Buitenlandse terroristen gedijen in Oost-Afrika

Buitenlandse terroristen gedijen in Oost-Afrika, waar wetten en regels veelal slechts op papier bestaan. Rekruten van eigen bodem zijn echter zeldzaam wegens het liberale karakter van de islam.

Pate toont de unieke mengeling van rassen, stammen en culturen die de geschiedenis aan de Oost-Afrikaanse kust heeft gegeven. Op dit Keniase eilandje, aangedaan door schippers uit alle windrichtingen, lijken sommige bewoners Portugees, anderen Arabisch. Of Chinees, omdat lang geleden hier eens een schip is gestrand met Chinezen die zich vermengden met de eilandbewoners. Toen de terrorist Fazul Abdullah Mohammed van de Comoren zich in 2002 enkele maanden op Pate vestigde, viel hij niet uit de toon. ,,De kustbevolking heeft altijd opengestaan voor buitenstaanders'', zegt de vooraanstaande islamitische prediker sjeik Ali Shee.

Toen Fazul op Pate ging wonen, bestond er al een voetbalclub met de naam Al-Qaeda. Kustbewoners zijn dol op internationaal bekende namen, zonder daarmee een politieke voorkeur weer te geven; niet voor niets lopen er velen rond die Hitler of Saddam heten. Fazul richtte zijn eigen team op en gaf het de naam Kabul, de Afghaanse hoofdstad waar hij in 2001 bij Al-Qaeda zou hebben getraind. De ongeveer 30-jarige Fazul leefde op Pate bij een dorpshoofd en trouwde diens 14-jarige dochter Amina. Een voorbeeldige echtgenoot en moslimprediker leek deze man, die de lokale taal Kiswahili sprak. Maar schijn bedriegt: volgens bronnen binnen veiligheidsdiensten speelde hij een voorname rol bij de twee grote Al-Qaeda aanslagen in Oost-Afrika: die op de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar-es-Salaam in 1998 waarbij meer dan 230 slachtoffers vielen en op het toeristenhotel van een Israëlische eigenaar bij Mombasa eind 2002 waarbij 15 mensen omkwamen. Na de arrestatie van Wadi el-Hage, de hoofdverdachte van de aanslag in 1998, nam Fazul de leiding over van de Al-Qaeda activiteit in Oost-Afrika. Tijdens zijn verblijf op Pate plande hij de aanslag in Mombasa.

,,We weten heel zeker dat jonge Al-Qaedaleden hoge bedragen hebben betaald om langs de Oost-Afrikaanse kust met plaatselijke meisjes te trouwen en er een veilig onderkomen te vinden'', zei onlangs generaal Mastin Robeson van de Amerikaanse antiterreurbrigade in Djibouti. Deze Al-Qaeda leden zouden cellen hebben opgericht in verscheidene Oost-Afrikaanse landen, reden waarom westerse ambassades regelmatig waarschuwen voor aanslagen.

Afrika is de zachte onderbuik van de wereld. Regels en wetten bestaan er veelal slechts op papier, zonder een effectief overheidsapparaat dat ze kan afdwingen. Criminelen en terroristen gedijen goed in dit klimaat. Enkele landen houden zelfs de schijn niet meer op dat ze de orde handhaven, zoals Somalië dat het sinds 1991 zonder een noemenswaardige regering stelt. De Amerikaanse regering zette de regio boven aan de lijst bij de terreurbestrijding en vestigde een militaire basis in Djibouti met 1.800 man troepen. Vanuit Djibouti speuren de Amerikanen naar terroristen in Eritrea, Ethiopië, Jemen, Soedan en langs de duizenden kilometers lange kusten van Kenia, Somalië en Tanzania.

In Soedan kwam het radicale fundamentalisme in 1989 aan de macht door een staatsgreep geleid door Hassan al-Turabi, die tussen 1991 en 1996 Al-Qaedaleider Bin Laden onderdak gaf. Turabi's expansionistische vorm van de islam geniet de steun van vermoedelijk niet meer dan 15 procent van de Soedanezen. Langs de Oost-Afrikaanse kust kenmerkt de islam zich al eeuwen door openheid, het is een relatief liberale en mystieke soort islam die zich onderscheidt van de rigide interpretatie van de Koran zoals gepropageerd door Al-Qaeda. Voor de ideologische geïnspireerde extremist is Oost-Afrika daarom geen goede rekruteringsplaats. Maar buitenlandse extremisten zoals Fazul kunnen er onder hun geloofsgenoten wel een veilig plaatsje vinden om te schuilen. En in Somalië konden ze zich voorbereiden op acties in de regio.

Fazul is sinds de aanval in Mombasa weer voortvluchtig. Onlangs begon in Kenia een rechtszaak tegen vier Keniase verdachten van deze aanslag, waarbij de aanklager de verdachten hand- en spandiensten voor hem hadden verleend. Een commissie van Verenigde Naties deed eerder dit jaar onderzoek naar het wapenembargo tegen Somalië en concludeerde op basis van een verklaring van een van deze verdachten dat de aanslag in Mombasa werd voorbereid in Somalië.

In 2002 oefenden volgens het VN-rapport leden van de groep rond Fazul in de Somalische hoofdstad Mogadishu en het volgende jaar smokkelden ze via Somalië een luchtdoelraket uit Jemen naar Kenia. Die raket zou later worden gebruikt in een poging een Israëlisch vliegtuig neer te halen tegelijkertijd met de aanslag op het hotel. Na de aanslag vluchtten enkele van de daders naar het Keniase eilandje Lamu vlak bij Pate en vervolgens terug naar Mogadishu, waar ze zich nog enkele maanden ophielden.

Na de omverwerping van het Afghaanse Talibaanbewind in 2001 waren enkele Amerikaanse politici er van overtuigd dat Somalië een broeinest voor terroristen zouden worden. De uit Afghanistan verdreven Al-Qaeda strijders zouden er een toevlucht zoeken. Het Amerikaanse leger had in 1993 Somalië na een mislukte VN-operatie moeten verlaten en het land was jarenlang een trauma voor de Amerikanen. Daarom beschikten de VS niet over betrouwbare informatie over Somalië. Na nieuw onderzoek van Amerikaanse inlichtingendiensten bleek er geen sprake van Al-Qaeda bases. Het land leent zich niet voor langdurige projecten van de terroristen, wel voor acties op korte termijn zoals transport en doorvoer van wapens en strijders. Dit komt door de relatief tolerante islam, door de xenofobe aanhankelijkheid van de Somaliër aan zijn clan en niet zijn geloof, door het onherbergzame landschap en het meedogenloze klimaat.

Na de aanslagen in Amerika van 11 september 2001 zette Washington de fundamentalistische organisatie Al-Itihaad op de lijst van terroristische organisaties gezet en verbood het Barakaat, de grootste finaqnciële onderneming van Somalië die door de diaspora werd gebruikt om geld naar huis over te maken. Harde bewijzen dat ook Al-Qaeda Barakaat gebruikte om geld door te sluizen zijn nooit geleverd en ook over de rol van Al-Itihaad bestaan twijfels. Al-Itihaad kende zijn hoogtijdagen in Somalië na de verdrijving van de laatste regering in 1991 en de interventie van Amerika en de VS in 1993. Maar regeringstroepen uit Ethiopië, waar Al-Itihaad midden jaren negentig enkele bomaanslagen pleegde, vielen binnen en rolden het netwerk op en sindsdien speelt Al-Itihaad geen militaire rol meer.

Verder gingen Amerikaanse veiligheidsagenten samenwerken met Somalische militieleiders. Dezen confisqueerden zware wapens en arresteerden verdachte terroristen voor de VS. In april vorig jaar wisten Amerikaanse en Keniase veiligheidsagenten een van de verdachten van de aanslag in Nairobi in 1998, Suleiman Ahmed Hemed, uit Somalië te ontvoeren in samenwerking met de Somalische militieleider Mohamed Dheere.

Amerika boekte nog enkele successen in de regio. De Amerikaanse troepen in Djibouti verhinderden naar eigen zeggen de afgelopen maanden verscheidene aanslagen in Oost-Afrika. Volgens generaal Mastin Robeson hebben de autoriteiten in de regio in samenwerking met de Amerikanen ,,meer dan twee dozijn terroristen gedood of gevangen genomen''. De man met de grootste prijs op zijn hoofd blijft Fazul. Toen Fazul vorig jaar in Mombasa zou zijn gesignaleerd, waarschuwden westerse ambassades hun landgenoten in Kenia voor een op handen zijnde aanslag. Er was een nieuwe aanslag gepland op de Amerikaanse ambassade in Nairobi, zei een van de opgepakte verdachten van `Mombasa' tegen de politie. Zolang Fazul vrij rondloopt, zal de vrees voor nieuwe aanslagen groot blijven.

Sjeik Ali Shee vindt dat ,,wij moslims onze eigen gemeenschap meer moeten controleren. Er zou een wet moeten komen die het mogelijk maakt om huwelijken met buitenlanders te onderzoeken'', bepleit hij in zijn woonplaats Mombasa. Sjeik Ali Shee is afkomstig van Lamu, vlakbij Pate. ,,Wist U dat Fazul met mijn nicht is getrouwd? Hij leek zo'n deemoedige moslim. We moeten onze geloofsgenoten bewust maken dat onze gastvrijheid wordt misbruikt.''

Vierde deel in een serie over internationaal terrorisme. Eerdere afleveringen zijn te lezen op www.nrc.nl.