De bordenjongen

Een uitstervend beroep is dat van de bordenjongen, die de zetten van de toernooischakers op grote demonstratieborden uitvoerde. Met de moderne elektronische borden, die met computerschermen verbonden zijn, gaat het sneller en bovendien kunnen de schermen op veel verschillende plaatsen worden neergezet, zodat de toeschouwers de partijen overal kunnen volgen.

Toch is er iets dat de bordenjongen beter kon dan een computer: laten zien dat een schaakzet van groot belang is.

De schaker deed een zet, maar de toeschouwers konden nog niet zien wat hij precies gedaan had en ze konden hun ongeduld nauwelijks bedwingen. Dan ging de bordenjongen kijken en vervolgens voerde hij de zet uit op het grote demonstratiebord op het podium. Juist doordat het enige tijd in beslag nam was het een bijna sacrale handeling. Een moderne schaakzet die plotseling op een scherm opfloept is van veel minder gewicht.

Sommige bordenjongens zijn later zelf grootmeester geworden, zoals Ljubomir Ljubojevic. Bij het toernooi van Belgrado 1965, toen hij veertien jaar was, wilde hij als bordenjongen steeds de partijen van Lubomir Kavalek onder zijn hoede nemen, omdat die hem tijdens de ronde steeds een pakje sigaretten liet halen en dan een grote fooi gaf.

Later speelde Ljubojevic zelf tegen Kavalek en in de eerste jaren verloor hij bijna alles tegen hem.

Zo verdiende Kavalek zijn fooien terug. Tegen hem voelde Ljubojevic zich misschien nog steeds de kleine bordenjongen, hoewel hij al een heel sterk schaker was.

Larsen-Ljubojevic, Milaan 1975. Zwart begint en wint.