De andere Popper 4

In de brievenrubriek van W&O 27 maart vragen verschillende commentatoren zich af of Michel Ter Hark Popper wel recht doet met zijn verwijt zijn schatplichtigheid aan Selz te hebben verzwegen (naar aanleiding van `De andere Popper, W&O 13 maart).

Hadden ze behalve het interview ook Ter Harks boek zelf gelezen, dan hadden ze waarschijnlijk anders geoordeeld. Zelf heb ik in een besprekingsartikel `Op de schouders van Otto Selz' in de Academische Boeken Gids van december gesteld, dat Ter Hark eerder erg mild is, en dat wat Popper heeft gedaan dicht tegen plagiaat aanligt. Inderdaad heeft hij Selz in zijn denkpsychologische dissertatie (1928) en in de jaren daarna regelmatig geciteerd. Maar na zijn overstap naar de filosofie noemt hij Selz nog maar zijdelings, hoewel diens ideeën het fundament vormen van zijn wetenschapsfilosofie. Toen de nazi's in Duitsland aan de macht kwamen was het inderdaad verboden joodse auteurs te citeren, maar ettelijke Duitse collega's hadden de moed dit verbod te negeren en in het toen nog vrije Oostenrijk stond Popper niets in de weg en bij de Engelse uitgave van zijn Logik der Forschung en ander na zijn emigratie verschenen werk al helemaal niet. In zijn autobiografie erkent Popper wel de waarde van Selz' werk, maar doet het voorkomen, dat hij het pas leerde kennen nadat hij zijn dissertatie had geschreven en `merkte dat er op dat terrein geen eer voor hem was te behalen'. Niet alleen Ter Hark maar vóór hem ook al Poppers biograaf Hacohen hebben duidelijk laten zien, dat hij de gang van zaken in zijn herinnering behoorlijk vertekent en soms een originaliteit claimt waarop hij geen recht heeft.

Van Hilvoorde heeft gelijk dat Selz al in de jaren dertig onder Nederlandse pedagogen school heeft gemaakt. Ik heb daar vorig jaar in een pedagogisch en een psychologisch tijdschrift uitvoerig over geschreven. Ook voor De Groot is zijn werk van grote betekenis geweest en via deze voor het werk van Newell en Simon op het gebied van Artificiële Intelligentie. Maar dat mag niet als `troost' dienen voor de manier waarop Popper zich van hem heeft afgemaakt.