanuit het Westen.

Naarmate hun populariteit toenam, gingen de prinsen zich meer zorgen maken. Tapes van hun preken en lezingen circuleerden in alle lagen van de bevolking. Hawali en al-Awda begonnen een bedreiging te vormen en in 1994 werden ze gearresteerd. In 1999 kwamen ze weer op vrije voeten, maar pas nadat ze een compromis hadden bereikt met prins Nayef, de minister van Binnenlandse Zaken. Dat luidde: val Amerika aan, en de joden, of wie je maar wilt, maar laat kritiek op het koningshuis achterwege.

Al-Awda zwakte daarna zijn kritiek enigszins af. Hawali niet. Pragmatisch als hij is, liet hij het koningshuis verder met rust en richtte hij zich volledig op de demonisering van 'de joden en de kruisridders'. Tapes met zijn preken zijn gevonden in kringen van moslimextremisten in Europa. Munir al-Mutassadeq, een in Duitsland woonachtige Marokkaan die ervan is beschuldigd betrokken te zijn bij de aanslagen van 9/11, bleek verschillende malen te hebben getelefoneerd met Hawali. Zelfs Osama bin Laden roemde Hawali, in zijn beruchte Oorlogsverklaring aan de Amerikanen van 1996. Hij behoort volgens Bin Laden tot de échte geestelijkheid van Saoedi-Arabië, niet tot die gepamperde hypocrieten die zijn aangesteld door het Saoedische regime.

Bleke man

Ik ontmoet Safar al-Hawali (54) in een restaurant in de havenstad Jeddah. Hij is een smalle, kleine en bleke man, die er slecht en oud uitziet voor zijn leeftijd. Dat vindt zijn assistent blijkbaar ook. 'Eet toch 's wat', bromt hij bezorgd, telkens als de volgende gang op tafel verschijnt. Maar Hawali laat zijn bord spaghetti onaangeroerd. Het was voor mij als niet-moslim niet mogelijk naar het 60 kilometer verderop gelegen Mekka te reizen, waar Hawali woont en kantoor houdt. Ik bedank hem voor zijn komst, maar dat wuift de sjeik weg. 'Als het om de islam gaat, kom ik naar iedereen toe. Zolang God het toestaat', glimlacht hij.

Ik wil zijn mening weten over het verzet tegen de Amerikaanse bezetting van Irak. Ziet hij de gewapende jihad als een plicht voor elke moslim? 'Ja, overal', zegt Hawali. 'Zowel in Irak als daarbuiten. In de islam is de jihad veel belangrijker dan het gebed. Daarnaast hebben wij moslims het recht om ons te verdedigen in Irak. We zullen de Amerikaanse bezetting nooit accepteren.' Hij spreekt snel, nu weer in plechtig standaard-Arabisch, dan ineens in straat-Arabisch. Soms last hij theatrale pauzes in, waarin hij knikt als een hagedis alsof hij zeggen wil: is het niet zo?

Ik vraag Hawali of de islam zelfmoordoperaties toestaat. 'Dat ligt een beetje gevoelig', zegt hij met een verwijzing naar zijn afspraken met het Saoedische regime. 'Ik schrijf er tegenwoordig niet meer over. Maar, eh, voorheen stond ik het de Palestijnen toe. Verplaats je eens in hun situatie. Wat een absurditeit dat iedere jood uit Ethiopië, Nederland, Iran, noem maar op, naar Palestina kan komen en tegen de Palestijnen kan zeggen: denken jullie soms dat dit jullie land is? Welnee, eruit jullie, hup hup, opdonderen. Niemand helpt hen, terwijl de vs in de Veiligheidsraad elke resolutie tegen Israël treffen met een veto. En dan zie je ze zitten, die joden, in een hotel of restaurant, dan denk je als Palestijn toch maar aan één ding: wraak. Wráák!'

Volgens Hawali verkeren de moslims in staat van oorlog. Maar niet met het Westen, en zelfs niet met de vs. 'Amerikanen zijn over het algemeen simpele mensen', meent hij. Nee, de ware vijand, volgens hem, dat zijn de Amerikaanse fundamentalisten, de Harmagediyun, volgelingen van populaire evangelisten als Mike Evans en Jerry Falwell die er een apocalyptisch wereldbeeld op nahouden. Sommigen van hen steunen de bezetting van Palestina door Israël, niet zozeer omwille van het joodse volk, maar omdat zij menen dat de vestiging van de staat Israël Gods wil is en de terugkeer van Christus op aarde zal inluiden. Hawali citeert graag iemand als Falwell, die ooit zei: 'Iedereen die Israël niet steunt, stelt zich in wezen op tegenover God.'

'In Amerika bestaat een knettergekke fundamentalistische tendens, die de terugkeer van Christus wil bespoedigen en die bereid is daarvoor de stomste dingen te doen', meent Hawali. Deze tendens heeft grote invloed gekregen in het Witte Huis, met name in de regering van president George Bush. Volgens hem bestaat er een gelegenheidsalliantie tussen deze Harmagediyun en de joodse lobby in Washington, met als doel de totale uitroeiing van de moslims. 'Zíj waren het die aanstuurden op een oorlog met Irak', stelt de sjeik. 'En zíj zijn het die de vs en Israël beschouwen als één land, met één regering en één partij: de partij van Sharon.'

Hawali is vertrouwd met het Oude en het Nieuwe Testament, waaruit hij moeiteloos citeert. Hij merkt op dat het voor moslims belangrijk is om 'de psyche en het gedrag van de vijand op basis van diens eigen bronnen te bestuderen'. De koran roept de moslims daartoe op, zegt Hawali met een verwijzing naar koran 3:93: 'Zeg: Komt dan aan met de thora en draagt haar voor indien gij oprecht zijt'. De islam erkent het Oude en het Nieuwe Testament als eerdere openbaringen, maar stelt dat de joden en christenen de inhoud ervan opzettelijk verdraaid hebben.

Maar Hawali gaat veel verder dan alleen bestuderen. In navolging van de Amerikaanse evangelisten is hij geobsedeerd geraakt door de profetieën die hij in de boeken van zijn vijanden aantreft. Want verdraaid of niet, ze kunnen wel degelijk een kern van waarheid bevatten. Aldus slaat hij aan het interpreteren. 'We mogen deze messianisten niet negeren', meent Hawali. 'Want ze maken zich op de wereld over te nemen en steken al hun energie in het steunen van 's werelds grootste terreurorganisatie, de zionistische staat. Maar ze doen dat op basis van een valse interpretatie van de bijbel.'

Lees met Hawali mee, en de bijbelboeken veranderen radicaal van inhoud. De intifadah in de Palestijnse gebieden vormt volgens hem de opmaat voor Armageddon, de strijd tussen goed en kwaad. Hawali duidt deze aan als de Dag van de Woede. Die zal in Palestina een einde maken aan 'de toestand van onreinheid, barbarij en godsloochening die de joden daar met hun komst hebben geïntroduceerd'. Hij citeert Esajas 27:1: 'Op die dag zal de Here Zijn vreselijke, flitsende zwaard nemen en Leviathan het snel bewegende reptiel, de kronkelende slang, de draak van de zee doden.'

'Het reptiel is Groot-Brittannië, dat met de Balfour-verklaring de basis legde voor de staat Israël en toen wegvluchtte', legt de sjeik uit. 'De slang is Israël die zich meester heeft gemaakt van het heilige land. En de draak is de vs wier vliegdekschepen de moslims terroriseren.'

'Op de Dag van de Woede zullen de mujahedeen Palestina binnentrekken, een groot deel van de joodse bevolking aldaar decimeren en Jeruzalem heroveren', voorspelt Hawali. De moslims zijn Gods volk waarover de bijbelboeken spreken, niet de joden. Op basis van het boek Daniël, speculeert hij zelfs over het jaar waarin dat zal gebeuren: 2012. 'Althans, als de tekenen niet bedriegen. Het begin van het nieuwe tijdperk zal zijn wanneer de jihad wordt afgekondigd. Wij hopen dat de intifadah dat begin is. Maar is dat niet zo, dan is het ongetwijfeld een voorbereiding daarop. Daarom moet de jihad onmiddellijk worden afgekondigd.'

Wiener schnitzel

Hawali schuift de Wiener schnitzel die zojuist geserveerd is, walgend opzij. In de verte begint een eenzame moskee aan de oproep tot het gebed. Wat moet ik denken van Hawali's ideeën? Natuurlijk zijn ze absurd en verwerpelijk: ze legitimeren massamoord. Maar je moet ze wel serieus nemen. Ik zit hier niet met een obscure messianist die zich heeft teruggetrokken in de jungle van Zuid-Amerika. Nee, dit is een man die een apocalyptische overwinningstheologie predikt, geweld verheerlijkt en die gevoelens van haat en religieuze superioriteit probeert te implanteren in de harten van potentiële jihadi's over de gehele wereld.

Waarom wordt Hawali niet gearresteerd? Waarschijnlijk meent het regime dat de sjeik in de gevangenis gevaarlijker is dan daarbuiten. Bovendien heeft hij de steun van enkele hooggeplaatste prinsen, wat niet onverstandig is als zij zich willen indekken tegen een voortijdige Dag van de Woede in Saoedi-Arabië zelf. Wel heeft het Saoedische regime de publicatie van Hawali's boeken in Saoedi-Arabië verboden. Maar dat helpt niets. Zijn schotschriften kunnen zonder meer worden gedownload van internet. In Saoedi-Arabië, waar religie een dagelijks terugkerend gespreksonderwerp is, worden ze besproken onder scholieren en studenten, of tijdens informele bijeenkomsten in de salons van geestelijken, prinsen en zakenlieden.

Ook al zullen de meeste Saoediërs Hawali's profetieën afwijzen, ze zien ook dat sommige van zijn ideeën een onstuitbare dynamiek ontwikkelen. Dat Amerika oorlog voert tegen de moslimnatie, is inmiddels bon ton geworden. En ook dat de vs een godsdienstoorlog voeren, waarin de joodse staat figureert als bondgenoot, en dat in die oorlog het bloed van moslims met de dag goedkoper wordt. Velen verwachten een apocalyptische ontknoping.

Het is een proces waartegen de Saoedische overheid, ondanks arrestaties en het opschonen van schoolboeken, weinig kan uitrichten. Hawali en de zijnen hoeven slechts te parasiteren op het steeds grovere geweld in het Midden-Oosten en de groeiende woede onder jonge moslims.

Bij de uitgang van het restaurant pakt Hawali ten afscheid mijn hand vast. 'Je moet je bezinnen op de rest van je leven', zegt de sjeik. Zijn ogen staan vochtig achter zijn brillenglazen. De oproep tot het zonsondergangsgebed schalt nu vanuit tientallen minaretten in de stad. 'Geld verdienen of carrière maken is niet belangrijk', zegt de sjeik nog. 'Bekeer je toch tot de islam, nu het nog kan.'

Dan verdwijnt hij in de vallende duisternis. M

Leo Kwarten is Arabist en consultant voor bedrijven in het Midden-Oosten.

Tom Schamp is illustrator.

[streamers]

'Die jongens die aanslagen plegen, hebben het niet begrepen. Die gaan direct met bommen gooien.'

Hawali richtte zich op de demonisering van 'de joden en de kruisridders'.

'In de islam is de jihad veel belangrijker dan het gebed.'