Wijs lezer op Raad voor de Journalistiek

Op 23 april publiceerde NRC Handelsblad een nieuwsbericht over zichzelf: `Krant berispt om foto'. Dit soort negatieve uitspraken van de Raad voor de Journalistiek aan het adres van deze krant zijn zeldzaam, maar ze komen voor. En dan is het even slikken.

De Raad voor de Journalistiek is opgericht in 1959 en doet uitspraak over klachten tegen journalisten. De raad bestaat voor de helft uit journalisten en voor andere helft uit buitenstaanders. Iemand uit de sfeer van de rechterlijke macht is voorzitter.

De eerste decennia was het aantal klachten gering, hooguit 15 per jaar. De laatste tijd ligt het jaargemiddelde met 65 klachten aanzienlijk hoger. In de eerste maanden van 2004 was er opnieuw een stijging. Nu kan men zeggen dat het nog altijd kleine aantallen zijn in vergelijking met de honderdduizenden journalistieke publicaties die jaarlijks verschijnen. Maar dat is te gemakkelijk. Veel potentiële klagers zullen de stap naar de Raad voor de Journalistiek immers achterwege laten uit vrees voor nieuwe publiciteit.

Anders dan de strafrechter of de civiele rechter kan de Raad voor de Journalistiek geen sancties opleggen. Het oordeel is vooral opiniërend. Er zijn ook media die het gezag van de raad niet erkennen, wat deze overigens niet verhindert klachten te behandelen.

Alle kritiek op de raad ten spijt, er is in de loop der jaren wel een soort consensus gegroeid over de basisregels van het vak. Journalisten moeten feiten goed verifiëren, zo nodig wederhoor toepassen, zich aan afspraken houden, fair en niet tendentieus verslag doen, de privacy respecteren, enzovoorts. Maar de raad oordeelt niet dogmatisch. Er zijn altijd situaties denkbaar waarin ter wille van het algemeen belang van regels kan worden afgeweken. Dan hoeft een journalist zich bijvoorbeeld niet als zodanig bekend te maken en kan hij undercover onderzoek doen.

De raad heeft een website waarop iedereen de uitspraken van de laatste veertig jaar kan nalezen. Zo is ook een vergelijking tussen media mogelijk. De Telegraaf leidt het klassement met een score van 93. De middengroep wordt gevormd door de Volkskrant (46), NRC Handelsblad (40), Algemeen Dagblad en Het Parool (elk 32).

Gezien hun lagere frequentie scoren ook enkele weekbladen vrij hoog: Vrij Nederland (21), Panorama (18), Nieuwe Revu (17) en Elsevier (14). Opvallend laag is het aantal klachten tegen tv-journaals (8 tegen het NOS Journaal en 2 tegen RTL Nieuws). Of dat laatste te danken is aan hun kwaliteit of een gevolg is van de vluchtigheid van het medium, is moeilijk te zeggen.

Het aantal klachten kan ook beïnvloed worden doordat sommige media de raad niet (meer) erkennen, zoals Elsevier en RTL Nieuws. Maar het kan ook te maken hebben met de functie die een medium zichzelf toedicht. De Telegraaf (93) is minder braaf dan Trouw (7).

Tegen NRC Handelsblad zijn de laatste tien jaar twintig klachten ingediend. Ze kwamen zowel van particulieren als van instellingen en bedrijven. Men verweet de krant onzorgvuldigheid, gebrek aan wederhoor, onvoldoende verificatie, tendentieuze berichtgeving, onredelijk negatieve recensies, verkeerde koppen, inkorting van brieven zonder overleg en nog wel meer. In 14 van de 40 zaken verklaarde de Raad een klacht tegen deze krant geheel of gedeeltelijk gegrond.

Zo werd een columnist berispt, omdat hij zich nodeloos grievend had uitgelaten op basis van deels onjuiste feiten. De raad had ook kritiek op een artikel waarin een beschuldiging van racisme als feit werd gepresenteerd zonder verificatie. In een andere zaak miste de raad wederhoor. In een artikel over Michaël Zeeman, zelf journalist van de Volkskrant, constateerde de raad op een enkel punt onzorgvuldige weergave van feiten, maar overigens vond de raad dat de krant vrij moet zijn in kritische portrettering.

Bijna tweederde van de klachten tegen NRC Handelsblad wordt niet ontvankelijk of ongegrond verklaard. Dan gaat het bijvoorbeeld om recensenten die – ook volgens de raad – vrij moeten zijn kritiek te spuien. Of om columnisten en tekenaars als Fokke & Sukke die, binnen bepaalde grenzen, scherp en satirisch mogen zijn.

Interessant zijn ook enkele uitspraken over onderzoeksjournalistiek. Wanneer de redactie kan aantonen dat zij zorgvuldig te werk is gegaan, zal de raad klachten afwijzen.

De laatste uitspraak betrof de al genoemde klacht van de Jonge Fortuynisten. Zij maakten onder andere bewaar tegen een fotobijschrift in de krant van 10 december 2003. Daarin werd volgens hen gesuggereerd dat extreem-rechtse jongeren met kaalgeschoren hoofden en Lonsdale-jacks tot de demonstrerende LPF-jongeren hoorden. De krant verweerde zich met het argument dat de kale hoofden duidelijk in de demonstratie en op de foto aanwezig waren. Maar de raad vond toch dat de redactie explicieter onderscheid had moeten maken tussen demonstranten en meelopers. En dus werd de klacht gegrond verklaard, te meer daar de krant een ingezonden brief van de Jonge Fortuynisten meer dan een maand had laten liggen.

De raad publiceert alle uitspraken in het vakblad De Journalist en op zijn website (www.rvdj.nl). Ook aan de betrokken media wordt gevraagd uitspraken over henzelf te publiceren. Deze krant doet dat in ieder geval als een klacht gegrond is verklaard. Ook overigens werkt de krant con amore mee. In het verleden hebben twee redacteuren deel uitgemaakt van de raad; uiteraard werden zij niet betrokken bij klachten tegen de eigen krant.

Het is niet de taak van een krant klachten uit te lokken. Maar het zou geen kwaad kunnen als bij het colofon standaard werd vermeld dat klagers – als andere middelen falen – terechtkunnen bij de Raad voor de Journalistiek.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van `De Journalist', blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Eerdere bijdragen: www.nrc.nl/krantachteraf