Beurs gaat eerder omlaag dan omhoog

De aandelenkoersen in de Verenigde Staten en Europa zijn het grootste deel van dit jaar bijna niet gedaald of gestegen. Dat lijkt verrassend, omdat de verwachtingen over de groei van het bruto binnenlands product in 2004 en 2005 zijn toegenomen in de VS en Engeland, de twee grootste markten. Verrassingen inzake de winsten over het eerste kwartaal zijn positief uitgevallen en de ondernemingsbesturen zijn optimistischer over hun vooruitzichten.

Het grootste gevaar gaat uit van de rente, die niet langer daalt. Omdat veel kopers van aandelen met geleend geld werken, is de rentestand belangrijk. Als de huidige overvloedige liquiditeit en de goedkope leenkosten verdwijnen, zullen handelaren voorzichtig worden. Wellicht zijn ze dat al, in afwachting van wat komen gaat.

Daarnaast lijkt de kracht van de economie niet sterk genoeg om beleggers gerust te kunnen stellen. Sommigen maken zich zorgen over de mondiale financiële onevenwichtigheden, anderen over de mogelijke gevolgen van een groeivertraging of een inzinking in China, waar – welke maatstaf je ook hanteert – het investeringspeil veel te hoog is. De politieke en militaire problemen in het Midden-Oosten hebben het vertrouwen ook aangetast. De stemming is niet zonder meer somber – kijk maar naar de Google-mania – maar wel neerslachtig genoeg om de markt in zijn geheel in toom te houden. Dat is vooral zo doordat de fundamentele waarderingen niet bepaald veel steun bieden.

In de Verenigde Staten ligt het dividendrendement met een niveau van 1,6 procent zo'n 30 procent lager dan het historisch gemiddelde. De koers-winstverhouding van de Amerikaanse markt ligt met een niveau van 21 maal de verwachte winst juist ongeveer 30 procent boven het historisch gemiddelde. De Europese rendementen, inclusief de Britse, bevinden zich veel dichter bij hun gebruikelijke niveau, maar de koers-winstverhoudingen lijken met 16 tot 17 maal de verwachte winst nog steeds 10 à 20 procent te hoog. Kortom: niet laag genoeg om koopjesjagers te trekken.

De grootste aandelenmarkten staan nu weer op hetzelfde punt als waar ze zes of zeven jaar geleden waren. Dat lijkt misschien een lange periode zonder wezenlijke vooruitgang, maar het duurde wel dertig jaar voordat de markten terug waren op de piekniveaus van 1929. Nu zowel de psychologische factoren die op de korte termijn een rol spelen als de fundamentele factoren die van belang zijn voor de lange termijn naar de negatieve kant neigen, lijkt het erop dat de koersen eerder zullen dalen dan dat ze omhoog zullen gaan.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar:

zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.