DE AS VAN DE OLIE

Bij de War on Terror spelen ook economische belangen een rol. Twee Zwitserse journalisten en een Nederlandse fotograaf reisden langs de As van de Olie.

Ze begonnen in het Texas van Bush. Via Moermansk, Bakoe, Tbilisi, Almaty en Luanda eindigden ze in het Tikrit van Saddam Hussein. Dit is een beknopt verslag van hun tocht, die uitgebreider als boek is verschenen.

De 'as van het kwaad' was het keurmerk dat George W. Bush aan Irak, Iran en Noord-Korea toekende in zijn State of the Union van januari 2002, enkele maanden na 11 september. In de ogen van Washington vormden deze drie landen een reusachtig gevaar: ze werkten aan de ontwikkeling van massavernietigings- wapens die ze ter beschikking zouden kunnen stellen van terroristische organisaties als Al-Qaeda. Het bestrijden van deze as is een prioriteit voor het Witte Huis.

Maar er bestaat nog een andere, veel grotere as, de 'as van de olie'. De leden van deze club zijn veel talrijker en beschikken allemaal over enorme voorraden aardolie. Amerika, de grootste afnemer van olie in de wereld, wil minder afhankelijk worden van Saoedi-Arabië, en daarom is die tweede as voor haar van groot belang.

De Saoediërs beschikken over de grootste olievoorraden ter wereld, ze hebben een doorslaggevende stem in de opec, het oliekartel dat de Amerikanen zo verafschuwen. Het zijn de Saoediërs die de olieprijs bepalen.

Dat Amerika zijn energiebronnen probeert uit te breiden, is niet nieuw. Zo is de regering-Clinton al sinds 1993 bezig met de oliebronnen aan de Kaspische Zee. Toch is de zoektocht pas goed op gang gekomen sinds het aantreden van president Bush en zijn sterk op olie georiënteerde omgeving en de aanslagen van 11 september 2001, die aantoonden dat Saoedi-Arabië geen betrouwbare bondgenoot meer was (15 van de 19 kapers waren Saoediërs).

Ook Europa, China en Japan importeren olie, maar de Verenigde Staten voeren een actief beleid dat moet garanderen dat er voldoende olie op de markt is en de prijzen laag blijven. Daarvoor gebruikt het Witte Huis diplomatieke middelen, bijvoorbeeld door verregaande energie-afspraken te maken met Rusland, of militaire middelen. De invasie in Irak is deels te verklaren uit oliebelangen. Om toegang te hebben tot voorraden ruwe olie, zijn de Verenigde Staten bereid om corrupte regiems te steunen, zoals in Centraal-Azië. Ze willen ook best gebieden ontginnen die als oninteressant werden beschouwd, zoals Oost-Afrika.

Lee Raymond, baas van 's werelds grootste olieconcern ExxonMobil, heeft een geliefde uitspraak: 'You kinda have to go where the oil is.' Die raad hebben wij opgevolgd.

Op de wereldkaart vormen de landen van de 'as van de olie' grofweg een diagonaal van noordoost naar zuidwest, van Siberië naar de Golf van Guinea, door Centraal-Azië, de Kaspische Zee en de Perzische Golf. In het voorjaar van 2003 begonnen wij aan onze reis door twaalf landen langs de 'as van de olie'.

De Verenigde Staten stonden op het punt Irak binnen te vallen. De tocht begon in Texas, de oliestaat waar George W. Bush opgroeide, en eindigde maanden later in Tikrit, de geboortestad van Saddam Hussein. Op onze reis ontmoetten we een hele stoet hoge heren en arme sloebers die met het zwarte goud van doen hadden. We maakten een verslag in zes etappes.

Midland, Texas

'Om mij en mijn vrouw Laura te begrijpen, moet je Midland begrijpen. Alles wat wij zijn, alles waarin we geloven, komt daarvandaan', zei George W. Bush kort voor zijn intrede in het Witte Huis. Daarom zijn we nu in Midland, West-Texas, niet ver van Nieuw-Mexico. Wanneer we het Permian Basin binnengaan, zijn de laatste restjes begroeiing verdwenen. De streek is zo kaal dat een van de dorpen de naam Notrees heeft gekregen.

Plotseling rijst een uitgestrekt woud op, een woud van boortorens, opslagtanks, verbindingsbuizen, pijpleidingen: een knarsende mechanische dierentuin. Aan beide kanten van de weg staan jaknikkers de olie uit de Texaanse bodem omhoog te pompen. Dan doemt een stad op, een verticale schennis van de woestijn.

Voor de 95.000 inwoners is Midland de Amerikaanse droom, een onaantrekkelijk stuk grond boordevol olie, waar met taaie volharding veel rijkdom is vergaard. Hier heerst het optimisme van de ondernemersgeest, het geloof in de toekomst dat Amerika voortstuwt.

Vanaf 1948 maakt hier een man fortuin met het zwarte goud. Zijn naam is George Herbert Bush, en op een dag wordt hij president van 's werelds belangrijkste grootmacht. Hier groeit ook zijn zoon op, George Walker Bush. Ook hij wordt president van de Verenigde Staten.

'W' wordt volwassen in Midland, 'in the middle of somewhere', zoals de weifelende slogan van het stadsbestuur luidt. De stad groeit, heel snel als de prijs van een vat olie omhoogschiet, iets langzamer als die wat wegzakt. Al twintig jaar heeft de stad een klein Manhattan. De witte boorden hebben hun villa's een stukje verderop neergezet, op luxueuze plekjes langs de golfbaan. Elke honderd meter worden de woonblokken onderbroken door een protestantse kerk. Overal zie je de stars and stripes.

Duizend kilometer verder naar het oosten staat de trotse stad Houston, het zenuwcentrum van de olieplaneet. Laten we het maar eens gewoon op de man af vragen: is Irak een oorlog om de olie? Alles wat behoort tot het denkende deel van het Texaanse establishment ergert zich aan die vraag, te beginnen met de olie-analisten die altijd om half zeven 's ochtends overleggen in hotel Hyatt. 'De prijs per vat is meer dan 30 dollar, maar de mensen dansen niet in de straten. In de oliesector zijn de mensen helemaal niet enthousiast over de oorlog. Bush is een destabiliserende factor voor de grote oliemaatschappijen', zegt Barbara Shook van de Petroleum Intelligence Group.

Conservatieve intellectuelen zijn te vinden op de luxueuze campus van Rice University, bij het in 1990 door oud-staatssecretaris James A. Baker iii opgerichte instituut. Daar werd er al voor de oorlog met Irak op aangedrongen niet de indruk te wekken op de Iraakse olie uit te zijn. 'Het gaat niet om de olie', zei directeur Edward P. Djerejian toen tegen ons. 'Als het de president alleen daarom te doen zou zijn, dan hoefde hij alleen maar alle sancties op te heffen.'

Als je zijn kantoor verlaat, kom je bij het Galleria-kruispunt. De verkeerslichten hebben de grootste moeite om de stroom auto's in goede banen te leiden. Auto's? Monsters zijn het eerder, dankzij de suv-rage (Sport Utility Vehicles). Daar komt een acht-cilinder Dodge Durango, die per 100 kilometer 19,7 liter benzine verbruikt; erachter een Chevrolet K1500 Suburban die nog dorstiger is. Dit zijn nog maar de mieren van het asfalt. Met een luid gebrul komt hun koningin tevoorschijn: een Hummer H2, de voor civiel gebruik omgebouwde jeep van de Amerikaanse soldaten. Met een gallon benzine (3,785 liter) legt de h2 niet meer dan 16 kilometer af.

Geen enkel land is zo dorstig naar olie als de Verenigde Staten. Het is een verslaving. Amerikanen slokken 20 miljoen vaten per dag op, bijna 27 procent van het wereldverbruik. Precies daarom zijn de Amerikaanse politici zo geobsedeerd door energy security. Olie is niet een gewone grondstof, het is een pijler van het imperium. Als de prijzen doldraaien, kan in een paar weken tijd de bodem worden weggeslagen van een in honderd jaar opgebouwde wereldhegemonie. Toen George W. Bush in januari 2001 aan de macht kwam, versmolten de militaire doelstellingen met de strategische oliebelangen. Alles komt neer op de vraag: in welke richting lopen de pijpleidingen van de toekomst?

Oliestaat Azerbajdzjan

In de Kaukasus is het antwoord duidelijk: die leidingen lopen naar het Westen. Bakoe, de hoofdstad van de olierepubliek Azerbaidzjan, was al een knooppunt in de olie-industrie aan het het eind van de negentiende eeuw, toen de families Rothschild en Nobel er hun industriële imperia opbouwden. Tijdens het sovjetregime stond alles stil, maar met het einde van de Koude Oorlog kwam er weer beweging in de zaak.

Nu is Bakoe een belangrijk doorvoerpunt in 'The Great Game' in Centraal-Azië, de concurrentieslag tussen de Amerikanen en de Russen, die woedt van de Chinese grens tot aan de kust van de Zwarte Zee. Het doel zijn de bronnen van het zwarte goud. Hoe kun je op voorsprong komen? Door zeggenschap te krijgen over de afvoerroutes van de olie. Precies daarom zijn Washington en de westerse oliemaatschappijen al zo'n tien jaar heel druk bezig om de zuidelijke Kaukasus te onttrekken aan de invloed van Moskou, dat daar voorheen de macht had.

Daardoor ontstaat nu een van de grootste oliecomplexen ter wereld, de pijpleiding Bakoe-Tbilisi-Ceyhan (BTC). Voor 3 miljard dollar legt het BP-concern een pijpleiding aan van 1.800 kilometer lang, waardoor het zwarte goud van de Kaspische Zee naar de Turkse kust kan worden gebracht. Zo kan - en daar gaat het om - het grondgebied van Rusland en van Iran worden omzeild.

In de Villa Petrolea, een mooi gebouw in Art Nouveau-stijl, een erfenis uit het eerste 'gouden tijdperk' van Bakoe, spreken we David Woodward, de hoogste baas van British Petroleum in Azerbaidzjan, over de belangen rond de btc. Woodward is president van de aioc, het internationaal consortium dat de mineraal- olie uit de Kaspische zee naar boven pompt. Hij is de vice-koning van Azerbajdzjan en verkeert op voet van gelijkheid met de Azerische presidenten. 'Iedereen is tevreden, de pijpleiding zal ontwikkeling brengen in de arme gebieden', zegt David Woodward. Laten we eens gaan kijken of dat klopt.

Midden op de treurige vlakte van Azerbaidzjan stuiten we volstrekt onverwachts op een ruiter die ons de weg verspert. Hij steekt meteen van wal: 'Goedendag, ik ben Namik Dadachov, ik ben pijpleidingbewaker te paard. Wat doen jullie hier?' Onze uitleg kan hem niet erg overtuigen en de ruiter grijpt naar zijn satelliettelefoon om onze aanwezigheid bij zijn baas te melden. Tien minuten later worden we op een onverharde weg opgebracht door een luxueuze witte jeep, uitgerust met de nieuwste technologische snufjes op het gebied van communicatie. Het is een voertuig van British Petroleum. Op het hoofdkwartier van het concern in Londen kunnen ze op een reusachtig scherm alle bewegingen van elk voertuig in de regio volgen. Want de wegen in de Kaukasus zijn gevaarlijk, en niet alleen vanwege het geaccidenteerde terrein. Sinds de ineenstorting van de ussr laaien hier voortdurend etnische oorlogjes op, die vaak stiekem worden gesteund door het Kremlin.

Straatarm Georgië

Vanuit Azerbaidzjan komt de btc Georgië binnen. Daar is nog veel meer narigheid. Hier zijn het niet alleen de nationale minderheden die zorgen voor problemen, maar ook de natuurlijke rijkdommen. De pijpleiding loopt namelijk vlak langs het natuurgebied Borzjomi. En daar wordt nu net het enige Georgische exportproduct gewonnen dat in het buitenland wordt gewaardeerd: het mineraalwater van Borzjomi. Dat water combineert heel slecht met de kleverige ruwe olie, roepen de Georgische milieubeschermers met steun van enkele Britse non-gouvernementele organisaties. Maar de btc gaat meedogenloos verder. In weerwil van de arbeiders die 'de houten planken stelen waarop we in de sleuf de buizen leggen', verzucht Ed Johnson, de baas van bp in Georgië. Hij komt uit Houston, en is door niets en niemand klein te krijgen. 'Ze stelen hout om te stoken. Georgië is een arm land.'

Tot november 2003 was Edoeard Sjevardnadze, voormalig minister van Buitenlandse Zaken onder Gorbatsjov, president van Georgië. Zijn opvolger, Michail Saakasjvili, 36 jaar, leider van de 'Rozenrevolutie', wil alles in het land veranderen, behalve de btc, de magische buis die de vrije val van de kleine republiek moet stoppen.

Maar intussen is er een andere prangende vraag: zal er in de Azerische wateren van de Kaspische Zee wel voldoende olie worden gevonden om die pijpleiding te vullen? Over dit cruciale punt zijn hele legertjes geologen en financiële experts het nog altijd niet met elkaar eens. De schattingen van de olievoorraden in de open zee bij Bakoe zijn door Washington flink overdreven om de oliemaatschappijen er warm voor te maken. Op bp na hebben de meeste grote oliemaatschappijen in de Kaspische Zee vooralsnog uitsluitend 'droge bronnen' aangeboord.

Kaspisch Kazachstan

Wie weet wordt Kazachstan voor de btc wel de wonderbron. Een paar honderd kilometer ten noorden van Bakoe is de Kaspische Zee slechts enkele meters diep. Maar ze verbergt een geweldige minerale schat, waar de grote wereldmachten naar hunkeren: het offshore olieveld Kasjagan, een 'supergigant' zoals de olie-experts zeggen. Kasjagan is een technologische uitdaging. De voorraad wordt geschat op 6 tot 9 miljard vaten en zou daarmee de grootste ter wereld zijn sinds Prudhu Bay in Alaska begin jaren '70. Genoeg om Kazachstan op te stuwen naar het illustere gezelschap van oliemogendheden. De Italianen van Agip hebben hier de leiding genomen van een internationaal consortium. Een investering van enkele tientallen miljarden dollars voor meerdere decennia.

We koersen naar het Kasjagan-veld. Vanaf Atyrau, een snel groeiende Kazachse oliestad, is de reis per helikopter niet lang. We vliegen naar het meest recente van de tien exploratieplatforms die de afgelopen maanden zijn verrezen. We zien Aktote, waar een paar weken geleden proefboringen zijn begonnen. 'We zitten nu op 300 meter diepte en we hebben nog twee maanden om door te gaan naar zo'n 3.000 meter', vertelt Curtis, een Texaan die vanaf zijn elektronisch bedieningspaneel de boorkop bestuurt. Hij komt uit Mid- land, de stad van George W. Bush. Wat is de wereld toch klein! 'Is dat niet cool?', schreeuwt hij als de boorkop opnieuw de glibberige schoot van de aarde binnendringt.

Drieduizend kilometer oostwaarts, aan de voet van het reusachtige Tian Shan-gebergte dat zich uitstrekt tot in China, telt de Kazachse hoofdstad Almaty haar oliedollars. Zelfs op grond van de meest voorzichtige schattingen lijkt het erop dat de grote republiek in Centraal-Azië binnenkort een nieuw emiraat zal zijn. President Nursultan Nazarbajev, die als een alleenheerser over de steppen regeert, geniet al van het manna: in Astana, 1.800 kilometer ten noorden van Almaty, laat hij een nieuwe peperdure hoofdstad bouwen. Prestige telt zwaar in de oliegebieden.

Bruiloft met Rusland

Vlak voor de neus van de Russen een olie-industrie opzetten in Centraal-Azië, en om ze te kunnen ontwijken een pijpleiding aanleggen door de Kaukausus, misschien zijn dat nog wat laatste restjes Koude Oorlog. Want na de aanslagen van 11 september breekt een tijdperk aan dat zich kenmerkt door een innig oliehuwelijk tussen Amerika en Rusland, en de bruiloft zou best eens in Moermansk gevierd kunnen worden.

In deze garnizoensstad halverwege Moskou en de noordpool, waar de zon elke winter twee maanden lang verzuimt op te komen, zal Amerika wellicht vanaf 2007 haar dorst naar olie kunnen lessen. Direct na de topontmoeting tussen Bush en Poetin, in mei 2002, besloten vier oliemaatschappijen (Yukos, Lukoil, Sibneft en tnk) een grote pijpleiding aan te leggen tussen hun olievelden in West-Siberië en de Barentsz-zee. De haven van Moermansk vriest dankzij de golfstroom nooit dicht en bevindt zich op slechts 9.330 kilometer afstand van de raffinaderijen in Texas, terwijl de olie- tankers vanuit de Perzische golf 20.500 kilometer moeten afleggen.

De Russen hopen zo 15 procent van de Amerikaanse markt te bemachtigen. Ze hebben daarvoor genoeg voorraden in Siberië, maar wat ontbreekt is een goede exportroute. De huidige productie kan niet omhoog, omdat het distributienet en de terminals al overbelast zijn. De terminals aan de Zwarte Zee kunnen niet uitbreiden, omdat de schepen door de Bosporus moeten. En de terminals aan de Baltische Zee liggen sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in het buitenland, in Letland en Litouwen, sinds 1 mei dus eigenlijk in de Europese Unie.

Vanaf het Alioesja-monument ter nagedachtenis aan het Russische verzet tegen nazi-Duitsland in Moermansk heb je een prachtig uitzicht. Een reusachtig beeld van een soldaat kijkt uit over de Kola-baai en de Barentsz-zee. Als de reus zijn hoofd naar rechts had kunnen draaien, zou hij het scheepskerkhof hebben kunnen zien en de thuishaven van de vloot atoomijsbrekers. Wat verder ligt het schiereiland Kola, een reusachtige stortplaats voor nucleair afval: 122 atoomonderzeeërs liggen er in geheime bases te roesten. Dagelijks, na het weerbericht, wordt hier het stralingsniveau gemeld op de radio.

Als het beeld naar links kon kijken, zou het de fosfaatterminal hebben gezien en de omhooglopende transportbanden, de steenkolenterminal met zijn zwarte bergen en stilstaande treinen, de handelshaven met zijn wirwar aan rommelige hijskranen, de vissershaven en ten slotte de stad. Die stad, vol werklozen en soldaten zonder soldij, droomt van de Siberische pijpleiding. Moermansk werd gesticht tijdens de Eerste Wereldoorlog, een paar maanden voor de Russische revolutie, om troepen te legeren en om militaire hulp uit Frankrijk en Engeland te ontvangen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stuurden Roosevelt en Churchill via Moermansk een groot deel van de militaire hulp die Stalin nodig had om Duitsland te verslaan.

Het is dan ook niet verbazingwekkend dat Moermansk opnieuw een verbindingsschakel is. Het project is niet bijzonder kostbaar en technisch gezien zijn er helemaal geen problemen. Eigenlijk zou alles heel snel klaar kunnen zijn, ware het niet dat in Rusland de particuliere oliemaatschappijen en het Kremlin met elkaar in de clinch liggen. De oliemaatschappij Yukos van de miljardair Michail Chodorkovski is met het project begonnen. Maar Chodorkovski werd een bedreiging voor president Poetin en nu zit hij in de gevangenis.

Gloeiendheet Angola

Het klinkt onwaarschijnlijk, maar het gloeiendhete strand in Luanda, de hoofdstad van Angola, en de haven van Moermansk 200 kilometer benoorden de poolcirkel hebben iets gemeenschappelijks. Beide liggen niet ver van de raffinaderijen van Texas. Die staan vanaf de westkust van Afrika gezien precies aan de overkant. De olietankers hoeven niet allerlei lastige zeestraten door (Ormuz, Bab el-Mandeb, Suez, Bosporus), met het gevaar van aanslagen door moslimterroristen. De Angolese olie heeft nog een ander voordeel: die bevindt zich offshore en kon ongehinderd omhoog worden gepompt, terwijl de Angolezen elkaar afmaakten op het vasteland.

Zo produceert de Amerikaanse oliemaatschappij ChevronTexaco al sinds de jaren zestig 420.000 vaten per dag in de open zee bij Cabinda, de Angolese enclave in Congo-Brazzaville, terwijl de burgeroorlog (duur: 27 jaar, aantal doden: 500.000) tot 2002 voortwoedde op het continent. Verder zijn er dankzij nieuwe technologie voor het boren onder diep water steeds meer nieuwe voorraden gevonden. Er zit heel veel olie, zo blijkt tijdens een bezoek aan het strand van Luanda, waar vrouwen in het zand vissen zitten te ontschubben. Een plaatselijke chef, Bernardo Azevedo, gebiedt zijn mannen om een gat in de grond te graven. Na een paar scheppen kleurt het zand al zwart. Een minuut later borrelt onderin het gat zwarte olie. Zwart goud op vijftig centimeter diepte? Wat een zegen voor de mensen die in dit eldorado wonen! Wat een rijkdom voor de Angolezen!

Maar kijk je om je heen, dan zie je niets dan ellende. In zee ligt, half uiteengevallen, een gestrand scheepswrak, te midden van drijvend huisvuil. Aan de stadskant strekt zich tegen de helling de sloppenwijk van Boavista uit. De meest fortuinlijken hebben een krot bovenop de heuvel, vlak onder de uitstekende rots van Miramar, omdat de ambassades die daar bovenop naast elkaar staan elke avond de vuilnisbak leegkieperen over de krottenwijkbewoners. In Boavista is geen stromend water en geen elektriciteit. Tot voor kort haalden de inwoners de olie van het strand voor het verlichten van hun uit modder en plastic opgetrokken hutjes.

Maar dat de bevolking gratis profiteerde van 'haar' olie, zinde de autoriteiten niet. Ze verboden de wilde exploratie onder het voorwendsel dat de boel zou kunnen ontploffen. Er werd een handvol officiële profiteurs benoemd, zoals Bernardo Azevedo. 'Het gebied waar ik de baas over ben, loopt van dit scheepswrak hier links tot aan die grote berg vuil daar verderop rechts', vertelt de kleine ondernemer trots. Met zijn mannen vult hij zo'n vijftien vaten van 200 liter per dag, vervoert ze met ezelkarretjes en verkoopt ze voor 8 dollar per stuk aan de Total-raffinaderij, aan het eind van de baai.

Angola: rijk land, arm volk. Dagelijks exporteert het bijna een miljoen vaten, en de oliemultinationals gaan de eerstkomende vijf jaar nog 20 miljard dollar investeren. Maar het geld verdwijnt in de zakken van de leiders en de wapenhandelaren. Eenderde van de kinderen sterft aan ziekte of honger voordat ze vijf jaar oud zijn, 83 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens en 70 procent heeft geen drinkwater. Er is geen betere illustratie van de uitspraak van de Venezolaanse minister Juan Pablo Alfonso, een van de oprichters van de opec. Hij noemde olie 'the devil's excrement'.

Tikrit, Irak

As van het kwaad of as van de olie? Irak is lid van beide clubs, reden temeer voor de Amerikanen om vorig jaar het land binnen te vallen. We bezoeken de geboortestad van Saddam Hussein, nog voordat hij in december gevangen werd genomen. Iedereen hier is ervan overtuigd dat de Amerikanen uitsluitend zijn gekomen om de olie te bemachtigen. In werkelijkheid ligt het wat genuanceerder, maar wat we hebben gezien in Kirkuk, lijkt ze gelijk te geven.

Amerikaanse ingenieurs in bermudabroek en bloemetjesoverhemd hebben daar hun intrek genomen in de kantoorgebouwen van de Northern Oil Company bij het olieveld Baba-Gourgour, een van de productiefste ter wereld. Het waren man- nen van Kellogg Brown & Root (kbr), onderdeel van Halliburton, de gigant waar Dick Cheney de leiding had voordat hij in Amerika vice-president werd. Op 8 maart 2003, twee weken voor het begin van de oorlog, kreeg kbr een contract van 490 miljoen dollar voor het herstellen van de oliebronnen na de vijandigheden. Toen ze daar eenmaal zaten, hebben de medewerkers van kbr het Pentagon voor 61 miljoen dollar opgelicht, iets waar Washington nogal kwaad over was, maar wat niet verhinderde dat kbr in januari 2004 nog een opdracht kreeg in Irak voor 1,2 miljard dollar. De mensen van kbr werken onder strenge bewaking. Toen Bagdad viel, waren de olie-installaties het eerste doelwit van de plunderaars, die enorm veel schade toebrachten. Een paar maanden later, toen het verzet tegen de bezetter zich had georganiseerd, waren de pijpleidingen het eerste doelwit van de aanslagen.

In Tikrit heerst dan ook vooral woede. 'De Amerikanen hebben een kruisraket afgeschoten op een woonwijk, waar vijf doden vielen en tachtig gewonden, onder het voorwendsel dat Saddam zich daar verborgen zou houden', zegt Mohammad Bader, radioloog aan het ziekenhuis van Tikrit. 'Ze hebben middenin de nacht invallen gedaan bij onschuldige mensen en van heel dichtbij op een onderwijzer geschoten. Zelfs de doodseskaders van Saddam klopten nog aan de deur, voordat ze hun slachtoffers meenamen. Toen ze het ziekenhuis doorzochten, hebben ze met hun laarzen alle deuren ingetrapt, hoewel ik ze de sleutels aanreikte. Ze patrouilleerden door de stad alsof ze midden op het slagveld waren, alleen om ons te vernederen.'

Abdul Karim Moaier, een vooraanstaand figuur op de textielwarenbazaar, is het daar niet mee eens. 'Denk nou niet dat alle Tikriti's achter Saddam stonden', zegt hij. 'De onderdrukking was hier het ergst. Nu merk ik dat de angst verdwenen is, ook al misdragen de Amerikanen zich. Als ze zouden willen luisteren naar waar wij behoefte aan hebben, zou ik ze zelfs bij mij thuis uitnodigen.' Op onze vraag wat Karim Moaier dan zou willen van de Amerikanen, zegt hij: 'Toegang tot de rivier. Saddam had ons verboden daar te komen, omdat zijn paleizen over twee kilometer langs de oever staan. We hadden gehoopt dat na de val van het regiem onze vrouwen aan het eind van de middag met de kinderen langs de Tigris konden wandelen.'

Maar in diezelfde paleizen wonen nu de Amerikanen. En ze hebben het verbod daar te wandelen niet opgeheven. De volgende ochtend vragen we een gesprek aan met generaal Odierno van de vierde infanteriedivisie in Tikrit, om te praten over de toegang tot de rivier. Het verzoek wordt afgewezen en voor dat antwoord staan we een uur lang in de brandend hete zon. In de tussentijd zijn zeker 150 voertuigen de kazerne in- of uitgegaan. Hummers, vrachtauto's, pantserwagens: het Amerikaanse leger is op dit moment zonder twijfel de grootste verbruiker van Iraakse olie. De dienstdoende soldaten op wacht, die net als wij buiten stonden, vielen bijna flauw van de hitte. Allemaal droomden ze van thuis, maar ze zullen nog heel wat landen te zien krijgen, het tempo in aanmerking genomen waarmee het Imperium zijn troepen naar alle oliehoeken van de planeet stuurt.

Vertaling: Michel de Groot

Serge Enderlin, Serge Michel en Paolo Woods (fotografie): 'Un Monde de Brut: Sur les routes de l'or noir.' Éditions du Seuil, Parijs, 2004.

Serge Enderlin en Serge Michel zijn Zwitserse journalisten. Ze publiceren onder meer in Le Figaro.

Paolo Woods is fotograaf.

[streamers]

Geen enkel land is zo dorstig naar olie als de Verenigde Staten. Het is een verslaving.

'Is dat niet cool?', schreeuwt hij als de boorkop opnieuw de glibberige schoot van de aarde binnendringt.

Na een paar scheppen kleurt het zand al zwart. Een minuut later borrelt onderin het gat zwarte olie.

'Denk nou niet dat alle Tikriti's achter Saddam stonden. De onderdrukking was hier het ergst.'

    • Serge Enderlin En Serge Michel